Vorig voetbalseizoen schreef ik enkele wedstrijdverslagen van de verrichtingen van het meidenteam waar ik mij op de zaterdagochtend voor inzet. Ik kan inmiddels een aardig stukje schrijven, dus ik viel op. Tijdens de nieuwjaarsborrel kwam dan ook de vraag of ik voorzitter communicatie wilde worden; de club had handjes nodig. Ik dacht dat ik dat wel kon en schreef een motiverende mail naar het secretariaat met een Pippi Langkous-onderbouwing: ‘ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.’ De strekking van mijn bericht was dat de functie niet iets voor mij was, ik geen affiniteit met de huidige media apps heb maar toch een geschikte kandidaat was. Het was volgens mij goed om buiten mijn comfortzone iets te doen.
Fout gedacht. Ik bevond mij niet alleen buiten mijn comfortzone, ook in de paniekzone. De commissieleden waren communicatief veel vaardiger dan ik en er bleek toch veel met de, voor mij onbekende, media apps te moeten worden gecommuniceerd. Daarnaast wilde ik – werkzaam binnen een branche waar je doordeweeks vóór negen uur ’s avonds in bed ligt – vroeg starten met vergaderen. Dat vonden de andere leden raar, maar begrijpelijk door een ander levensritme. Uiteindelijk zou ik ‘kartrekker’ worden, niet voorzitter, hét signaal dat ik in de verkeerde situatie was beland. Ik zou er nog even over nadenken en heb na enige bedenktijd toch bedankt voor de functie. Dat vond ik, met name door het grote personeelstekort, wel vervelend. Toch heb je soms de verkeerde persoon op de verkeerde plek en moet je snel ingrijpen.
Ik ga vooralsnog gewoon verder als grensrechter en assistent-trainer van ons meidenteam. Om maar aan te geven dat het mij beter lijkt bij personeelstekort op zoek te gaan naar mensen met de juiste motivatie en de gevraagde kwaliteiten. En niet blij te zijn met alleen het vervullen van openstaande vacatures.
