Het Spaansche Hof in Den Haag stamt uit 1469. Het dankt zijn naam aan de periode dat het in gebruik was als ambassade van Spanje. De laatste jaren was het een bedrijfsverzamelgebouw en het wordt nu getransformeerd naar een hotel, waarbij de oude stijlkamers in gebruik zijn en blijven als trouw- en evenementenlocatie. De oorspronkelijke grandeur was grotendeels verdwenen door achterstallig onderhoud. Waardoor het dus tijd was voor grondig herstel.
De schilders en glaszetters van Coen Hagedoorn Leiden werken op dit project nauw samen met restauratie-aannemer Jurriëns, die eveneens behoort tot de Coen Hagedoorn groep. ‘Maar dat betekent niet dat wij zulk werk ook automatisch krijgen’, zegt projectleider Matthijs van der Linden.
ERM-certificering
De vestiging Leiden was oorspronkelijk Van der Werf Vastgoedonderhoud en ging acht jaar geleden verder onder de vlag van Coen Hagedoorn. De vestiging doet vastgoedonderhoud in brede zin, van woningverduurzaming tot en met monumentaal schilderwerk. Sinds kort is Coen Hagedoorn Leiden ook een ERM-gecertificeerd (URL 4009) schildersbedrijf, waarvoor met name Matthijs zich sterk heeft gemaakt. Hij volgde aan de NCE zelf de opleiding Inspecteur Gebouwd Erfgoed, terwijl een collega in opleiding is voor erfgoedschilder. ‘We hebben een paar jongens die echt warmlopen voor monumenten’, geeft Matthijs aan. Die ploeg heeft daar inmiddels ook al jarenlange ervaring mee. ‘We willen dat werk graag uitbreiden. We sorteren er daarom nu op voor dat ERM-certificering steeds vaker verplicht gaat worden.’
Restauratie-aannemer Jurriëns is eveneens ERM-gecertificeerd. Beide bedrijven werken dus volgens de restauratieladder. Matthijs: ‘In project Spaansche Hof zijn er allerlei voorbeelden te zien hoe dat afwijkt van een standaard renovatie. Neem de ramen van onder meer de dakkappellen. Daar zat heel veel houtrot. Maar zelfs als 40 procent verrot is, kies je nog voor herstel in plaats van vervanging. De monumentale waarde moeten we te allen tijde proberen te bewaren.’

Verftechnisch advies
‘We werken hier op basis van verftechnische adviezen van Wijzonol. We doen al veel met Wijzonol, maar deze producent is ook heel ver in het afstemmen van hun adviezen op de ERM-richtlijnen. Dat betekent dat ze uitgaan van zo veel mogelijk behoud; kan dat niet, dan wordt dat goed onderbouwd. Dat gold hier vooral voor de achtergevel, waar veel te dikke verflagen op zaten. Dan moet je goed te verantwoorden keuzes maken.’
Bij dit werk is een beperkte voorinspectie gedaan. Samen met Jurriëns is op een aantal plekken geprikt. De achtergevel was echter niet bereikbaar. ‘Liever doen we dat wel op dit soort projecten. Dan heb je meer tijd voor voorbereiding, bijvoorbeeld om het goede hout voor deelvervanging te zoeken.’
Chroom-6
Wat bij vooronderzoek ook aan het licht kwam, was dat verf met chroom-6 was gebruikt voor de kozijnen. ‘We kennen dat vooral van metaal, maar het blijkt ook op hout te zijn toegepast. We weten uit het onderzoek dat het erop zit, maar niet in welke gradatie. Het betekent dat je moet werken volgens de richtlijnen voor chroom-6, waarbij je voor persoonlijke bescherming moet schuren in een speciaal pak en met een volgelaatsmasker. Dat pak moet elke pauze worden vernieuwd. Stof moet worden afgezogen en afgevoerd als chemisch afval. Het werkgebied wordt afgezet.’ Werken met zo’n masker op, vraagt wel extra inspanning van de schilder. ‘We hebben de planning daarop aangepast. We gaan nu niet de hele voorgevel in één keer schuren, maar wisselen het werk af.’

Schilder Jeffrey Elia werkt daarbij wel met kozijnen waar het glas uit is. ‘Het glas wordt vervangen door Fineo vacuümglas, dat met een dikte van 6 tot 8 mm in de bestaande sponning past. Het glas was gezet in asbesthoudende stopverf, die vooraf is gesaneerd.’ De glaszetters van Coen Hagedoorn plaatsen het nieuwe vacuümglas met stopverfvervanger Monustop.
Stucwerk schilderen
Naast het vele houtwerk heeft Coen Hagedoorn Leiden in dit project ook stucwerk op buitenmuren te schilderen. ‘Daar zitten vrij veel scheuren en slechte stukken in. De stukadoor gaat kijken of het nog te repareren is of dat het compleet vernieuwd moet worden. Daarna gaan wij het afwerken. Dat doen we met de roller. We gaan hier niet spuiten. Maar soms is spuiten ook in monumenten wel een heel goede oplossing. Bijvoorbeeld als de ondergrond niet draagkrachtig genoeg is.’
Stijlkamers
Ook aan de binnenzijde van het Spaansche Hof moet veel worden geschilderd. Voor een deel wordt het interieur compleet vernieuwd om ruimte te maken voor hotelkamers, maar oude kozijnen, deuren en plafonds blijven intact. Een extra uitdaging zit in de stijlkamers. Die hebben een andere exploitant dan het hotel, maar worden vanwege de raakvlakken toch meegenomen. Het budget is echter heel beperkt.

Matthijs: ‘We moeten nog goed kijken hoe we dat gaan doen. Zowel het stucwerk van de plafonds als het schilderwerk van het vele hout is aan het scheuren en bladderen. Vooral doordat er te veel lagen op zitten, waardoor spanning ontstaat. Wat ga je dan doen met een beperkt budget? Je kunt niet alles eraf halen, maar repareren is ook heel lastig. En je wilt toch net werk achterlaten.’
