De Arbeidsinspectie liet haar geschiedenis onderzoeken door het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, vanuit de overtuiging dat inzicht in het verleden helpt om de toekomst beter vorm te geven.
Inspecteur-generaal Rits de Boer noemt het boek “een schat aan inzichten” en benadrukt dat veel kwesties uit het verleden in een andere vorm terugkeren. Zo waren er eind 19e eeuw zorgen over armoede en slechte woonomstandigheden van arbeiders – nu zien we, volgens hem, vergelijkbare problemen bij arbeidsmigranten.
De geschiedenis van de Arbeidsinspectie begint in 1890, met slechts drie inspecteurs en een groeiend bewustzijn van de noodzaak van toezicht, mede door de opkomst van fabrieken, kinderarbeid en onveilige werkomstandigheden in onder andere de schilderssector.
Sindsdien veranderde het toezicht mee met maatschappelijke ontwikkelingen, van fabrieksarbeid tot werkstress en digitalisering. Staatssecretaris Nobel sprak tijdens de boekpresentatie zijn trots uit: “We hebben in Nederland al 135 jaar toezicht op eerlijk, gezond en veilig werk.”

