Maar goed, sommige dingen moet je gewoon zelf ervaren. Mijn eerste maanden waren in dat opzicht leerzaam. Want soms had ik op mijn werkdag al vóór half negen ’s ochtends een eerste stuk taart achter de kiezen. Niet altijd met een vork, improviseren met gereedschap bleek ook een optie. Rond het middaguur kwamen vervolgens de broodjes kroket voorbij alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Mijn collega had van zijn oud-collega’s niet voor niets de bijnaam ‘Snackie’ gekregen.
Begrijp me niet verkeerd: ik houd van een snack op z’n tijd. Maar naarmate ik ouder word – met die zin voel ik mij ineens een stuk ouder – merk ik dat ik steeds bewuster kijk naar wat ik eet. Eerlijk is eerlijk: in onze branche wordt keihard gewerkt. Er wordt gelopen, gesjouwd en bewogen. Daar ligt het niet aan. Maar hoe zit het met de brandstof die we erin stoppen?
Ik stelde voor om op onze locaties een fruitschaal neer te zetten. De reacties waren alsof ik vloekte in de kerk. ‘Je hebt toch een snoepje nodig om op te kauwen als je nadenkt?’, kreeg ik te horen. ‘Dat kan ook met een tomaatje’, was mijn reactie. Alle argumenten kwamen voorbij. Maar ik had die van mij ook klaar: leerlingen kijken naar ons. Goed voorbeeld doet goed volgen. En uiteindelijk hebben we allemaal belang bij een gezond lijf én een heldere geest.
Misschien begint verandering niet met grote plannen of beleidsstukken, maar gewoon met iemand die als eerste iets anders neerzet. Dus hebben we op één locatie de fruitschaal geïntroduceerd. Geen ‘bruin fruit’ maar appels, mandarijnen, bananen en peren. Binnen een half uur leeg. Toen dacht ik: misschien zit het niet zo diep. Willen we best gezonder. Alleen moet iemand soms als eerste die fruitschaal neerzetten. Die snackies op vrijdag mogen van mij blijven. Zolang er doordeweeks maar iemand is die de fruitschaal neerzet.
Een vraag of opmerking aan het adres van Maartje van der Wal? Mail haar:
