Anoniem over straat lopen zit er voor Jasper Vinck niet meer in. In de supermarkt of waar hij ook komt in Heeze, overal wordt hij – niet zelden in plat Brabants – aangeklampt met de vraag: hoe is het met de meule? Geduldig legt de eigenaar van Schildersbedrijf Leo Baeten dan uit wat de actuele status is van de Sint Victormolen. Nooit met tegenzin. ‘Ik ben geboren en getogen in Heeze en beschouw het als een eer dat wij de dorpsmolen mogen schilderen. Die staat zo’n beetje in mijn achtertuin. Toen de aanbestedingsprocedure was geopend, stond ik binnen een week met vijftien mensen op de belt van de molen. Ik dacht: ik zal meteen bij de gemeente even indruk maken met wie ze hier te maken hebben.’
Verslappen geen optie
Want Vinck was vastbesloten: wij gaan die klus pakken en niemand anders. ‘Ik zie het absoluut als een prestigeproject en ga niet akkoord met half werk.’ Dat weten zijn schilders maar al te goed. Verslappen is geen optie, ze moeten mee in het gewenste kwaliteitsniveau van de chef wiens bijna honderdjarige bedrijf in Eindhoven is gevestigd.
Halverwege de molen, na het opklauteren van twee smalle houten trappen, zit Vinck klaar met koffie en vlaai. Zijn we dan tóch in Limburg? ‘Dat doen we hier ook hoor!’, roept assistent-molenaar Hans Tuinhout over de taart. ‘En de koffie is warm.’ Staat genoteerd en de ontvangst is inderdaad allerhartelijkst. Ook vertegenwoordiger Bart Burghouts van leverancier Felix Verfgroep en molenaar Rob van der Veeke zijn aangeschoven om te vertellen over de omvangrijke klus.
‘De toestand van de Sint Victormolen was eigenlijk al jaren slecht’, steekt Van der Veeke van wal. ‘De verf bladderde af maar ook het stucwerk dat erop zat, liet op veel plekken los. De molen is in het verleden twee keer afgebrand, in 1862 en 1904. Bij de opbouw hebben ze teerverf op de muren gesmeerd. Dat kwam in de praktijk neer op lekkage wanneer het vanuit het zuidwesten regende. Later is de teer eraf gehaald en de molen helemaal gestuukt. Dat is al wel weer veertig jaar geleden en is nu dus opnieuw gedaan.’ De verf bij de voorlaatste schilderbeurt, rond 2014, was ook problematisch. ‘Een gesloten systeem, dus het vocht bleef erachter zitten en kon niet weg. De eerste winter die volgde was meteen een beetje streng en zag je bellen op de verf ontstaan.’



Hakken en stralen
Een rijksmonument verdient beter. Hoog tijd daarom voor een onderhoudsbeurt met hoog restauratiegehalte. De oude lagen inclusief het stucwerk eraf stralen bleek niet voldoende. Tuinhout: ‘198 van de 275 vierkante meter muur zat zodanig los dat we dat er compleet hebben laten afhakken. De overige ruim 75 vierkante meter is gezandstraald.’ Van der Veeke: ‘Dat ging allemaal hartstikke mooi, de muur heeft relatief weinig te lijden gehad.’
Bijzonder is dat het gehele project is uitgevoerd onder hoofdaanneming van Schildersbedrijf Leo Baeten. Vinck: ‘De steigerbouwers, de hakkers, stralers en stukadoors: zij zijn allemaal in opdracht van ons aan het werk geweest.’ Van der Veeke: ‘Voor de opdrachtgever, gemeente Heeze-Leende, is het ontzettend prettig dat één bedrijf alles aanneemt, want dan hoeven ze niet met allerlei partijen afspraken te maken. Die heeft Jasper gemaakt met zijn onderaannemers en toegezien op de naleving ervan. Gemeenten hebben steeds meer moeite om specialisten binnenshuis te halen, dus is het voor hen aantrekkelijk dat ze zich daarover geen zorgen hoeven te maken.’




