Het meest extreme voorbeeld dat ik mij herinner, stamt uit mijn tijd als 20-jarige stagiair bij een gerenommeerd schildersbedrijf. Na het coaten van een fabrieksvloer bleef een halfvolle emmer watergedragen tweecomponenten epoxy vloercoating over. Al aangemaakt en dus niet meer te bewaren. Op aanwijzing van mijn leermeester trokken we een putdeksel in de stoep open en goten de inhoud van de emmer zo het riool in. Ik heb er nog een schuldgevoel over.
Ook het spoelwater van verfspuiten vond regelmatig zijn weg via het toilet naar het riool. Je wist wel dat het niet de bedoeling was, maar echt goede alternatieven waren er toen nog nauwelijks.
Pas jaren later begon ik mij af te vragen wat er met al die polymeren, pigmenten en vulstoffen gebeurt nadat ze door het putje zijn verdwenen. Hoeveel daarvan wordt daadwerkelijk verwijderd in een rioolwaterzuiveringsinstallatie? Hoeveel bereikt uiteindelijk toch ons eigen drinkwater?
Die vragen zijn vandaag relevanter dan ooit. Waar vroeger vooral werd gekeken naar oplosmiddelen en VOS-emissies, verschuift de aandacht steeds meer naar microplastics en oplosbare verontreinigingen. Vaststaat dat veel microplastics van verf komen. Onder meer door het uitspoelen van gereedschap, maar vaker nog uit droge verf, via bijvoorbeeld slijtage en schuren. Het probleem rond de microplastics zou na VOC2010 (Europese wetgeving die minder oplosmiddel in verven en lakken toestaat, red.) weleens een nieuwe grote verandering in de verfbranche teweeg kunnen brengen.
Meer blogs van Richard Hoogstraten lees je hier.
Over hetzelfde onderwerp:
