‘Amai!’ Ian Smeyers gooit er meteen een typisch Vlaamse opmerking uit. ‘Ik ben geboren in Antwerpen, heb een Belgische vader.’ Maar gehard in de Haagse Schilderswijk is van zijn eigenlijke accent vrijwel niets meer te horen.
In de residentiestad begint hij met Stichting Nelis, het huidige Katvanger, de Laddertjes- en Zwabbertjesdagen. Dat initiatief laat jongeren kennismaken met het glazenwassers- en schoonmaakambacht. De afgeleide variant daarvan voor de schildersbranche – de Utrechtse Kwastendag – geniet inmiddels landelijke bekendheid en krijgt elders navolging. Maar het wervingstraject is na zes succesvolle edities, goed voor 36 nieuwe schilders, toe aan een opfrisbeurt. Vinden ze tenminste bij Katvanger en de andere organiserende partijen: woningcorporatie Woonin, activerings- en re-integratiespecialist WIJ 3.0 en zes aangesloten vastgoedonderhoudsbedrijven, de zogenoemde co-makers.
Waarom moet het anders?
Smeyers: ‘We maakten het schildersbedrijven niet makkelijk. Woonin streeft met haar co-makers naar social return. Oftewel: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan werk helpen. Maar alleen maar verwachten dat schildersbedrijven mensen in dienst nemen voor een duurzame baan, dat is lastig. Ook omdat mensen tegenwoordig een veel grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Dat vereist meer begeleiding. Van onderhoudsbedrijven kunnen we niet verwachten dat ze ook een soort welzijns- of maatschappelijk werk leveren.’
Waardoor is de afstand tot de arbeidsmarkt groter dan pakweg tien jaar geleden?
Smeyers: ‘Vooral door gestapelde problematiek. Overbelasting bij de GGZ, bezuinigingen bij de landelijke en lokale overheid. Je ziet tegenwoordig meer mensen met psychische problemen die ook kampen met schuldenproblematiek en soms ook geen vaste woon- of verblijfplaats hebben. Bovendien geldt voor sommigen: als zij een baan krijgen, komen ze in grotere problemen dan zonder baan omdat ze dan hun vangnet en regelingen kwijtraken. Het systeem maakt het dus steeds moeilijker en de facto zeiden wij tegen onderhoudsbedrijven: los dat maar op.’
Wat gaan jullie anders doen?
Smeyers: ‘Voorheen selecteerden we na de Kwastendag zeven kandidaten voor het traject Je leven in de verf. Zij kregen wekelijks een lesdag en liepen twee maanden mee bij verschillende schildersbedrijven, om daar, idealiter, uiteindelijk in dienst te treden. Dat betekende een grote verantwoordelijkheid voor de leermeesters van die bedrijven, maar ook voor de jobcoach van onze samenwerkingspartner WIJ 3.0. Zelf had ik daarin een meer sturende rol. In het nieuwe model zeggen we: er is één dedicated leermeester – een ervaren vakschilder, in dienst bij Katvanger – die met drie talenten drie maanden aan de slag gaat voordat zij als schilder aan het werk gaan.’
‘Met het busje van Katvanger gaan ze op pad, elke zeven weken naar een ander project van de co-makers. De taak van onze leermeester is niet primair om hen zoveel mogelijk te laten schilderen, maar om gesprekspartner te zijn, ze te begeleiden, een luisterend oor te bieden. Als jij ze de hele dag vertelt wat ze moeten schilderen, is dat geen garantie voor succes. Als jij ze warmte, liefde en aandacht geeft, is de kans veel groter dat ze gemotiveerd blijven.’
Als er nou talent bij zit en een deelnemend bedrijf wil zo’n Katvanger-schilder al in dienst nemen?
