Koektoerisme. Het is een term die vermoedelijk alleen in Deventer belletjes doet rinkelen. Debby Verheijen kan er als geen ander over meepraten. Zij begroet op jaarbasis in haar Deventer Koekwinkel duizenden dagjesmensen. Allemaal nieuwsgierig naar het baksel van dat unieke recept uit 1593. Strikt geheim. ‘Als je vroeger als bakker in Deventer koek wilde bakken, moest je een eed afleggen waarin je bezwoer volgens de juiste normen en ingrediënten te werken’, verhaalt Verheijen, doelend op de befaamde koek van Jb.Bussink. Deventer ontleent er al eeuwen trots de bijnaam ‘koekstad’ aan.
De Hanzestad aan de IJssel staat er de laatste jaren sowieso goed op. Deventer is in trek als vestigingsplaats, vooral onder Randstedelingen die het in hun eigen regio te duur en te druk vinden, maar toch in stadse sferen willen blijven. Daarnaast zijn er evenementen als het Dickens Festijn, Deventer op Stelten en de Boekenmarkt die al decennia een internationaal publiek trekken. Bovendien slaagt Go Ahead Eagles erin om als relatief kleine voetbalclub de laatste seizoenen behoorlijk succesvol te zijn, met de bekerwinst en plaatsing voor Europees voetbal in 2025 als hoogtepunt.
Overal schaftketen
Wolters Vastgoedonderhoud beschouwt het, als bedrijf uit de stad, als zijn dure plicht het Deventer plaatje mooi te houden. En waar mogelijk verder te verfraaien. Wie een rondje wandelt door het historische centrum, ziet overal steigers en schaftketen van het bedrijf staan. Uit elk straatje en steegje schiet bijkans een Wolters-schilder. Zo ook bij het koekwinkeltje aan stadsplein de Brink. In het knusse pand zijn Verheijen en projectleider Michel Weerheijm van Wolters aangeschoven. Met koffie en uiteraard een Bijtje – het befaamde blokje zoete koek.
‘De buitenkant van de winkel moest hoognodig geschilderd worden’, vertelt Verheijen, doelend op het houtwerk én de muren. ‘Met Wolters hebben wij een jarenlange samenwerking, zowel hier als in onze productievestiging aan de Hanzeweg, dus zij zijn voor ons de logische partij. Zo hebben ze eerder al onze Hofleverancier-schilden opgeknapt.’ Nu is, als speciaal karwei, het sierlijke uithangbord van de Koekwinkel aan de beurt. Verheijen: ‘Ons visitekaartje, het wapen van Bussink. De boer en de edelman staan erop, die onderhandelen met elkaar. Kroontje erboven.’ Weerheijm: ‘Het wapen was er slecht aan toe. We hebben het moeten kaalmaken, ontroesten, voor we opnieuw konden schilderen. Dat kroontje is natuurlijk hartstikke leuk om te vergulden. Moest ook, want er lieten verflagen los.’

Rustig en ingetogen
Wolters heeft voor zulk bijzonder werk meerdere specialisten in de gelederen, zoals Ferrie Ovink, Henk Scholten en de jonge Alexa Sies-Wilders. Nieuwste talent is Juri Poelen, die door zijn werkgever is ingezet bij de Deventer Koekwinkel. Hij buigt zich onder meer over de sierletters op de muur. Het is een mooi beeld om de Nimeto-afgestudeerde aan het werk te zien. Met hulp van een ouderwetse schilderstok, ter ondersteuning van zijn arm, en in uiterste concentratie, penseelt hij de letters bij. Daar geniet ook Verheijen van: ‘Een rustige, ingetogen jongen die heel anders werkt dan andere schilders.’ Logisch, valt Weerheijm haar bij: ‘Voor zulk werk, op zo’n klein stukje muur, moet je, meer dan gemiddeld, geduld en focus kunnen opbrengen. Het heeft geen zin om daar tijdsdruk op te zetten, het is de kroon op je werk.’ Verheijen: ‘Ik geniet ervan dat er met zoveel trots en passie aan ons pand wordt gewerkt.’

