De oorzaak weet ik nog steeds niet. Ik leerde pas op latere leeftijd skiën, maar volgde trouw elk jaar les. De piste was niet lastig en dankzij Dry January was ik scherper dan ooit. Toch lag ik daar. Na een paar dagen mocht ik gaan. Omdat het beloofde taxivervoer niet van zich liet horen, besloot ik zelf de trein te pakken. Ik wilde naar huis.
In het ziekenhuis kreeg ik een forse dosis pijnstillers en een mitella mee. Inmiddels had ik contact met Nederlandse artsen en het verschil in visie viel direct op. Waar ze in Oostenrijk zweren bij absolute rust, zeggen we hier: ‘Dit mag je alweer, dus ga het vooral doen.’ Omdat ik van de school ‘zo snel mogelijk weer normaal bewegen’ ben, stapte ik met mijn mitella de trein in.
Die mitella was niet alleen ter ondersteuning; het was mijn schild. Een zichtbaar signaal aan de buitenwereld: blijf uit de buurt van mijn linkerkant. Ik had de reis gepland als een bejaarde: de route met de minste overstappen en overal een uur buffertijd. Geen haast, niet rennen. Ik werd er bijna zen van.
De weken daarna hanteerde ik de ‘mitellamethode’ zodra ik een drukke omgeving in stapte. Het effect van een zichtbare handicap is bijzonder. Bekenden tonen direct belangstelling en in een rustige trein bieden mensen vlot hun plek aan. Maar zodra het drukker wordt en de noodzaak voor een zitplaats stijgt, neemt de bereidheid af. Mensen verliezen in de drukte hun oog voor de omgeving.
Mijn eigen waarneming is door dit avontuur ook blijvend veranderd. Ik zie het nu direct als iemand ‘apart’ beweegt, begrijp waarom die ene persoon langzamer is of minder oplettend lijkt. Had ik die val willen missen? De pijn absoluut; de les in omkijken naar je omgeving niet. Soms moet je blijkbaar zelf even uit de pas lopen om te zien hoe de rest van de wereld zich beweegt.
Een vraag of opmerking aan het adres van Alger van Maaren? Mail hem:
