Jan Baatje is er de man niet naar om zichzelf schouderklopjes te geven. Maar de feiten liegen niet: de aanvragen blijven binnenstromen bij de bijna 75-jarige schilder uit het Noord-Friese Oude Leije. ‘Ik vind het werk nog leuk, anders zou ik het niet meer doen’, glundert de liefhebber. Jan Baatje is kwastverliefd.
We treffen de vakveteraan bij het Aanloophuis in Leeuwarden, een vaste klant. Eens in de zoveel jaar komt hij terug bij deze ‘huiskamer’ aan de Bagijnestraat – in het oudste gedeelte van de stad – waar dak- en thuislozen terechtkunnen, maar ook mensen met weinig sociale contacten. Voor een kop koffie, thee of soep, een spelletje of gewoon een luisterend oor van een van de meer dan honderd vrijwilligers. Zij doen dit volgens de zogeheten presentiemethode: aansluiten bij de ander zonder vooropgezet plan en steeds weer opnieuw afstemmen op de ander.

Op christelijke leest geschoeid
In de woorden van Harmke Lagerwaard-Louwsma, de enige betaalde kracht in deze door de kerken opgezette en gefinancierde ontmoetingsplek: ‘We zijn een christelijke organisatie, dat is onze basis. Zonder oordeel proberen wij mensen te dienen, op gelijkwaardigheidsbasis, op je nu barvrijwilliger bent of hier als gast binnenkomt. Mensen bepalen zelf wat ze wel of niet vertellen, daar gaan we niet naar vissen. Maar soms is de nood heel hoog en nemen wij even de tijd om in gesprek te gaan.’ Verslaafden worden doorverwezen naar bijvoorbeeld het Leger des Heils. Lagerwaard: ‘Wij zijn een vrijwilligersorganisatie, vandaar dat we ook een deurbeleid hebben. Maar we hebben ons netwerk.’
Tot dat netwerk behoort ook Jan Baatje, die vanuit zijn eigen expertise graag zijn steentje bijdraagt aan het Aanloophuis. ‘We hebben een periodiek plan voor dit pand’, vertelt hij aan de koffietafel. ‘Dan is de voorkant aan de beurt, dan de zijkant, dan de achterkant. Zodoende zijn we – mijn zoon Ferry en ik – hier bijna elk jaar. Vorig jaar winter hebben we de bovenverdieping nog geschilderd. Dat was nodig ook, want het zag er niet meer zo goed uit.’
In tegenstelling tot de voorgevel, waar de steigerconstructie deze weken niet te missen is. ‘We hebben hier een jaar of zeven terug nog geschilderd. Bovendien hebben we het tussendoor nog een keer bijgewerkt, om eventueel houtrot in bedwang te houden. We zijn nu wel weer wat rotte delen tegengekomen. Die repareer ik zelf, met een epoxy of door deelvervanging. Verder zijn de kroonlijsten belangrijk. Het is een rijksmonument, dus je mag niet zomaar alles doen wat je wil. Ook zijn de kleuren nadrukkelijk voorgeschreven.’


Oude stempel
Welke kleuren dit zijn, appt Baatje later. Door een foto te maken van de kleurcodes in doktershandschrift op een kladje: NO.15.10 (monumentengroen) voor de deuren en ramen, RAL7022 (ombergrijs) voor de dorpels en vensterbanken, RAL7034 (geelgrijs) voor de goten en de kozijnen en RAL7032 (kiezelgrijs) voor de daklijsten ‘Ik ben van de oude stempel’, lacht de Fries. Daarmee doelt hij niet alléén op zijn manier van communiceren. Hij heeft het ook over de verfroller. Die komt er niet aan te pas bij deze vakman. ‘Het woord roller is bij mij taboe, om over sinaasappeleffect nog maar te zwijgen. Ik ben een schilder, geen roller. Ik mag graag een kwaststreepje zien in de verf.’
Hij schat in dat het Aanloophuis, ooit een koetshuis, er na deze schilderbeurt weer een jaar of zes tegenaan kan. Dan is Jan Baatje 80. ‘En dan kom ik niet meer hoor!’, roept hij lachend uit. Eerst zien, dan geloven. Eerst heeft hij nog een drietal fraaie jubilea te vieren. ‘Volgend jaar word ik 75, bestaat mijn bedrijf 25 jaar én zijn mijn vrouw en ik 50 jaar getrouwd.’ Mijlpalen waarvoor zelfs Jan Baatje de kwast even op gepaste afstand houdt.