Dat doet Dennis van Wijhe op zijn eigen manier ook. ‘Dennis loopt het hele jaar voor ons in de binnenstad rond’, vertelt Weerheijm. ‘Hij heeft liefde voor het vak, stelt kwaliteit boven snelheid en is kritisch op wat-ie moet maken. Als hij ergens niet achterstaat, treedt hij in overleg met de uitvoering, in dit geval mij. Ik ga dan weer in gesprek met de klant.’ Zoals over de muren van de Koekwinkel, die scheurvorming vertoonden maar aanvankelijk niet in de offerte waren opgenomen. Net als stopverfranden van de ramen die vervangen moesten worden. Hoewel Wolters een en ander wél wilde doen, en uiteindelijk ook gedaan heeft, werden er volgens Verheijen door de organisatie achter de winkel – Biscuit International – in eerste instantie onderdelen geschrapt. ‘Budgettechnisch.’
Vloeken in de kerk
‘Een schilder wil iets moois achterlaten en vindt het heel lastig als je zegt: je mag het raam wel schilderen maar het kozijn moet je laten zitten‘, weet Weerheijm maar al te goed. ‘Dat is vloeken in de kerk. Dus wanneer wij extra werk willen doen, stemmen we dat uiteraard af met de klant. Wij streven naar langdurige relaties en daarvoor is transparantie essentieel. Als je heel schimmig gaat doen en zoveel mogelijk geld wil verdienen aan de klant, dan is de relatie van korte duur. Wij kiezen ervoor de klant mee te nemen in ons werk, volledig open en eerlijk te zijn.’
Idealiter waren de muren nóg grondiger aangepakt, zegt Weerheijm tijdens een rondje over de steiger. ‘De volgende keer, dat hebben we nu al vastgesteld, moet je misschien teruggaan tot de kale steen en een nieuw systeem opbouwen.’ Of neem de luiken. Ook al zo’n dilemma. ‘Hebben we besproken met de klant. Voor sommige luiken zou het technisch misschien beter zijn om te vervangen. Maar in verband met behoud van erfgoed is ervoor gekozen ze te renoveren.’

Haagse Harry
Voor nu kan de Koekwinkel, na de nodige reparaties, tweeënhalve schilderbeurt en fraaie specialistische werkzaamheden, er weer even tegenaan. Voor Juri Poelen is het een feestje om dit te mogen doen. Waar Michel Weerheijm alias Haagse Harry – verwijzend naar de stad waar hij opgroeide – definitief voor Deventer is gevallen (eerst de liefde, toen bevriend geraakt met de broers Wolters, voor hen gaan werken en tot slot ADO ingeruild voor Go Ahead), is het voor Poelen puur de passie die hem drijft in de koekstad. ‘Ik kom van het Land van Maas en Waal en heb soms best een beetje heimwee’, zegt de bescheiden schilder op bedeesde toon. ‘Mijn passie? Letters penselen en eigenlijk alles wat met decoratie en restauratie te maken heeft.’
‘Je moet focus hebben voor dit werk’, beaamt de twintiger. ‘Het is handwerk. De lijnen van de oude letters, die na voorbehandeling van de muur nog te zien waren, trek ik over en penseel ik in. Allemaal uit de hand. Het is een moeilijke ondergrond, wat ruwer en voor de letters moet je heel secuur zijn. De valkuil is dat je een beetje gek wordt, haha. Ik schilder van kleins af aan al letters, maar helaas is het een uitstervend ambacht. Ingetogenheid is nodig; daarover beschik ik wel.’ En die ruimte krijgt hij: ‘De samenwerking met de andere schilders is uitstekend.’
Dankzij hen blijft Debby Verheijen lachend naar haar werk gaan én kan het koektoerisme weer in volle hevigheid losbarsten.
Levende ansichtkaart
De verslaggever en fotograaf die met hem meelopen, kunnen geen seconde verslappen. Want er gaat haast geen pand voorbij waar Wolters niet geschilderd heeft. En Weerheijm heeft overal een verhaal bij. Richting bierencafé De Heks wijst hij naar links, naar een rijksmonument dat De Drie Haringen heet. ‘Gaan we aan het werk. Glas-in-lood nakijken. Het buitenschilderwerk doen. Binnen de authentieke houten balken terug laten komen; onbehandeld laten dus. Of misschien behandelen met lijnolie.’ Het is een opdracht voor NV Bergkwartier, maatschappij tot stadsherstel – vernoemd naar het eens verpauperde, maar van de sloop geredde en totaal gerestaureerde binnenstaddeel; anno 2026 een levende ansichtkaart, in conditie gehouden door de kwasten van Wolters.


