Ze werden in de jaren zestig in rap tempo uit de grond gestampt: hele wijken met blokken rijtjeswoningen. En zoals dat vaak gaat met een combinatie van hoge snelheid en grote hoeveelheden, delfde kwaliteit het onderspit. Soms bewust – denk aan een vooraf bepaalde levensduur – soms door gebrek aan kennis.
Voor het geveltimmerwerk was veel hout nodig. De keuze viel dan ook op productiebossen met voornamelijk snelgroeiend naaldhout, zoals sparren (vuren) en grove dennen (grenen). Niet te vergelijken met het oude hout dat tot en met de jaren dertig werd gebruikt. Dat was natuurlijker, veel langzamer gegroeid en verwerkt, waardoor de cellen kleiner blijven. Het hout was zwaarder en beter. Zo werd een nieuw probleem geboren.
Meer ‘rottigheid’
Want dit productiehout schept in combinatie met enkel glas, matige ventilatie en slechte beglazingssystemen een prima situatie voor houtrot. De eerste jaren kon het hout het nog wel aan, maar na verloop van tijd ontstond er steeds meer ‘rottigheid’. Vanaf de jaren zeventig – met een piek in de jaren tachtig – werd houtrot een almaar groter wordende kostenpost bij onderhoudsprojecten. Hout herstellen met een nieuw houten passtuk en wat houtlijm of polyester plamuur bleek slechts een tijdelijke oplossing: het houtrot kwam na korte tijd gewoon weer terug. De vraag naar een goede methode voor duurzame reparaties werd daardoor steeds groter.


Koud op elkaar
Ter verduidelijking: de reparatiemethodes die destijds werden gebruikt, hadden één overeenkomst. Het waren allemaal starre verbindingen. Meestal hout koud op elkaar. Soms met stopverf of met polyester plamuur ertussen. Vaak door de timmerman nog even vastgezet met stalen spijkers of schroeven. Door het verschil in werking van het oude en nieuwe hout ontstond speling in de verbinding. De verflaag brak en water kon via capillaire werking binnentreden. Met nieuw houtrot tot gevolg.
Elastische epoxy
In de jaren tachtig werd flink gewerkt aan een oplossing, met een nieuw product van het Nederlandse bedrijf Window Care als resultaat. In plaats van een starre verbinding met spijkers en harde vulmiddelen introduceerde het een enigszins elastisch materiaal, een epoxy. Een overschilderbare twee componenten pasta, dat heel goed verlijmde maar waarmee je ook gaten volledig kon vullen. Door de elastische eigenschappen van deze epoxy konden de verbindingen van nieuw en oud hout de werking opvangen, daarbij de verbinding intact latend. De interesse van de grote opdrachtgevers was snel gewekt en vanaf toen ging het hard.

Repareren én voorkomen
Door toenemende kennis en onderzoek werd een nieuw systeem van houtrotreparatie ontwikkeld. Begin jaren negentig was er dan ook een heel pakket aan producten beschikbaar. Om houtrot te repareren én te voorkomen. Compleet met nieuwe gereedschappen en hulpmiddelen. Er werden opleidingen gegeven aan vakmensen en opdrachtgevers. Praktijkervaringen werden meteen verwerkt om producten en systemen te verbeteren. Kennis over het ontstaan, repareren en voorkomen van houtrot nam een enorme stap voorwaarts. Hier werd de basis gelegd voor de manier waarop we nu nog steeds houtrot aanpakken.
Houtrotspecialisten
Tegenwoordig is houtrotreparatie met epoxy heel gangbaar, het is een bewezen manier gebleken. De meeste schilders die houtrot repareren, hebben een cursus gedaan en zijn goed op de hoogte van de voorschriften. Diverse bedrijven hebben zich zelfs volledig gespecialiseerd in houtrotaanpak. Op de grote projecten gaan deze vakmensen voor de schilder uit en herstellen het geveltimmerwerk volledig, zodat de schilder daar mooi achteraan kan komen. Er zijn nu ook meerdere fabrikanten die systemen voor reparaties leveren. Al verschillen de methodes niet veel.
Pasta als vullende lijm
Houtrotreparatie is inmiddels een integraal onderdeel van het schildersvak. Net als glaszetten en behangwerk dat zijn. Hele grote veranderingen in methodes zijn er na de stormachtige ontwikkelingen in de jaren negentig niet geweest. Eerder doorontwikkelingen: verbeterde producten, al dan niet met winterkwaliteit of juist razendsnel uithardende varianten. Ook zijn er nu alternatieven voor epoxy, die qua systeem niet heel anders werken.
De tendens die je wel ziet: de pasta als een soort vullende lijm gebruiken in plaats van als een vulmiddel. Met de komst van goed accugereedschap, zoals diverse soorten zagen, is het pas maken van nieuwe stukken hout gemakkelijker geworden. Het verwijderen van houtrot kan daardoor veel ruimer. Hierdoor is het risico dat er nog wat oud rot blijft zitten zo goed als nul. Ook is er dan veel minder pasta om te schuren, wat tijdwinst oplevert.



Terugkerende bezigheid
De meeste jaren zestig woningen zijn ondertussen gerenoveerd en veelal voorzien van nieuwe (soms kunststof) kozijnen met moderne, dubbele beglazing en goede ventilatie. Het risico op houtrot is daarmee veel kleiner geworden. In de alledaagse schilderspraktijk is houtrotreparatie echter nog steeds een terugkerende bezigheid. Alleen al een tuintje ophogen, is vaak voldoende voor een rotte onderdorpel. Voorlopig zal er in de meeste schildersbussen dus nog wel een setje twee componenten epoxypasta te vinden zijn.
Meer lezen over houtrot?
