Houtrotinspectie is voor elk onderhoudsbedrijf een uitdaging. Er blijft altijd een bepaalde mate van onzekerheid in zitten, wat resulteert in stelposten: een voorlopig, geschat bedrag in een offerte voor werkzaamheden of materialen waarvan de exacte kosten nog niet bekend zijn.
Met name corporaties willen niet geconfronteerd worden met meerwerk en willen af van deze stelposten. Efficiënter inspecteren van houtrot is voor OnderhoudNL dan ook een belangrijk thema, waar de branchevereniging al vanaf 2021 onderzoek naar laat doen. Die onderzoeken richtten zich in eerste instantie vooral op het ontwikkelen van inspectiemethodes zonder in het hout te prikken of het op een andere manier te beschadigen. De bedoeling was hiervoor een klein, handzaam en niet al te duur apparaat te ontwikkelen dat niet alleen verstoringen in de ondergrond opspoort, maar ook de aard en omvang daarvan vaststelt.
Ingehaald
‘Maar we zijn ingehaald door nieuwe ontwikkelingen’, zegt Krikken. ‘Er zijn nu al vochtmeters die je gewoon op het hout zet en die tot 20 millimeter diep het vochtgehalte kunnen vaststellen.’ Hij voegt daar wel gelijk aan toe dat het gebruik van die vochtmeters niet zo veel voorkomt. ‘Zo’n apparaatje kost toch een paar honderd euro. Veel schilders vinden dat ze ook zonder zo’n meter het risico wel kunnen inschatten.’
Het was voor Krikken reden eerst maar eens met marktpartijen te praten om te ontdekken waar hun behoeftes wél liggen. ‘We hebben daar zes bedrijven bij betrokken, van klein tot groot. Inmiddels hebben we een gezamenlijke sessie gehad met een bedrijf in dronetechnologie, om te kijken of we daar wat mee kunnen.’
Extrapoleren
Het probleem van de onzekerheid van inspecties en bijbehorende stelposten bleek namelijk vooral te spelen bij grootschalige opnames voor corporaties. ‘Die willen in het voorjaar hun bezit laten inspecteren om onderhoud voor dat en het volgende jaar vast te stellen. Bedrijven zijn daar dan wekenlang druk mee. Vaak wordt daarbij gekozen om niet honderd procent te inspecteren maar een lager percentage en dan te extrapoleren. Hierdoor blijft er een foutmarge aanwezig.’
De hoop is dat de drone-inspecties met aangepaste camera’s kunnen helpen de steekproeven te verbeteren. Idealiter zou de te ontwikkelen camera van afstand objecten scannen en vochtplekken detecteren, waar dan nadere inspectie volgt.
Of deze technologie ontwikkeld kan worden en zo ja op welke termijn, durft Krikken niet te zeggen. ‘Het is wellicht iets van de lange adem. Anderzijds: technologische ontwikkelingen gaan heel snel. Als je nu niets in gang zet, mis je wellicht de boot.’
Meer lezen over houtrotinspectie en -reparatie?