Dampopen systeem
De eerste inspectie van de Sint Victormolen die uiteindelijk heeft geleid tot de huidige schilderbeurt, dateert alweer van drie jaar geleden. ‘Ik werd door Jasper uitgenodigd’, blikt Bart Burghouts van Felix Verfgroep terug op dat moment in 2022. ‘Wat moet hier gebeuren? Wat is de beste methode? Het leuke aan mijn vak is dat ik in een groothandel werk met veel verschillende merken. Ruime keuze dus.’ De verf van Keim kwam als beste uit de bus. ‘Een dampopen systeem.’ Alles op de romp – veruit het grootste deel van de opdracht – is met deze verf behandeld, de houten delen met Jotun en de deuren met Boonstoppel.
De schilders van Leo Baeten stonden in de rij om bij de in 1852 gebouwde korenmolen aan het werk te gaan. ‘Omdat het geen alledaagse klus is’, weet Vinck, die zijn mannen wel duidelijk maakte dat een ‘8’ niet genoeg is. ‘Het moet hoogstaand zijn. Het is ook een stukje reclame voor ons bedrijf. In de drukke zomermaanden werken we met een ploeg van tien à vijftien man. Bij dit project zijn vier schilders betrokken geweest.’
Fraaie verrassing was de ontdekking van verloren gewaande kleuren. Bij het stralen kwam een blauwe rand, die de helft van de romp omcirkelt, tevoorschijn. De andere helft van de rand is geel, zoals de gehele romp is opgesplitst in twee kleuren: wit en antraciet. Van der Veeke kan zich overigens goed inleven in de situatie van de vorige schilder en begrijpt dat deze geen oog kon hebben voor alle details. ‘Hij werkte hier in zijn eentje, vanaf een ladder en met een stok in zijn hand. Ik vond het een bizarre klus toendertijd.’ Over de nieuwe oude kleuren op zijn molen: ‘In de oorlog was de Nederlandse vlag verboden. Maar de kleuren rood-wit-blauw werden wel gebruikt, om de Duitsers te plagen.’




Vergisbombardement
De gedachten van Van der Veeke gingen ook terug naar de Tweede Wereldoorlog toen alle oude verf- en stuclagen van de molen waren verwijderd. ‘Je zag de littekens, de brandscheuren. Rond de bevrijding in 1945 is er een inslag geweest.’ Een vergisbombardement, zoals indertijd vaker voorkwam. ‘De Canadezen dachten dat er Duitsers in de molen zaten, maar het waren buurtbewoners. Een van hen is gesneuveld.’
Tachtig jaar later heeft de Sint Victormolen het geschopt tot de voorselectie van de Nationale SchildersVakprijs. Uiteraard tot blijdschap van Vinck, al is het project voor hem sowieso al geslaagd. Op LinkedIn deelde hij een fraaie dronevideo van de molen in de nieuwe kleurentooi, dik in de nieuwe verf en strak besneden. Bart Burghouts wil nog wel iets kwijt: ‘Mijn rayon is Den Bosch/Eindhoven, dus ik bedien best een grote klantengroep. Maar Jasper springt er op zijn manier altijd tussenuit. Hij is ondernemend, onderzoekend, soms een beetje eigenzinnig, maar dat mag ook, is juist leuk. Hij neemt eigenlijk nooit zomaar iets aan, pluist dingen eerst zelf uit.’
Vinck: ‘Misschien ben ik wel een beetje té gedreven en draaf ik soms door. Als we ervoor gaan, dan gaan we er allemaal voor en mag niemand verstek laten gaan. Want dan heb je aan mij toch wel een kwaaie. Ik ben er gewoon trots op dat ik een Heezenaar ben en dit heb mogen doen.’ Hoe het nu met de meule is? Volgens de molenaar zelf uitstekend. Van der Veeke: ‘Mooi om die rechte lijnen op de romp te zien. Dat is zó lastig. Ik dacht nog, laat het los, dat lijntje ziet niemand vanaf de straat. Maar dat deden de schilders niet. Knap hoe ze het voor elkaar hebben gekregen. Ik ben heel tevreden.’
‘Piet, wat heb ik veel van je geleerd‘
Kort na het afronden van het werk aan de Sint Victormolen, overleed Piet Baeten. Van deze zoon van Leo Baeten nam Jasper Vinck het bedrijf in 2011 over. ‘Piet informeerde altijd hoe het met de molen ging, dat hield hem op de been. Hij was er trots op dat ik de molen schilderde, maar heeft het eindresultaat helaas niet kunnen zien.’
Vinck trad in 2004 bij het in 1930 opgerichte bedrijf in dienst. ‘Piet gaf toen al aan dat zijn zonen het niet wilden overnemen en vroeg mij daar al vrij snel voor.’ Daar had de aan het SintLucas in Boxtel opgeleide meesterschilder wel oren naar, ondernemersaspiraties had hij toch al. Zodanig, dat hij het aandurfde midden in de bouwcrisis, na de toko drie jaar samen met Piet Baeten te hebben gedraaid, zelfstandig voort te zetten.
‘Men zei toen wel: jij durft. Maar door onze naamsbekendheid hebben we nooit om werk verlegen gezeten. Daarom heb ik het bedrijf ook geen andere naam gegeven. Baeten is een begrip in en rond Eindhoven. Toch is de Vinckenfamilie ook een echte schildersfamilie, er bestaan meerdere Vinck Schilderwerken. Mijn vader, plotseling overleden in 1997 toen ik 14 was, heeft twaalf jaar bij Leo Baeten gewerkt. Piet vond het mooi het bedrijf over te dragen aan de zoon van een oud-werknemer.’