Een paar meter verder houdt Weerheijm opnieuw halt: ‘De fazant die je hierboven ziet, heeft Alexa Sies-Wilders voor ons opnieuw verguld. En het Speelgoedmuseum, hierachter, hebben we helemaal van binnen gedaan, in opdracht van Hendrick de Keyser.’
Stadhuiskwartier
Via de Polstraat, druk wijzend als een volleerd gids, loopt hij naar het andere stadsplein van Deventer: het Grote Kerkhof. ‘Op Pakhuis de Wereld hebben we andere kleuren aangebracht. Wederom voor NV Bergkwartier. En zie je die sierton en dat wereldbolletje? Daar heeft Ferrie Ovink weer wat van gemaakt. Ook zijn we verantwoordelijk voor het onderhoud aan het Stadhuiskwartier.’ Tijdens de rondleiding staan twee gebouwen in de steigers: een appartementencomplex naast het eveneens door Wolters geschilderde hotel/restaurant Huis Vermeer en Sociëteit de Hereeniging, waar het bedrijf ook vacuümglas plaatste.
‘Henk Scholten heeft het Holtgräveorgel in de Lebuinuskerk gerestaureerd’, vertelt Weerheijm. Eenmaal aangekomen in de eeuwenoude gotische hallenbasiliek, waar Wolters in de toren de ossenbloedrode deuren schilderde, blijkt Weerheijm het mooiste voor het laatste te hebben bewaard: de voormalige ijskelder. In de late negentiende eeuw deed deze ruimte dienst als bewaarplaats van ijsschotsen uit de grachtengordel en de IJssel. Artsen gebruikten het ijs bij behandelingen, de gegoede burgers gebruikten de ruimte als koelcel voor bederfelijke etenswaren. Vandaag de dag benut Wolters het als restauratieatelier annex ontvangst- en vergaderruimte.
Sterrenhemel
Wie de ijskelder betreedt, belandt in een walhalla van decoratieve technieken. Ferrie Ovink voorzag niet alleen de wanden van steenimitaties en trompe-l’oeil-effecten, ook imiteerde hij een bioscoopdoek met bijpassende rode gordijntjes. Die geven de diapresentaties van het bedrijf net dat extra cachet. Temeer daar de stoelen uit de oude Deventer bioscoop blijken te komen. En wie het ‘kijk omhoog-advies’ van Weerheijm hier letterlijk neemt, verdwaalt in een warme, donkerblauwe sterrenhemel. ‘Met verschillende soorten sterren, bijvoorbeeld van bladgoud en -koper; voor de variatie, de diepte. Ach, Ferrie kan dingen maken: dat is gewoon een kunstenaar.’

Weer buiten, kijkt de bevlogen projectleider nog eens om zich heen. Links van hem lonkt de Latijnse School, waar onder anderen Thomas a Kempis en Desiderius Erasmus studeerden. ‘Hopen we dit jaar te gaan schilderen.’ Weerheijm glundert, indachtig de vakmannen en -vrouwen van Wolters: ‘Stel je loopt hier met je gezin en kunt laten zien wat je allemaal hebt geschilderd. Dat is toch gaaf?’
Kijk omhoog!
Op pad met Michel Weerheijm door hartje Deventer, dwalen de gedachten onwillekeurig af naar Ramses Shaffy. Alleen de toevoeging ‘Sammy’ ontbreekt eraan bij Weerheijm, maar doorlopend is zijn boodschap: Kijk omhoog! Wie dat doet, ziet de vele wapens boven de deuren, het sierschilderwerk. Waar hij overigens ook een mening over heeft. Eerder die middag had hij een foto laten zien van hoe het volgens hem níét moet. Inmiddels kan het bewuste wapenschild in de Assenstraat zijn goedkeuring weer wegdragen. ‘Henk Scholten heeft het voor ons opgeknapt. Het was te vlak, te egaal. Nu heeft het veel meer diepte.’
