Stralen deden ze, het bouwteam dat in Tilburg op dit moment gezamenlijk 180 woningen renoveert. Schildersbedrijf Van Son maakt deel uit van dat bouwteam. Maar ook waarschuwende woorden op het Fosag Congres: gedeeld vastgoedbeheer komt eraan, maar voor minder schildersbedrijven dan nu.
Een ronduit sterk congres mocht de nieuwe Fosag-voorzitter Ruud Maas op dinsdag 25 november inleiden. Niet alleen waren de sprekers inspirerend en goed op de hoogte, ook de noodzaak van ‘vernieuwend vastgoedbeheer’ werd al snel duidelijk.
Vastgoedbeheer en woningcorporaties
Zoals in de presentatie van Kees van Noort, partner van Arcadis en als visitator betrokken bij tal van woningcorporaties. Hij maakte duidelijk dat vastgoedbeheer bij veel woningcorporaties ‘eigenlijk niet zo goed’ geregeld is. Vastgoedontwikkeling wordt nog altijd veel belangrijker gevonden. Voor het onderhoud kiezen corporaties te vaak voor de schijnbaar gemakkelijke weg van het aanbesteden. Maar dat gaat snel veranderen, weet Van Noort zeker. Onder andere vanwege de financiële situatie van de corporaties. Aanbesteden van onderhoud is aantoonbaar niet het financieel gunstigst. Onder andere omdat er werkzaamheden dan slecht op elkaar worden afgestemd, omdat de werkelijke conditie van het gebouw er niet in betrokken wordt en omdat meerwerk en faalkosten de kosten omhoog jagen. Daarnaast dringt het besef door dat de exploitatiekosten van gebouwen over het algemeen veel hoger liggen dan de stichtingskosten. Tenslotte hebben de corporaties steeds meer te doen met huurders in de ‘vrije sector’. Deze bewoners stellen hogere eisen aan het onderhoud en aan het schade- en mutatiebeheer dan de ‘doorsnee’- huurder.
Besparen door samenwerken
Jan van Hout, directeur-eigenaar van installatiebureau Gebroeders Van Hout, gaf vervolgens in een wervelende presentatie overtuigende voorbeelden van hoe het wel kan. Als voorbeeld nam hij zijn eigen huis, een vrijstaand optrekje, gebouwd in 1930. Om het leefcomfort in die woning te verhogen is een duizelingwekkend aantal aannemers nodig: voor de ketel, de dakisolatie, de spouwmuurisolatie, de beglazing et cetera, allen met hun eigen kennis en kunde. Van Hout probeert met zijn eigen onderneming én met het samenwerkingsverband nu gespecialiseerde aannemers bij elkaar te brengen om zowel in nieuwbouw als in renovatie opdrachtgevers te ontzorgen en belangrijke energiebesparingen te realiseren. Fascinerend was de sheet waarmee Van Hout liet zien dat als er traditioneel wordt gewerkt de kosten ruim 10 procent hoger liggen dan in een direct samenwerkingsverband.
Onderaannemers moeten mee gaan
En dan Jan van Son van Van Son Onderhoud & Schilderwerken. Hij kwam op het podium met een trotse André van der Wouw van woningcorporatie Tiwos, een al even trotse directeur Cas Stuut van bouwbedrijf Henriks Coppelmans en adviseur Dirk Zuijderveld. Stuut vertelde hoe een aantal bouwpartners elkaar na oplevering van een renovatiewerk stond aan te kijken: eindelijk liep alles goed, was er een goede werkrelatie ontstaan, en nu was het werk alweer over en kon iedereen opnieuw beginnen. Van der Wouw had wel oren naar een experiment en zo werd met hetzelfde bouwteam een werk aangepakt van 180 woningen. Daarbij ontmoeten de directies elkaar regelmatig evenals hun werkvoorbereiders. Én op de werkvloer wordt goed samengewerkt: schilders die de dakdekkers helpen met opruimen, bijvoorbeeld. Een werkwijze die alle deelnemende partijen geld oplevert én een veel grotere bewonerstevredenheid: Tiwos ontving sinds het begin van het werk, dertig woningen geleden nog niet één klacht van een bewoner. Het was aannemer Stuut die de volle Fosag-zaal waarschuwde: ‘Dit soort samenwerking zal veel vaker gaan plaatsvinden. Onderaannemers zullen daar in mee moeten gaan. Want zeker is dat je maar met weinig schildersbedrijven zo kunt samenwerken. Er gaan bedrijven afvallen.’