Smeyers: ‘Veel sociale werkplaatsen willen de beste medewerkers behouden. Daar kunnen ze geld aan verdienen. Wij zeggen: de besten – degenen die die kwast met een twinkeling in de ogen beetpakken – moeten juist uitstromen, dan komt er weer plek vrij voor anderen. Daarom hebben we na de laatste Kwastendag ook een wachtlijst opgesteld van mensen die zo in kunnen stromen. Samengevat: voorheen gingen de kandidaten bij één van de aangesloten bedrijven in een soort stage of proefplaatsing, soms kregen ze zelfs gelijk een baan, en lag de verantwoordelijkheid veel meer bij de bedrijven. Die vraag was te groot en daar ontstond soms een mismatch.’
Hoe pakte dat in de praktijk uit?
Smeyers: ‘Dan kwam een kandidaat voor het eerst op een bouwplaats en werd-ie bijvoorbeeld direct gezien als volwaardig medewerker. Twee keer te laat en je ligt eruit. Je bent anders dan de rest en moet je plekje verwerven, je bewijzen. Terwijl je in die fase niet altijd het achterste van je tong durft te laten zien. Sommigen zetten door, vaker haken talenten dan af. In de nieuwe situatie is er een leermeester die een arm om de schouder van zo iemand slaat, een grapje maakt, praat en hem beschermt tegen de harde cultuur die je op een bouwplaats kunt hebben.’
Patrick Verhoeven (Woonin): ‘Uiteindelijk wil je allemaal goudhaantjes. Maar mensen die het niet 1-2-3 lukt, wil je ook een herkansing geven. Iemand die te laat komt, niet direct berispen, maar nog een kans geven, en nog één. Dat is social return en daar ligt de meerwaarde van Katvanger, dat veel specifiekere begeleiding kan bieden dan leermeesters in dienst bij onderhoudsbedrijven.’
Smeyers: ‘Wij willen een veilige werkplek bieden. Iemand kan een strafblad hebben, herstellen van verslavingsproblematiek of geen vaste woon- en verblijfplaats hebben. Dat moet je allemaal in kaart brengen om iemand de juiste begeleiding te geven. Zo kan het zijn dat voor sommigen vier of vijf dagen in de week werken niet de oplossing is, maar twee dagen.’
In hoeverre is social return een moetje?
Manon Veldhuizen (Woonin): ‘Wij bezitten 36.000 woningen die meerdere bedrijven voor ons onderhouden. In al die samenwerkingen proberen we onze sociale verantwoordelijkheid te pakken. Die positie hebben wij als maatschappelijke organisatie en grote speler in het Utrechtse. We leggen onze ziel en zaligheid erin. Samen een springplank ontwikkelen om mensen een duurzaam toekomstperspectief te geven, dat is ons hoofddoel.’
Smeyers: ‘Als organisatie alleen maar streven naar winst is niet meer van deze tijd. Geld verdienen om alles te kunnen betalen: jazeker. Maar ook een deel reserveren om maatschappelijk iets bij te dragen. Bedrijven die dat doen, dáár willen mensen werken, die zijn klaar voor de toekomst.’
Wat hopen jullie dat de vernieuwde Kwastendag en dito vervolgtraject opleveren?
Smeyers: ‘In essentie gaat het erom dat je mensen begeleidt naar werk, dat is het hogere doel. Ook al komt iemand uiteindelijk terecht bij een ander schildersbedrijf dan onze co-makers. Wij hebben zo’n persoon dan wel nét dat zetje kunnen geven. Dat is ook de visie van Jacob van den Essenburg van Wits Utrecht, een van de drijvende krachten achter de Kwastendag. Hij voelt een grote verantwoordelijkheid voor de branche an sich. Op de vraag wat hij vindt van een kandidaat die het vak bij hem leert maar tóch weggaat, heeft hij altijd gezegd: “Als die kandidaat schilder blijft en ergens anders gaat werken, help ik de branche. Daardoor komen er meer schilders en dat betekent ook dat schilders vanuit andere werkgevers weer bij mij komen.” Als we allemaal vanuit dat grotere perspectief kunnen kijken, komen we écht verder.’
