Uit onderzoek blijkt dat inmiddels een derde van alle werknemers aan een concurrentie- of relatiebeding vastzit. Dit gebeurt vaak onterecht, aangezien veel van deze werknemers niet met gevoelige bedrijfsgeheimen of klantgegevens werken.
Werkgevers gebruiken het beding nu voornamelijk om te voorkomen dat personeel vertrekt, wat de noodzakelijke doorstroom op de arbeidsmarkt belemmert en het voor andere bedrijven lastiger maakt om nieuw personeel aan te trekken, aldus het kabinet.
Om deze situatie aan te pakken, heeft minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding voor advies naar de Raad van State gestuurd. Hiermee wordt invulling gegeven aan de afspraken uit het coalitieakkoord om eerlijk werk te stimuleren.
De kern van het voorstel is dat de positie van de werknemer aanzienlijk wordt versterkt, terwijl het onnodig opnemen van de beperkende afspraken in arbeidscontracten wordt ontmoedigd.
Compensatie
De nieuwe regels introduceren striktere voorwaarden voor de geldigheid van het beding. Het idee is simpel: een concurrentiebeding mag een werkgever straks geld gaan kosten. Dit moet ervoor zorgen dat bedrijven het beding niet meer standaard in elk contract zetten, maar alleen wanneer het écht nodig is om bedrijfsgeheimen te beschermen.
Als een werknemer vertrekt en de werkgever eist dat diegene zich aan het concurrentiebeding houdt (en dus niet bij de concurrent mag gaan werken), moet de werkgever de werknemer een vergoeding betalen. Dit is een verplichte wettelijke compensatie voor het feit dat de werknemer tijdelijk minder vrij is om te kiezen waar hij of zij gaat werken.
Het bedrag wordt berekend als een percentage van het laatstverdiende maandsalaris van de werknemer. De werkgever moet dit bedrag over de gehele periode dat het beding duurt (maximaal één jaar) maandelijks overmaken. Zegt de werkgever bij het vertrek: “Je mag overal aan de slag, ik laat het beding vallen”? Dan hoeft er ook niets betaald te worden. De prikkel ligt dus bij de werkgever: wel blokkeren betekent verplicht betalen.
Daarnaast mag zo’n concurrentiebeding straks nog maar maximaal één jaar duren en moet de werkgever vooraf heel precies opschrijven voor welke regio of welk gebied de beperking geldt. Het plan is om dit nieuwe wetsvoorstel, na de advisering door de Raad van State, eind 2026 officieel in te dienen bij de Tweede Kamer.
