Ga naar hoofdinhoud
« Vragen

Wat zijn oorzaken van blaarvorming in verf?

Vraagbaak

Vraag:

Als schilder heb ik een brandende vraag: welke mechanismen liggen ten grondslag aan blaarvorming (foto) in verflagen en hoe kan de schilder aan blaarvorm, inhoud en locatie de exacte oorzaak vaststellen?

Antwoord:
Blaarvorming kan op verschillende momenten optreden: vlak na het aanbrengen, tijdens het drogen, of pas na langere tijd. Bij een drogende verflaag gaat het uitsluitend om droge blaren. Bij doorgedroogde verflagen kan de blaar gevuld zijn met vocht of lucht. Drie mogelijke oorzaken van blaren zijn:

– Blaren door inhoudsstoffen
– Warmteblaren
– Oplosmiddelblaren

Blaren op hout kunnen het gevolg zijn van inhoudsstoffen, bijvoorbeeld bij harsrijke houtsoorten zoals vuren en grenen. Tegenwoordig haalt de timmerindustrie deze onvolkomenheden meestal uit het hout, waardoor het bij nieuw hout nauwelijks voorkomt. Bij harsgangen kunnen vluchtige bestanddelen blaren veroorzaken. Bij onderhoud is het belangrijk dergelijke onvolkomenheden ruim weg te steken en op te vullen met een reparatiemiddel op basis van epoxy.

Warmteblaren

Blaren door warmte ontstaan vooral bij grofporig hout, bijvoorbeeld meranti. De oorzaak is het uitzetten van lucht in poriën door warmte. Ook bij wormgaatjes kunnen kleine blaren ontstaan. Wanneer lucht uit de ondergrond niet kan ontsnappen en opgesloten raakt onder de pas aangebrachte verffilm, zet deze lucht bij opwarming uit en ontstaan luchtbelletjes.
Schilder daarom nooit in de volle zon of voor de zon uit, want snelle oppervlaktedroging voorkomt dat ingesloten lucht kan ontsnappen. Het beste is bij zonnig weer achter de zon aan te schilderen, zeker bij grofporig hout. Zelfs in koelere periodes kan bij snelle weersomslag blaarvorming optreden. Als het geveltimmerwerk bijvoorbeeld rond 5 °C is en het na schilderen warmer wordt, kunnen kleine blaren ontstaan bij 10 tot 15 °C. Vooral bij donker dekkend of transparant schilderwerk op donker hout kan zonbelasting warmteblaren veroorzaken.

Oplosmiddelblaren

Moeizaam verdampend oplosmiddel in pas aangebrachte verflagen kan ook blaren veroorzaken. Dan is aan het oppervlak al een min of meer afsluitend huidje ontstaan. Door oplosmiddeldampdruk en warmte ontstaat druk in de verflaag, waardoor oplosmiddeldampblaren ontstaan.
High-solids en hoogglans verven zijn hier bijzonder gevoelig voor. Bij droging in felle zon ontstaat snel een oppervlaktehuidje, terwijl het oplosmiddel in de laag blijft verdampen en blaasjes veroorzaakt. De grootte van de blaasjes varieert van speldeknop- tot rijksdaaldergrootte. Na het wegvallen van de druk kunnen ze weer wegtrekken en zet de verffilm zich opnieuw vast op de ondergrond. Ze blijven vaak zichtbaar.

Praktijk

Het is belangrijk de oorzaak van blaren vast te stellen. Belangrijke vragen zijn:

• Blaart het gehele verfsysteem of alleen de toplaag?
• Zijn de blaren met lucht of water gevuld?
• Bevinden zich onder de blaren poriën of is vervuiling zichtbaar?
• Hoe groot zijn de blaren en hoeveel komen er per oppervlak voor?
• Waar treedt blaarvorming op (gevelzijde, liggende delen, bovendorpels)?
• Is het verfsysteem pas aangebracht, en op welk tijdstip van de dag?
• Wat waren de weersomstandigheden na het schilderen?

Blaren variëren van speldenknoppen tot vele centimeters. Bij osmose zijn ze vaak klein (tot circa 1 cm) en regelmatig verdeeld. Blaren door inhoudsstoffen komen incidenteel voor en zijn enkele centimeters groot. Onder de blaar is meestal de oorzaak zichtbaar.
Vochtblaren door osmose komen voor op onvoldoende gereinigd verzinkt staal; zinkzouten trekken vocht aan. Ook op polyester onder water, zoals bij boten, kan osmose ontstaan. Oplosmiddelblaren bereiken tot 2 cm en zijn zichtbaar over het gehele pas geschilderde oppervlak. Warmteblaren door luchtuitzetting blijven meestal beperkt tot enkele millimeters.
Warmte- en oplosmiddelblaren komen vooral op oost-, zuid- of westgevels voor, waar de zon het pas geschilderde oppervlak verwarmde. Vochtblaren door natte ondergrond kunnen tientallen centimeters groot worden en ontstaan bij vochtlekken of infiltratie. Blaren door applicatie (schuimvorming) zijn klein, komen regelmatig voor en zijn direct bij verwerking zichtbaar.

Blaren voorkomen

Blaren zijn vaak te voorkomen. Reinig de ondergrond vóór het schuren grondig, verwijder harsgangen en andere onvolkomenheden, en schilder bij zonnig weer achter de zon aan. Gebruik het juiste gereedschap en alleen voorgeschreven verdunningsmiddel. Raadpleeg bij twijfel altijd de productinformatiebladen. Schilder alleen op blijvend droge ondergronden en neem eventueel maatregelen om geveltimmerwerk droog te houden.


Deel via:

Heeft u zelf een vraag? Stuur deze dan hier in

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.