Ga naar hoofdinhoud

Maak kennis met de ‘decorateur-ambassadeur’


Sinds begin maart prijkt op de ‘inventarislijst’ van het Nederlandse Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed de verzamelnaam ‘Decoratieve schildertechnieken’. De Diemense ondernemer Erik Winkler van het bedrijf Schitterend heeft daar voor gezorgd en geldt nu officieel als ‘ambassadeur’.

Wat beweegt u?
‘Ik heb niet op een schilderschool gezeten. Ik heb scheikunde en kunstgeschiedenis gestudeerd. Van kinds af heb ik meegeholpen in het bedrijf van mijn vader, die schilder en decorateur was. Dat bedrijf, Dekoratie Studio Ferry Winkler, hebben mijn broer en ik nog steeds. Dat houdt zich vooral bezig met wrappen, bedrukken, plakletters aanbrengen voor autoreclame, bewegwijzering, spandoeken, standbouw… allemaal met folies en plotters. Terwijl mijn vader nog geleerd had om uit de vrije hand letters te schilderen. Dat intrigeerde me. Voor de Tweede Wereldoorlog was een schilder een veel bredere ambachtsman dan nu. Bijna een kunstenaar. Hij beheerste tal van technieken.’

Ja, het bekende rijtje, naast ‘gewoon’ schilderen ook: marmeren, houten, vergulden…
‘Veel meer dus. Zoals letterschilderen, kwalitatief vergulden, trompe l’oeil schilderen, zandstralen van glas, politoeren, houtsnijden, glasetsen, et cetera. Alle wat rijkere huizen van honderd jaar of ouder hebben ze gehad: voordeuren of tussendeuren of bovenramen van mousselineglas in tal van patronen, of nog veel rijker bewerkt met bloemen in verschillende wittinten. Dat maakte de ambachtelijke schilder. Als nu zo’n ruit stuk gaat, wordt het vervangen voor floatglas, al dan niet met folie. Dat geldt ook voor kwikzilver amalgaan-spiegels. Bij de renovatie van het Paleis op de Dam hebben ze de kapotte historische spiegels voor fabrieksmatig gemaakte spiegels vervangen. Dat zou elders in Europa nooit gebeurd zijn.’

O. En u kunt dat allemaal wel…
‘Het fascineerde me, die oude technieken. Zoals vergulden met bladgoud achter glas: al die cafés en winkels met die mooie belettering op hun etalageruit. Hoe werd dat gedaan? Ik ben er jarenlang studie naar gaan doen, boeken verzamelen, overal cursussen gaan volgen. Aan de glasacademie in Bohemen Tsjechië, en in Canada, Duitsland, Engeland en Frankrijk. Overigens ook bij het Nimeto en aan de UvA. Sommige mensen gaven geen cursussen, daar heb ik net zo lang gezeurd tot ik bij ze het vak mocht leren. Heeft me enige tienduizenden euro’s gekost. En er is veel geheimzinnigheid: “er is al zo weinig werk in, waarom zou ik mijn kennis delen?” denken ze vaak.’

Best logisch. U was zelf ook niet altijd even open. En nu bent u ambassadeur.
‘Ja. Omdat… weet je waarom er zo weinig markt is? De mensen zíen het gewoon niet. En als je het niet weet, dan vraag je er niet om. Dat voorbeeld van die spiegels: alle meubels, wandbekleding, tapijten, schilderijen in het Paleis zijn met uiterste zorg gerestaureerd. Maar die spiegels dus niet. We beschermen ons materieel erfgoed goed; gebouwen, kastelen, andere monumenten. Maar de reclameschilderingen, de opschriften, de vergulde uithangborden die je doorlopend om je heen ziet als je door de stad loopt, dat hoort ook bij ons erfgoed. Zonder een goed geschoolde ambachtsman en het cultuurhistorisch besef van de opdrachtgever of de restauratieadviseur verdwijnen steeds meer van deze pareltjes uit ons straatbeeld.’

Ok. En dus?
‘Eigenlijk leerde ik pas na veel studie in het buitenland dat het in Nederland ook heeft bestaan. Vaak niet zo rijk en overdadig als bijvoorbeeld in Engeland of Italië, maar toch wel op zeer veel plekken. En op hoog niveau. Het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed heeft als doel om ambachten en tradities te bevorderen en dat begint met borgen. Ik liet me daar eerst registreren als ambachtsman. Maar toen kwam ik er dus achter dat er dus ook een ‘Inventarislijst’ bestaat. Die draait niet om mijn vakmanschap, maar om het erfgoed op zich.’

Dus… kwestie van ‘zet maar op de lijst’?
‘Nee, bepaald niet. Sowieso worden er maar maximaal drie zaken per jaar aan deze lijst toegevoegd. En er gaat een lang proces aan vooraf. Je moet van alles aantonen. Dat dit echt nationaal erfgoed is, wat er allemaal toe behoort en waarom. En verder moet ik zelf van alles laten zien. Wat ik kan, wat ik allemaal geregistreerd en aan kennis verzameld heb. Ik moet aantonen dat ik mezelf blijf ontwikkelen en verdiepen. En, heel belangrijk, dat ik samen met de rest van de decoratieve schilders in Nederland het vak en de kennis, vastleg en ook overdraag. Veel specialisten weten me al wel te vinden, het is een klein wereldje, we wisselen kennis uit. Ik heb regelmatig stagairs en ontvang ook groepen studenten van het mbo en het wo.’

Ok. Nou. Gefeliciteerd. Dat is het?
‘Zeker niet. Ik wil van dit ambassadeurschap echt iets maken. Ik vind het belangrijk dat adviseurs, rapporteurs, opdrachtgevers en schilders, van ‘gewone’ huisschilder tot restauratiespecialist, weet heeft van de rijke geschiedenis van het vak en bijzonder schilder- en glaswerk kan herkennen. Of iedereen dan ook in staat moet zijn om het zelf te maken… dat hoeft nu ook weer niet. Als je maar weet dat het bestáát, hoeveel werk er in zit, dat er zuinig mee omgegaan moet worden. Alleen zo kunnen we behouden wat er is voor de volgende generaties. Mooie handgemaakte details, uitgevoerd door decoratief schilders, hebben mede onze cultuur en erfgoed bepaald. Dat te consolideren, daar moeten we met iedereen die maar wil de schouders onder zetten.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.


Schilder dwingt via de rechter betaling van factuur af

Eerste beroepsziekten-dag in teken longaandoeningen

Tweede Kamer zegt contract met nulurencontract op

‘Ondernemers zoeken houvast in onzekere wereld’

Vaste loonkostensubsidie voor beschutte werkplek