Leeuw Aslan ontwaakt, gaapt eens diep, schudt zijn manen en trakteert de bezoekers – nog niet zo veel op dit vroege tijdstip – op een uitbundig brulconcert. Ook goeiemorgen. Richard de Jong van Verf van der Feer kijkt er niet meer van op. Zijn groothandel is al jaren de vaste verfleverancier voor Stichting Leeuw, onderdeel van Dierenpark Hoenderdaell, in het Noord-Hollandse Anna Paulowna. ‘Begonnen als hobby, maar dat is een beetje uit de klauwen gelopen’, zegt hij met gevoel voor beeldspraak over de bijzondere locatie.
De Jong is kind aan huis bij de stichting die leeuwen, tijgers, poema’s, lynxen en andere katachtigen opvangt. Zij zijn veelal afkomstig uit oorlogsgebieden, circussen of slechte situaties bij particulieren. Verzorgers lappen hen met liefde op. ‘We stoppen er heel veel tijd en energie in’, zegt de toegewijde verzorgster Sandra Kuijmans. ‘We proberen de dieren écht te leren kennen. Elke casus is anders. Ieder dier heeft zijn eigen verhaal, zijn eigen rugzakje.’
Statussymbool
Zoals Omar, een Afrikaanse leeuw uit een circus in Slowakije. ‘Als je zag hoe hij binnenkwam… meer dood dan levend’, vertelt Kuijmans, die als een leeuw waakt over haar leeuwen. ‘Hij was graatmager en zat onder de wonden. Hij zat bij een crimineel in de achtertuin, als een soort statussymbool. Die voerde hem met slagroom. Wij hebben geprobeerd hem in leven te houden.’ Met succes, want Omar leeft alweer een tijdje in het semiwild bij zusterbedrijf The Lions Foundation in Zuid-Afrika. ‘Hij is daar gekoppeld aan een voormalig circusleeuwin en die twee hebben het heel leuk samen.’
Andere katachtigen van Stichting Leeuw gaan naar Kazachstan waar een project voor soortbehoud op poten is gezet. ‘In een zeer afgelegen gebied en met zo min mogelijk menselijk contact’, weet Kuijmans. ‘Ondertussen worden ze wel gemonitord door camera’s. Krijgen ze welpen, dan kunnen die dusdanig wild worden opgevoed waardoor zij wél weer in het wild kunnen worden uitgezet.’
Voor het zover is, krijgen de dieren een zo aangenaam mogelijk onderkomen in Anna Paulowna. Onmiskenbaar onderdeel daarvan: goed geschilderde verblijven. Maar de schilder is deze zomerse vrijdag nergens te bekennen. Het blijkt te gaan om de van origine Oekraïense Yuriy Yurchak, in dienst bij het dierenpark zelf. Een aardige, lieve man, klinkt het. Maar wel op vakantie. Gelukkig is een deel van de werkzaamheden al af. Uitgevoerd met de grootste krachtpatsers uit de catalogus van Nylo/Nelf: EP Impregneer als ondergrond (één laag) en EP Protect als tweelaagse afwerking.

(Foto: René Vorderman)
Muurvast
De Jong klopt op een muur in de habitat van zwarte panter Suki, die op dat moment uiteraard buiten is. ‘De coating zit muur- en muurvast’, constateert de vertegenwoordiger tevreden. De tint lijkt wat zalmroze, maar dat is gezichtsbedrog, vermoedelijk door lichtinval, want er is wel degelijk RAL1001 opgesmeerd, ofwel beige. Het zal de dieren worst zijn, want die onderscheiden volgens Kuijmans slechts blauw-, geel- en groentinten. ‘En nemen dat veel minder fel waar dan wij mensen. Hun ogen zijn gemaakt om beweging te detecteren. Het zijn en blijven wilde dieren.’
Nee, om esthetiek gaat het niet bij een schilderklus als deze. Des te belangrijker is de beschermende werking van verf. Krasbestendigheid zal zelden zo noodzakelijk zijn als in verblijven voor leeuwen, tijgers of panters. ‘Dat hebben we natuurlijk eerst getest’, vertelt De Jong. ‘Maar de coating kan echt een behoorlijk stootje hebben.’ De wanden zijn ‘hufterproof’, blijft hij benadrukken. ‘Met name om bestand te zijn tegen de krachtige poten van deze indrukwekkende dieren.’
Iets anders wat krachtig is en waar de verf tegen bestand moet zijn, is de urine van de viervoeters. ‘Weet je hoe een kat ruikt? De zeik van een leeuw is nog tien keer zo erg’, verduidelijkt De Jong. Een vrijwilliger, in de weer met een sopje: ‘Schilder je niet, dan trekt urine en andere viezigheid in de muren. Dat brengt gezondheidsrisico’s met zich mee. Deze coating kunnen we rustig met de hogedrukspuit reinigen.’
In totaal zijn 38 verblijven – wie ‘hokken’ zegt krijgt straf van Kuijmans – gerenoveerd en vergroot. Om die klus te kunnen klaren, is eerst een deel van de dieren, dat daar klaar voor was, verhuisd naar Zuid-Afrika en Kazachstan. Zij zijn daarvoor onder meer met een wildsimulator klaargestoomd: een ruimte waarin ze bijvoorbeeld jagen op een lap rood vlees aan een kabelbaan. Nadat het park meer ruimte had gecreëerd, zijn de werkzaamheden in drie blokken uitgevoerd. Vanzelfsprekend waren er geen wilde dieren aanwezig in ruimten waar gemetseld, gestuukt of geschilderd werd.

Poes-poes-poes
Tijd voor een rondje, in het spoor van Richard de Jong, die als een volleerd gids langs de verblijven loopt. ‘Poes-poes-poes’, fluistert de vriendelijke vertegenwoordiger tegen meerdere imposante panters en leeuwen met namen als Akilla, Fred, Kiara en jawel: Mufasa. Ook een uitgebreide volière met exoten als de zadelbekooievaar, koningsgier, Amerikaanse zeearend, noordelijke hoornraaf en rode wouw is op het terrein gevestigd. Net als SOS Dolfijn, een opvang- en kenniscentrum voor walvissen, voorzien van speciale coatings van de hofleverancier.
‘Alles wat zwart is, staat in de Jotun Demidekk’, vertelt De Jong. ‘Bijna 400 liter van die verf zit op dit park. De deuren en kozijnen mogen wat meer glanzen en hebben een Boonstoppeltje gekregen.’ Hij voelt zich inmiddels onderdeel van het team. ‘Kom ik daar weer met kleurstalen aanzetten’, schetst hij een veelvoorkomend beeld. Wel degelijk in de Kop van Noord-Holland. ‘Maar zeg nou zelf: je waant je hier toch in Afrika?’
Verf, schilderwerk en dieren. Dit schreven we er ook over:
