De buurman plaatste zestien zonnepanelen op zijn berging, die vlak bij de woning van de klager in deze kwestie staat. Al snel kwam van die kant een boze brief: weg met die zonnepanelen, en wel binnen vier weken.
Omdat de buurman zich daar niets van aantrok, stapte de woningeigenaar naar de rechter. Die zonnepanelen moesten verdwijnen, of anders zodanig anders worden verplaatst dat hij er geen last meer van had. Hij wilde ze niet meer kunnen zien, want dat zou ook betekenen dat er geen sprake meer was van ‘een felle en hinderlijke weerkaatsing’ van het zonlicht in diverse kamers van zijn huis.
Brandgevaar en wifi verstoord
Dat de rechter al zijn vorderingen afwees, bracht de man niet van zijn stuk. In hoger beroep eiste hij hetzelfde als in de rechtszaak. De zonnepanelen zouden op allerlei manieren voor hinder zorgen, waaronder lichtinval, verstoring van het wifi-signaal en brandgevaar. Maar uit onderzoek kwam naar voren dat het met de mate en duur van die reflectie reuze meevalt. Een beetje hinder hoort er nou eenmaal bij als je naast elkaar woont.
In hoger beroep gooide de man er nog een schadevergoeding van zo’n 2.000 euro bovenop. Dat geld wilde hij hebben omdat het indirecte zonlicht via de zonnepanelen zou zorgen voor versnelde veroudering van de verf op de zijgevel van zijn houten huis. Maar dat is op zichzelf nog geen onrechtmatige hinder.
Kleurverschillen geen bewijs
En dat de verf sneller zou verouderen, is bovendien niet voldoende onderbouwd. Een schilder constateerde dat de kleur op de zijgevels van het huis fletser was dan op de achtergevel. De zonreflectie via de panelen veroorzaakte in zijn ogen dat nadelige effect op de levensduur van de verf. Maar die kleurverschillen zelf zijn daar volgens het gerechtshof onvoldoende bewijs voor. Er zijn ook andere oorzaken denkbaar, zoals de belichting van de foto’s waarop de schilder zich baseerde, of de kwaliteit van de gebruikte verf of ondergrond. Kortom: geen schadevergoeding.
De boze woningeigenaar mag wel de procedurekosten van zijn buurman betalen. Die komen uit op een kleine 4.200 euro.

Als er zich degradatie van verfsystemen zich voordoen denkt men er niet zo gauw aan dat de oorzaak hiervan weleens gezocht kan worden door zonnepanelen. Naar mijn overtuiging is daar hier wel sprake van omdat de zonnepanelen gewerkt hebben als een Floridatest. Bij deze test wordt wel gebruik gemaakt van spiegels die extra reflectie aan de UV-stralen geven. Waardoor er een versnelde beoordeling kan plaatsvinden wat betreft duurzaamheid van verf- en poedercoatings vooral in subtropische omstandigheden zoals de naamgever hiervan in Florida. Voor een goede beoordeling zijn de volgende randvoorwaarden – samengevat – belangrijk: Klimaatfactoren (aantal zonne-uren gedurende over hoeveel jaar), locatie-expositie (de stand van de panelen met of zonder spiegels, norm moet voldoen aan bijv. – ISO 2810, Qualicoat of AAMA), welk type coating wordt getest.
Het is dus niet zo vreemd dat de schilder en onderzoeker niet goed voorbereid en kennis van zaken bij een rechter komen met onvoldoende bewijzen.
De ervaring leert dat rechters over het algemeen technische schade cases snel afdoen met ‘onvoldoende bewijs’ en ‘de hinder blijft binnen de grenzen van het toelaatbare’. Hier kan je van alles onder verstaan.