De Nationale SchildersVakprijs is een uitgelezen middel om het imago van de schilder met zijn bijzondere werk voor het voetlicht te brengen. De uitreiking van de editie 2011 in de Orangerie in s Hertogenbosch was een groots feest. Aan mijn tafel zitten Maurice en Charlotte van Moorsel. Ik kon er ook niks aan doen maar met deze rasechte Brabanders klikte het meteen. Na wat emailverkeer over en weer werd de zondag van 4 december geprikt voor een nadere kennismaking.
Maurice is de nazaat van een schildersfamilie. Opa en ooms zijn hem voorgegaan. Het schilderen zit hem diep onder de nagelriemen. Het enthousiasme voor het vak straalt uit zijn ogen als hij vertelt.
Geheel in stijl met Brabantse tradities zitten we in de ruim bemeten keuken en terwijl hun drie zonen zich vermaken met Nintendo of aanverwante televisiespelletjes in de door schuifdeuren begrensde zitkamer, worden mijn Lief en ik onthaald op een superieur kopje koffie.
De reden van ons bezoek is natuurlijk zijn nominatie voor de Nationale SchildersVakprijs. Een uit 1880 daterende langgevel boerderij kan zich niet beroepen op architectonische bijzonderheden en als de jury het schilderwerk aan een dergelijk oud woonhuis met aangebouwde stal (samen vormen ze dus die lange gevel) nomineert voor de prijs dan is er wat gebeurd.
In tegenstelling tot wat een buitenstaander zou verwachten overkomt het me niet vaak dat een collega frank en vrij praat over zijn werkwijze, zijn reparatiemiddelen en zijn favoriete verfsoorten. Tijdens ons ruim twee uur durende gesprek heb ik meer dan een kijkje gekregen in de ‘keuken’ van zijn schildersbedrijf.
Wat opvalt is dat zijn pas acht jaar oude bedrijf is gebaseerd op vertrouwen. Het leeuwendeel van zijn werk wordt in regie uitgevoerd. Dat wil zeggen, op basis van nacalculatie. Misschien twee keer per jaar maakt hij een offerte. Toch heeft hij een orderportefeuille tot 2014.
Met eerder opgedane ervaringen als bagage verzorgt hij ook de raamstoffering (in Duitsland is dat al jaren gebruikelijk) en plaatst hij horren en rolluiken. Met de draadloze IPad op de keukentafel krijg ik les in het gebruik van o.a. Twitter als de ideale ondersteuning van advertenties.
Hoewel hij jarenlang trouw is geweest aan één merk heeft hij de specifieke eigenschappen van de verf van diverse fabrikanten ontdekt. Kleurenwaaiers, websites en naam en rugnummers van de groothandelaren komen op de keukentafel. Charlotte en mijn Lief bespreken vrolijk de fundamenten van een bedrijf; het gezinsleven met aanstormende pubers.
En dan wordt het tijd voor een CSI ter plekke. We nemen hartelijk afscheid van onze gastvrouw en de gastheer rijdt voor ons uit naar de langgevelboerderij. Halverwege een schier eindeloze, geasfalteerde landweg draaien we linksaf het erf op van een varkenshouderij. De geur van het eerlijke landleven komt ons tegemoet.
Veelgebruikte kleuren aan Brabantse boerderijen zijn donker groen voor deuren en luiken, oker voor de kozijnen en wit voor de glaskozijnen en de roedes. Maurice is op een verrassende manier daarvan afgeweken. In plaats van oker heeft hij voor een lichte olijfgroene kleur gekozen. (kleurnummer. 1664 uit de Boonstoppelwaaier) Dat het schilderwerk blinkt als een kerstbal ligt zonder twijfel aan de gekozen aflak: Boonstoppel Exqua d’Or Hoogglans.
Overbodig om te zeggen dat er volgens het boekje is gewerkt en het schilderwerk er uitziet om door een ringetje te halen.
Niet alleen de genomineerde boerderij maar ook die van de buren heeft hij geschilderd. De buurman in kwestie is geen boer maar autospuiter. Met het zelfde oog waarmee hij zijn gespoten auto’s beoordeelt jureerde hij het werk van Maurice. Ruim voldoende voor zijn buurman om Maurice ook het schilderwerk aan zijn boerderij te gunnen.
Met de nominatie voor de Nationale SchildersVakprijs als gevolg.
Klik op bijgaande link voor een foto impressie. (foto’s Maurice van Moorsel)
link voor de Website van Maurice van Moorsel
