Tijdens een snikhete zomermiddag op de Schildersvakopleiding in Amersfoort houdt zij haar betoog. Een klaslokaal van twintig zeer betrokken toehoorders is haar publiek. Onder hen collega-directeuren uit het land (zoals Assen, Zutphen, Hengelo), maar ook een keur aan bestuurders en onderwijzers van regionale opleidingscentra. En niet in de laatste plaats Maartje van der Wal, de directeur van vier noordelijke Schildersvakopleidingen met wie Hendrix de middag heeft georganiseerd.
De twee willen het onderwijs graag efficiënter inrichten. Beter afgestemd op de beroepspraktijk. Minder over elkaar praten en meer met elkaar. ‘Want er zijn veel mooie initiatieven.’ Hendrix gooit meteen de knuppel in het hoenderhok door te stellen ‘een streng voorvechter te zijn voor het afschaffen van diploma’s’. Jon Bakema van Schildersvakopleiding Assen gooit de knuppel net zo hard weer terug: ‘Ik ben absoluut géén voorstander van het afschaffen van diploma’s. Wél voor het versterken van regionale krachten.’
Onbenut arbeidspotentieel
Hendrix: ‘We moeten het onderwijslandschap verenigen in de regio om beter in te spelen op moderne wensen. Er is veel onbenut arbeidspotentieel. Volgens de MBO Raad beginnen de instroomcijfers per leeftijdsgroep steeds meer te variëren. Denk aan volwassenen, maar ook havisten en vwo’ers. Er is nog best wat beroepsbevolking te winnen voor onze sector.’
Niet alleen aan de kwast, maar ook voor middenkaderfuncties van mbo-niveau 4 of hoger. ‘Hoe willen wij een leven lang ontwikkelen met elkaar organiseren? Bedrijfsleven, ROC’s en Schildersvakopleidingen: waar overlappen we elkaar? Op die gebieden moeten we ontzuilen en samen optrekken. Elkaars kennis benutten.’
Het is een bekende riedel in bestuurskamers, aan managerstafels en ook in de onderwijswereld: ‘kennis delen’. Het klinkt wat clichématig, maar wie Hendrix en Van der Wal beter kent, weet dat hun actie voortkomt uit een oprecht geloof dat het beter kan. En moet. ‘Er studeren nu 800 schilders per jaar af. Willen we op het huidige peil blijven, dan hebben we per jaar 1.500 tot 2.000 nieuwe vakkrachten nodig’, lepelt Hendrix op.
Zij benoemt vervolgens het intrigerende maatschappelijke gegeven dat in de jaren ’50 op iedere gepensioneerde acht jonge beroepsbeoefenaren actief waren. ‘Nu is dat al één op twee en het gaat rap naar één op één.’ Economiejournalist Peter de Waard nuanceert dat beeld wat in de Volkskrant van 3 juni. ‘Toen de AOW in 1957 werd ingevoerd, waren er per AOW’er zeven werkenden’, staat er te lezen. ‘Nu is die verhouding één op drie, in 2040 is het één op twee. Worden we nog veel ouder, dan wordt het één op één.’
Allroundschilders
Oplossingen? Ramon de Bruijn (Curio, Breda) uit de onderwijsontwikkelgroep, waar onder anderen ook schilderdocent Riny Knapen deel van uitmaakt, rept van ‘zenden naar afstemming, van aanbod- naar vraaggestuurd onderwijs’. ‘Modulegericht’ is zijn mantra deze middag. ‘Bijvoorbeeld alles met glas op maandag, ongeacht je niveau.’ Tegenwerping vanuit de zaal door Martin Rondeel, directeur van Schildersvakopleiding Zutphen: ‘Modulair beviel ons niet, dus wij gaan terug naar projectmatig onderwijs. Allroundschilders willen we, een gerenommeerde partij als Wolters ook. Het mooie aan dit vak is dat je alles kan.’
Ook het thema winterscholing maakt de tongen los. ‘Doen wij al tien jaar niet meer’, zegt De Bruijn, die laat doorschemeren het een achterhaald concept te vinden. Hoeveel onwerkbare dagen zijn er tenslotte nog in de huidige overwegend zachte winters? Maar Jon Bakema is het er niet mee eens. ‘Wij doen wel aan winterscholing en we zullen daar met z’n allen nog weleens op terugkomen als de economie weer eens inklapt’, waarschuwt hij.
Geert Robben (ROBA innovatie), de derde en laatste spreker van de dag, stelt juist dat ‘wij te veel vastzitten in ons eigen stramien’. De man met directeurschappen in zowel het mbo als het bedrijfsleven op zijn CV pleit voor ‘flexibilisering van het onderwijs met kennis en lef’. ‘Ga het gesprek aan met de student: hoe ben jij gegroeid tot de persoon die je nu bent en waar wil je heen? Je ziet dan dat ze meer zijn dan dat ene vakgebiedje.’

