Volgens minister Aartsen van Werk en Participatie zorgde juist dit onderdeel voor te veel onrust bij zzp’ers en opdrachtgevers. Door het te schrappen wil het kabinet meer rust en duidelijkheid op de zzp-markt creëren.
Tegelijkertijd wordt de weg vrijgemaakt voor een nieuwe Zelfstandigenwet, waarin de positie van zelfstandigen wettelijk duidelijker moet worden vastgelegd. Het kabinet gaat de komende tijd verder werken aan de uitwerking van deze wet.
De Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN), een samenwerkingsverband van organisaties die opkomen voor de belangen van zelfstandigen, waaronder Zelfstandigen Bouw, ONL voor Ondernemers, PZO, ZZP Nederland en Platform Zelfstandige Ondernemers, reageert positief op het besluit om het verduidelijkingsdeel van de Vbar te schrappen.
Specifiek gaat het om criteria die in nieuwe Vbar-regelgeving staan waarmee duidelijk gemaakt zou worden wie wel als zzp’er ingehuurd kan worden en wie niet. Op de arbeidsmarkt zorgde deze voorgenomen aanpassing voor enorme spanning. Zo verloren zzp’ers opdrachtgevers die het risico niet wilden nemen, terwijl ondertussen ook het aantal nieuwe zzp’ers afnam.
Voorzitter Connie Maathuis zegt hierover: “Het is goed dat het kabinet erkent dat dit deel van de wet tot onrust leidde in de markt. Zelfstandigen en opdrachtgevers hebben vooral behoefte aan duidelijke en werkbare regels, zodat opdrachten niet onnodig verdwijnen.”
Werknemerschap
Wel wil het kabinet doorgaan met de invoering van het rechtsvermoeden van werknemerschap voor laagbetaalde zzp’ers. Zelfstandigen met een uurtarief tot 38 euro (peildatum 1 januari 2026) kunnen zich straks beroepen op dit rechtsvermoeden.
In dat geval moet de opdrachtgever aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Lukt dat niet, dan kan de zzp’er aanspraak maken op de rechten en bescherming die horen bij een dienstverband.
Maathuis: “Wij hebben steeds gepleit voor de invoering van het rechtsvermoeden. Daarmee wordt bescherming geboden waar dat nodig is, terwijl er tegelijk erkenning blijft voor mensen die écht als ondernemer werken.”
Schijnzelfstandigheid
De handhaving op schijnzelfstandigheid blijft ondertussen ongewijzigd. Sinds 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst weer volledig op situaties waarin zelfstandigen feitelijk als werknemer werken. Als blijkt dat sprake is van een dienstverband, moet de opdrachtgever alsnog loonheffingen afdragen en kunnen ook verplichtingen op het gebied van arbeidsrecht en pensioen volgen.
In Nederland werken momenteel bijna 1,2 miljoen mensen als zzp’er, waaronder vele in de schildersbranche. Met de nieuwe koers wil het kabinet, volgens Aartsen, zorgen voor duidelijke en werkbare regels, zodat opdrachten niet onnodig verdwijnen en zelfstandigen een positie krijgen die past bij modern ondernemerschap.
Aartsen (foto) onder is eerder als Kamerlid jaren bezig geweest met de zzp-wetgeving, die hij te onduidelijk vond en onwerkbaar voor zelfstandigen.

