Blog

Over biologisch, biobased, groen en duurzaam worden nogal wat feiten en fabels rondgebazuind. Dat is jammer, want aan verwarring heeft niemand wat. Ik vat eens een paar van de hardnekkigste feiten en ficties bij de horens.

Een fabel is de uitspraak: ‘Biobased is hetzelfde als biologisch afbreekbaar.’ Biobased wil namelijk alleen maar zeggen dat hoofdzakelijk grondstoffen met een biologische oorsprong (meestal plantaardig zoals vetzuur en suiker) gebruikt zijn. Terwijl ‘biologisch afbreekbaar’ wil zeggen dat de natuur het (doorgaans na hydrolyse) biologisch af kan breken tot mogelijk zelfs weer fossiele grondstoffen. Een biobased polymeer dat niet biologisch afbreekbaar is bijvoorbeeld poly-itaconzuur. Een voorbeeld van het omgekeerde, dus een wél biologisch afbreekbare maar niét biobased stof is de weekmaker dibutyladipaat.

Bedrijfseconomisch

Een feit , daarentegen, is: ‘De begrippen ECO-OK, CO2 voetafdruk (carbon footprint), het voorvoegsel plant- en een betiteling als ‘fully recyclable’ hebben met biobased of biologisch afbreekbaar weinig tot niets te maken. Deze, en andere begrippen worden vaak ingezet voor bedrijfseconomische doeleinden.

 

Pet is soep

‘Kunststof is rommel, veroorzaakt plastic soep en het gebruik er van moet vermeden worden.’ Fabel. Kunststof veroorzaakt geen plastic soep, dat doen de mensen die er verkeerd mee om gaan. Kunststof is een waardevol tussenstation van al dan niet fossiele koolstof op weg naar verbranding. En aangezien biobased plastic soep ook plastic soep is, horen PET-flesjes niet tussen de plantjes. Ook al zegt een grote frisdrankfabrikant te beschikken over een ‘plant bottle’.

Betalen uit principe

Een fabel is dan weer: ‘Geen eindgebruiker wil betalen voor biobased’. Voor 90 % van de particuliere eindgebruikers zal dit inderdaad wel gelden. Maar voor veel institutionele eindgebruikers zoals de overheid is biobased vaak een prestigeproject en een principe en die zullen wel (iets) meer willen betalen.

Plastic blijft!

Nog een fabel: ‘Op termijn zijn alle plastics biodegradable.’ Ja, het is een feit als je een halfwaardetijd van 500 jaar in een waterige omgeving van 50 graden Celsius ziet als realistisch. En dan gaat het in het voorbeeld van PET nog over een polycondensaat. Van de andere soorten polymeren, zoals acrylaten en urethanen, valt het ergste te vrezen. Zeker polymeren met een neiging tot kristallisatie verzetten zich tegen biologische afbraak.

Biobased is niet footprintreductie

Een feit dan maar weer: ‘Biobased betekent niet per definitie een betere carbon footprint.’ Dat klopt. In de carbon footprint (aantal kg CO2-equivalent wat de lucht en het product in gaat per kilo product) zit namelijk ook de energie die nodig is om van een biobased materiaal iets bruikbaars te maken. En dat is vaak meer dan we denken. Zo is de carbon footprint van thinner lager dan die van ge-epoxideerde lijnolie. En deze laatste heeft alleen maar biobased koolstofatomen. Thinner niet.

Opschalen

Nog een fabel? ‘Er zijn onvoldoende technische ontwikkelingen rond biobased grondstoffen.’ De technologie is er vaak wel, maar de schaalgrootte is onvoldoende om een interessante prijs te realiseren. De techniek loopt voor op de economie.

Koolstofgehalte

Enne, een feit: ‘Biobased is te meten.’ Het gehalte aan biobased koolstof is te meten via 14C datering. En alhoewel er in biobased grondstoffen meer zit dan alleen koolstof, is het koolstofgehalte vaak in grote lijnen hetzelfde in alle biobased grondstoffen. In de praktijk blijkt dan ook dat via 14C gemeten biobased gehaltes overeenkomen met de uit de samenstelling berekende.

Second generation suiker

Tot slot nog een fabel: ‘Suikergebaseerde grondstoffen zijn in strijd met de voedingsstroom.’ Tegenwoordige zogenaamde ‘second generation’ suikers worden gewonnen uit biomassa en dus in bioraffinaderijen. En alhoewel het vaak gewone glucose en xylose is, zijn deze producten niet toegelaten in de voedingsstroom. Als gevolg van al dan niet terechte wetgeving mag dit ‘afval’ niet gebruikt worden als voeding.

Over A Hofland

Ad Hofland (1957, gelukkig hertrouwd, 3 + 3 zonen) begon na zijn promotie aan de Universiteit van Amsterdam in 1984 als R&D Chemist bij het toenmalige DSM Coating Resins aan de Ceintuurbaan in Zwolle. Met direct al een voorliefde voor alkydharsen besloot hij dat deze duurzame producten ook met minder en wellicht zelfs zonder oplosmiddel geleverd konden worden.

Na een korte carrière in managementfuncties legde hij zich toe op high solids alkyden, alkyd emulsies en alkyd/acrylaat hybride systemen. Dit resulteerde in 1992 na de introductie van een pakket alkyd emulsies in de DSM Innovatieprijs.

Daarna volgden nog diverse functies in marketing en productie, uiteraard allemaal gerelateerd aan alkyd emulsies. Na diverse patenten, publicaties en presentaties besloot hij zich, en niet per sé voor DSM, toe te leggen op promotie van chemie in zijn algemeenheid en van alkydharsen, duurzaamheid en biobased economy in het bijzonder.

Bekijk alle berichten van A Hofland

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *