Een filterkoffiezetapparaat. Een vaste telefoon. Zelfs een prikklok. Bij haar allereerste schreden op de Schildersvakopleiding had Maartje van der Wal (40) soms het idee dat ze in een tijdmachine was gestapt. ‘En al die laatjes’, wijst ze vol verwondering naar een meubel in haar kantoor op het Deltion College. ‘Ik zou niet weten wat ik ermee moet. Ik heb bij grote organisaties gewerkt en ben het gewend online te werken. Dat gaat er hier nog wat anders aan toe. Dat vind ik prachtig, maar ik ga er ook op aan: om dit verder te brengen.’
Wat bedoel je daarmee?
‘Professionaliseren en vernieuwen. Zodat we minder tijd kwijt zijn aan rompslomp en meer tijd hebben voor waar het echt om draait: het opleiden van goede vakmensen. Dat vraagt om duidelijke afspraken, digitalisering en samenwerking met de leerbedrijven en het ROC. Mét behoud van de menselijke maat: vertrouwen, korte lijnen en plezier in leren en werken.’
Je bent geen onbekende op Deltion, wat deed je hiervoor in deze enorme leerfabriek?
‘Ik was verantwoordelijk voor het volwassenenonderwijs. Zeg maar bij-, na- en omscholing, voor alle denkbare sectoren: van doktersassistenten tot installateurs. Ik heb ook een tijdje op de strategieafdeling gezeten, waar ik me bezighield met innovatie voor het gehele ROC: wat gebeurt er op de arbeidsmarkt, welke ontwikkelingen komen op ons af en hoe bereiden we onze school en studenten daarop voor? Die functie was hoog-over, dwars door de organisatie heen. Een voorbeeld is AI, waar iedereen mee te maken heeft of krijgt, ongeacht je opleiding. Hoe ga je daar als school en arbeidsmarkt mee om?’
Terwijl het allemaal begon voor de klas…
‘Ik ben inderdaad opgeleid als leerkracht basisonderwijs, heb de pabo gedaan in Zwolle. Maar ik dacht al snel: ik ga niet veertig jaar voor de klas staan. Ik heb uitdaging nodig en gedij bij reuring. Dingen in gang zetten, beter maken; dat drijft mij. Dat kan binnen je eigen klaslokaal, alleen voelde dat voor mij te beperkt. Ik ben daarom onderwijskunde gaan studeren en met dat diploma bij NS Opleidingen beland. Daar was ik coördinator en gaf ik bijvoorbeeld didactische trainingen aan conducteurs die kartrekker van hun eigen team werden. Dan sta je ineens voor een groep. Hoe ga je daarmee om? Daar probeerde ik ze op voor te bereiden.’
Hoe ben je bij de Schildersvakopleiding terechtgekomen?
‘Vooropgesteld: het stond niet op de planning. Ik vind loyaliteit naar mijn werkgever heel belangrijk en hop niet graag. Ik was bij Deltion net een jaar bezig met een nieuwe klus die drie jaar zou duren. Dat wilde ik eigenlijk afronden. Aan de andere kant vind ik het belangrijk eens in de zoveel jaar opnieuw geprikkeld en gevoed te worden. Toen ik via via werd gewezen op deze functie, dacht ik eigenlijk meteen: het lijkt wel alsof daarin alles van de afgelopen jaren samenkomt. Een stuk onderwijs, natuurlijk de rode draad, maar ook samenwerken met ondernemers, wat ik bij NCOI en Deltion veel heb gedaan. Zij hebben een heel duidelijk beeld over hun vakgebied en wat dit vraagt van de doorontwikkeling van hun personeel. Als directeur van meerdere Schildersvakopleidingen krijg ik weer veel met ondernemers te maken; de schilders- en onderhoudsbedrijven die onze studenten een leerwerkplek bieden.’
Wat gaf voor jou de doorslag om te solliciteren?
‘Ik heb er wel een paar slapeloze nachten van gehad omdat mijn loyaliteit op de proef werd gesteld. Tegelijkertijd is er maar één die voor zichzelf kan kiezen. Iemand vroeg mij: “Ga je spijt krijgen als je het niet doet?” “Ja, dat denk ik wel”, zei ik. Nou, dan heb je het antwoord gegeven. Voor de goede orde: hoewel ik al bij Deltion werkte en getipt was, heb ik de procedure gewoon keurig doorlopen.’
Maakt het uit dat je geen schildersachtergrond hebt?
‘Dat denk ik niet. In mijn rol moet je vooral nieuwsgierig zijn, vragen blijven stellen. Aan de administratie die elke dag met hart en ziel de leerlingen ontvangt en ze verder helpt. Aan de coördinatoren en praktijkinstructeurs. Maar ook aan bedrijven, de branchevereniging, andere ROC’s en Schildersvakopleidingen: het gehele speelveld.’
‘Bovendien heb ik een zwak voor vakmanschap. Dat is de toekomst van ons land, we kunnen niet zonder. Ik woon met mijn man en kinderen in een dorp, Heino, buitenaf. In onze omgeving hebben wij alleen al vakmanschap nodig om ons huis te onderhouden, duurzaam te maken. Dat gaat niet met AI. Als je niet in vakmanschap investeert, sterft het uit. Kijk naar dakdekkers, daar zijn nog maar een paar opleidingen voor in Nederland. Dat is bij schilders gelukkig niet zo, die hebben zelfs vrij veel onafhankelijke Schildersvakopleidingen. Hoeveel zijn het er eigenlijk?’
24.
‘Hoe efficiënt is dat? Volgens mij bedienen we het vak met elkaar en met hetzelfde doel: het afleveren van die gekwalificeerde en hoogwaardige schilder voor de komende jaren. Maar we vinden wel op 24 plekken opnieuw het wiel uit, gechargeerd gezegd. Het gaat mij erom dat je blijft samenwerken. Een deel van de bedrijven waaraan wij leveren, heeft verschillende vestigingen door het land. Dan vind ik het gek dat je bij de ene Schildersvakopleiding op manier A werkt en bij de andere op manier B.’
Bijna elke Schildersvakopleiding-directeur gaat prat op samenwerking… zie Joni Hendrix in het zuiden van het land.
‘Maar werkelijk over je eigen schaduw heenstappen is een ander verhaal, dan wordt het voor velen toch lastiger. Voorkomen van versnippering en elkaar verenigen: daar komt groei van. Laten we onze kennis delen en ondernemers, ROC’s en andere belanghebbenden uit de branche er meer bij betrekken. Hoe zitten we met elkaar in de wedstrijd? Daar ben ik benieuwd naar. Neem bij- en omscholing. Daarvoor zouden bedrijven in deze branche direct bij de Schildersvakopleiding terecht moeten kunnen. Die hoeft niet meteen een antwoord te hebben, maar weet als het goed is wél waar de gewenste kennis in de omgeving gehaald kan worden.’
Hoe verdeel je de aandacht tussen de verschillende locaties die je onder je hoede hebt?
‘Dat probeer ik evenredig te doen. Met een gezin – twee dochters en een man die regelmatig in het buitenland zit – is dit soms puzzelen, maar tot nu toe levert het mij veel energie op. Voor een negen-tot-vijfmentaliteit moet je mij ook niet hebben. Mijn eerste weken bestaan vooral uit observeren, luisteren, bellen, praten. Ik wil de tijd nemen om de mensen te leren kennen, zij moeten mij leren kennen. Dat is aftasten, vertrouwen kweken.’
En die fusie?
‘Die is in gang gezet, zodat administratie en coördinatoren elkaar kunnen helpen en vervangen en instructeurs op meerdere locaties kunnen worden ingezet. Schaalvergroting heeft voordelen, zonder daarbij de verschillen tussen de regio’s uit het oog te verliezen. Mijn eigen rol? Ik doe met liefde een stap achteruit zodat anderen kunnen doen waar ze goed in zijn. Ik weet niet alles, jij weet niet alles, maar samen komen we een eind. Met die mentaliteit ga ik hier aan de slag.’
