Er is al veel: biobased verf en verf die voor een groot deel biobased is. Emmers die deel uit non-virgin materiaal bestaan. Verf die gemaakt wordt uit afgedankte of doorgedraaide partijen. Zelfs verf die gemaakt wordt van ingezamelde restjes in de milieustraten. Er zijn schilders die bakfietsen gebruiken, elektrische hoogwerkers en volautomatische spoelapparaten voor rollers en kwasten. Er is een inzamelsysteem voor glasafval. En er is goede wil.
Maar… er is ook best veel niet zo goed. Zoals de microplastics die niet gevonden zijn in verf, maar waar ook nooit naar gezocht is. Zoals dat maar weinig schilders hun kwasten en rollers spoelen. Zoals: waar laat je je lege kitkokers (als je die al leeg spuit en niet steeds met halflege kokers zit die je dan maar in zijn geheel weggooit). Zoals: wat te doen met lege verfemmers en al helemaal: wat te doen met lege verfblikken en overgeschoten lakverf? Hoeveel schuurmateriaal gaat er wel doorheen en waar laten we dat?
En wat betreft dat weggooien: als ik schilders vraag hoe ze met hun afval omgaan krijg ik heel soms een heel uitgebreid verhaal over scheiden en afvoeren en bijbetalen voor chemisch afval. Veel vaker krijg ik een soort grijns en een onbevredigend antwoord; net als op de hele bouw wordt er helemaal niet veel gedaan, laat staan collectief geregeld over afvalstoffen en gebruikt materiaal.
Terwijl we daar wel naar toe moeten: een circulaire economie, afval bestaat niet, grondstoffen hergebruiken, zo lang als maar mogelijk is, liefst net zolang tot ze opnieuw gegroeid zijn.
Je kunt denken: de schilder is in veel opzichten een uitzondering. Omdat hij ‘verduurzaamt’ hoeft hij niet duurzaam te werken. We beschermen gebouwen, zodat die langer meegaan en ja, dat is ook een vorm van duurzaamheid. Maar wie in deze tijd denkt dat hij goed zit door te houden wat hij heeft, denkt waarschijnlijk verkeerd en wordt op een kwade dag door ontwikkelingen gepasseerd. Folies. Robots. Drones. Wetgeving.
Het is goed en belangrijk als we als branche in zijn geheel elkaar scherp blijven houden en elke dag opnieuw proberen nét iets meer verantwoord en duurzaam te werken dan de dag ervoor.
