Juist in deze wereld, waar traditie de norm is, staat leiderschap onder druk. Het werk op de steiger blijft in de kern hetzelfde, terwijl alles eromheen verandert. Arbeidsvoorwaarden, verwachtingen. Ambitie. Opdrachtgevers die op een andere manier willen samenwerken. Dat vraagt om een andere manier van leiderschap.
Ter illustratie; vroeger was alles meer rechtlijnig en sloot leiderschap daar naadloos op aan. Je leerde een vak, bouwde ervaring op en werkte hard. Je deed wat je werd opgedragen. Met een beetje elbow grease kon je opklimmen tot voorman of uitvoerder. Leiderschap was overzicht houden en bijsturen, controleren en ingrijpen waar nodig. En dat werkte goed: deze mentaliteit heeft onze branche veel gebracht.
Tegenwoordig brengt deze aanpak ons niet altijd wat we willen. Want je kent ze vast wel, de ‘mijn baas zei dat ik dit moest doen en dus doe ik precies dat en niks anders’-situaties. De reflex om alles te willen controleren en overal zelf het juiste antwoord op te hebben, geeft gewoon niet het gewenste resultaat.
Hier wordt het spannend, mensen. Modern leiderschap vraagt dus om een verschuiving. Ik geef een hint: controle is goed, vertrouwen is beter. Niet meer alles willen controleren, maar leren vertrouwen. Leren loslaten. En dat is spannend. Zeker in een wereld waar kwaliteit direct zichtbaar is en fouten opgemerkt worden. De rol van de leider als opperhoofd, degene die alles weet, moet precies het tegenovergestelde worden. Faciliteren, luisteren en motiveren. Schakelen en communiceren. Samen beter worden.
Onze kracht zit juist in onze traditie. In het vakmanschap, de kennis en de trots die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Traditie wordt kracht als het meebeweegt met moderne ontwikkelingen. Modern leiderschap is richting geven zonder te verstikken, sturen zonder te controleren en resultaten behalen met gemotiveerde, autonome teams. Want echte kwaliteit ontstaat waar vakmanschap en vertrouwen samenkomen.
