De Witte Kerk in Steenbergen is een zogenoemde Waterstaatskerk – gebouwd onder toezicht van Rijkswaterstaat – uit 1830. Het was alweer negen jaar geleden dat Noom uit Sint-Maartensdijk deze kerk een onderhoudsbeurt gaf. De opdrachtgever was destijds zeer tevreden over het werk en gunde Noom het werk nu opnieuw. Ditmaal betrof het met name het onderhoud aan de neoclassicistische voorgevel met zijn Toscaanse halfzuilen, kroonlijst en driehoekig fronton, en de toren met de koepel.
Die toren meet maar liefst 42 meter. Bereikbaarheid was dan ook een uitdaging. ‘We hebben daar goed naar gekeken met degene die het werk negen jaar geleden uitvoerde’, vertelt projectleider Peter de Muijnck van Noom. ‘Toen is veel vanuit de werkbak aan een torenkraan gedaan en een klein deel vanuit een hoogwerker. De les was wel om dat nu andersom te doen. Een hoogwerker is veel stabieler. Alleen de achterkant van de toren konden we daar niet mee bereiken. Die hebben we vanuit een manbak aan een torenkraan gedaan.’

Liefhebbers gevraagd
Uitvoerder Cees Koopman was een van de schilders die de hoogwerker in ging voor het schilderwerk en de houtreparatie van de dakrand van de koepel. ‘Dat ging prima, tot windkracht 3. Dan voelt het boven al als windkracht 5. Gaat het nog harder waaien, dan drukt de wind de bak steeds verder van het werk weg.’
De Muijnck: ‘Voor het werk in de hoogwerker en de werkbak hebben we de mensen wel gevraagd of ze dat wilden. Je moet dat leuk vinden; anders moet je het niet doen. Je staat er wel negen of misschien tien uur op een dag in, want als het mooi weer is moet je dat benutten.’

Drone-inspectie
Wat De Muijnck betreft had het onderhoud al wat eerder mogen plaatsvinden. ‘Liefst zou je met zo’n werk eigenlijk een volledige inspectie vooraf doen, maar dan ben je al heel veel geld kwijt aan bijvoorbeeld kraanhuur. We hebben wel een drone-inspectie gedaan. Je ziet daarmee waar schade is, maar weet niet precies hoeveel en wat er nodig is om te herstellen. We hebben de schadebeelden als stelposten opgenomen in de begroting.’
Grootste schade was houtrot aan de koepelrand, dat gerepareerd is met bijpassend grenenhout. Daarnaast was er behoorlijke schade aan de bovenzijde van het stucwerk van de gevel. ‘De oorzaak daarvan was inwatering door een lekkende muurafdekker. Dat is hersteld en het stucwerk is gerepareerd door Bouwbedrijf Cauwenborgh uit Bergen op Zoom. Net als wij ERM-gecertificeerd. Dan weet je zeker dat de reparatie met de juiste materialen gebeurt; een kalkhoudende mortel dus in plaats van een cementgebonden mortel.’
Spanning in stucwerk
In het verleden is op dergelijke zaken minder goed gelet. De Muijnck heeft het kerkbestuur dan ook gewaarschuwd dat dit eigenlijk de laatste ronde van herstel en reparaties is. ‘Wat we nu aan de gevel doen, is vooral esthetisch. Het stucwerk is aan zijn eind. Ook zitten er al veel verflagen op de voorgevel, met spanningsverschil in de lagen. Een volgende keer moeten alle lagen eraf en moet je opnieuw beginnen, liefst met een volledig dampopen systeem. Maar dan moet je de kerk ook compleet in de steigers zetten, wat voor zo’n bouwwerk een enorme kostenpost is.’
‘We konden nu alles doen met hoogwerkers en alleen voor het lagere werk hebben we steigers ingezet. Aan de achterkant van de kerk hebben we wel een hoge steiger gebouwd. Daar zat op 17 meter hoogte een groot halfrond raam. Dat was de vorige keer niet meegenomen. De vraag was of we daar nu toch iets mee konden. Een hoogwerker kon hier niet komen vanwege de begraafplaats direct achter de kerk. Een vaste steiger bleek een prima oplossing. Die steigerbouw besteden we uit. Steigerbouwers kunnen dat beter en sneller. Bovendien kunnen onze mensen met hun eigen vak bezig zijn.’

Noom Groep
In totaal is Noom ongeveer zeven weken aan het werk met de kerk. ‘Het is hoog, in weer en wind, en het is veel. Kijk maar naar het schilderwerk van alleen al het timpaan. Al met al een pittige klus’, concludeert De Muijnck, die inmiddels alweer zes jaar bij Noom werkt en daar onder meer de monumenten onder zijn hoede neemt.
‘Ik ben opgeleid als restauratieschilder en heb in de verfindustrie gewerkt. We hebben destijds de keuze gemaakt voor groei en hebben het bedrijf opgedeeld in twee divisies: het schildersbedrijf en vastgoedonderhoud, dat zich ook bezighoudt met verduurzaming en werkt voor met name VvE’s en woningcorporaties. Met het schildersbedrijf richten we ons op het hogere particuliere segment en op monumenten. Daarmee houden we ook onze mensen vast, want ouderwetse vaklieden willen mooi werk en dit is wat ze mooi vinden. We hebben toen ook vijf mensen op cursus voor ERM-schilder gestuurd. We willen groeien, maar wel met behoud – en zelfs toename – van kwaliteitsbesef.’
