Friso van Triest kan zich blijven verwonderen over de kleurkennis van zijn vakvrouwen. Het is zoals koken zich verhoudt tot eten klaarmaken. ‘De samenstelling moet precies kloppen’, weet Van Triest. ‘Die kennis van verf is echt de toegevoegde waarde van restauratieschilders.’
En kwam bijzonder goed van pas bij het prieel – officieel: houten ornamenteel – onder de rook van kasteel Hoekelum in Bennekom. Dit charmante theehuisje is opgeknapt door Schildersbedrijf van Triest uit Vaassen, waarvan Friso directeur/mede-eigenaar is. De zoon van de in de branche bekende Gerrit Jan van Triest – warm pleitbezorger van het restauratie-ambacht – was projectleider bij de klus nabij Ede.
Ommetje maken
Dat betekende elke ochtend een ommetje maken. ‘Ik woon in Den Haag want ik werk ook nog parttime bij Koek & Reinders, onderdeel van Wolters Vastgoedonderhoud, waar ik in 2016 als werkvoorbereider ben begonnen.’ Ofschoon het leven in de residentiestad hem uitstekend bevalt, is het toch de bedoeling dat hij op termijn zijn vader volledig opvolgt. ‘Voor nu is Gerrit Jan nog steeds de grote chef’, grijnst de kroonprins van het Gelderse schildersbedrijf.
Bij het prieel van kasteel Hoekelum had hij vier vrouwen en één man aan het werk: Pauline van Spronsen-Kanis, ‘drie restauratiedames van het Cibap’ en Henri Nooteboom. Aan hen de taak het in 1860 gebouwde paviljoen weer strak in de originele kleurenpracht te zetten, een combinatie van geel, blauw en rood. ‘Die waren door de tand des tijds wat versleten geraakt’, zegt Marcel de Kroon van Geldersch Landschap & Kasteelen, beheerder van 150 natuurgebieden, kastelen en landgoederen in Gelderland.

Opnieuw gesigneerd
In heel slechte staat was het prieel evenwel niet. ‘Het herstel- en timmerwerk was al uitgevoerd’, vertelt Friso van Triest. ‘We troffen een vakkundig gerestaureerd prieeltje.’ Waar mogelijk wel al een jaar of dertig niet meer geschilderd was. ‘We ontdekten de namen van schilders en de datum van hun werk bovenop een klosje. Wij hebben het object opnieuw gesigneerd, op dezelfde plek; waar niemand het ziet, behalve schilders.’
Na schoonmaken en schuren, hebben de schilders het bouwwerk opnieuw in de basiskleur gezet: twee tinten geel. Daar zijn de blauwe en rode biezen opnieuw overheen geschilderd. Alles met de kwast en penselen, zoals de uitvoeringsrichtlijn (URL) 4009 voor monumenten voorschrijft. ‘Het object was behoorlijk van kleur verschoten’, blikt Van Triest-junior terug. ‘Gelukkig konden we ondanks de regen meestal doorwerken, omdat het prieel een groot overstek heeft. Bovendien ligt het beschut onder de bomen. Je schrikt er wel van hoeveel werk je er nog aan hebt. Het is een gedetailleerd ding.’



‘Het was net koken’
Dat vond Van Spronsen-Kanis alleen maar mooi. Zij kon haar hart voor kleur ophalen bij het project in de Gelderse bossen. ‘We hebben de oude situatie goed gefotografeerd. Maar als we na het schuren een andere kleur onder het oppervlak aantroffen en vonden dat die kleur beter paste, dan kozen we in de uitvoering daarvoor. Je handelt daarbij naar eigen inzicht.’ Van Triest: ‘De juiste kleurtoon geel vinden was toch wel de grootste uitdaging bij dit project. De kleur is op maat gemaakt en in het werk nog gemengd. Inderdaad, alsof je aan het koken bent.’
Gevolg: een tevreden opdrachtgever. De Kroon: ‘Wij hebben vaste samenwerkingsverbanden met vijftien schildersbedrijven. We proberen het werk zo regionaal mogelijk uit te besteden. Dat zorgt voor lokale binding, trots op eigen werk. En we doen zo ook iets terug voor de lokale economie. Van Triest is in deze regio een van de voorlopers om vakmanschap op peil te houden. Gerrit Jan en ik hebben allebei meegewerkt aan het opzetten van de niveau 4-opleiding erfgoedschilderen in Zutphen, gegeven door Nationaal Centrum Erfgoedopleidingen.’

Band met het object
Goede kans dat de Vaassense firma het prieel bij Hoekelum aan het eind van de huidige onderhoudscyclus opnieuw mag opknappen. Het resultaat dat de schilders hebben geleverd is volgens De Kroon niets minder dan ‘fantastisch’. Geldschieters op de jaarlijkse donateursdagen waren zelfs verbluft, signaleerde de beheerder. ‘Wie een goed stukje werk levert, krijgt dat werk de volgende keer weer een-op-een gegund. Op die manier krijgen schilders een band met het object. Dat stimuleert om goed werk te blíjven maken.’
