Tot nu toe gold een ondergrens van 30 procent uitstootvrij werken alleen voor projecten boven de 5,5 miljoen euro, in lijn met Europese aanbestedingsregels.
In de praktijk betekende dit dat ruim de helft van het aanbestede werk deels emissieloos werd uitgevoerd. Die financiële ondergrens vervalt nu, waardoor de eisen voor het volledige portfolio gaan gelden.
Volgens het RVB is versnelling noodzakelijk. Nederland wil de stikstofuitstoot terugdringen en dat vraagt inzet van alle sectoren, ook de bouw. Emissieloos materieel draagt niet alleen bij aan minder stikstof, maar vermindert ook de uitstoot van CO₂ en fijnstof en beperkt geluidsoverlast op en rond de bouwplaats.
Versnelling noodzaak
De ambitie is helder: in 2030 moeten op bouwplaatsen van het RVB vrijwel geen dieselmachines meer te zien zijn. De komende jaren worden de eisen stapsgewijs verder aangescherpt om die overgang mogelijk te maken.
Omdat emissieloos bouwen momenteel vaak duurder is dan werken met dieselmaterieel, verhoogt het RVB het bouwbudget standaard met 1 procent. Daarmee wil het de extra investeringen in elektrisch of waterstofmaterieel deels compenseren.
Opdrachtnemers die al hun materieel emissieloos inzetten, kunnen rekenen op nog eens maximaal 1 procent extra budget. Daarnaast staat er een bonus van 0,1 procent van de inschrijfsom tegenover volledige inzet van zero-emissie materieel. Zo wil het RVB de markt prikkelen om de transitie naar volledig uitstootvrij bouwen te versnellen.
