Dat Jezus een blinde man kon laten zien, willen christenen graag geloven. Maar een dergelijk Bijbels wonder mag aan Esther Crombag voorbijgaan. Zij is sinds haar elfde blind, weet dus hoe het is om te kunnen zien, maar zegt nu: ‘Als ze me zouden opereren en ik zou morgen weer kunnen zien: ik zou het niet eens willen.’ Wie zojuist haar levensverhaal heeft gehoord, gelooft de Limburgse jurist en universitair docent meteen.
Ambassadeurs
Zij is uitgenodigd bij Koninklijke Van Wijhe Verf om zo’n vijftig vrouwen, werkzaam in het vastgoedonderhoud, mee te nemen in een relaas over veerkracht. De lezing is door Leonore Hooimeijer van OnderhoudNL en haar projectteam op poten gezet in het kader van Internationale Vrouwendag, en ingebed in de campagne Wij Onderhouden van Nederland. Doel: trotse ambassadeurs voor het voetlicht brengen, ‘zodat meer vrouwen de komende jaren de stap naar schilder, glaszetter, projectleider of directeur zullen maken’, verklaart Hooimeijer. Op het ‘inspiratie-event’ delen ook Marlies van Wijhe, eigenaar van het bedrijf dat optreedt als gastheer – pardon -vrouw – en Laurien Lammertink, die aan het roer staat van het Twentse Lammertink Vastgoedzorg, hun verhaal.
Stuk voor stuk geïnspireerde betogen, maar de presentatie van Crombag is van een andere orde. Alleen al omdat de aanwezigen deze ten dele geblinddoekt volgen. Om te ervaren wat Crombag zelf al bijna 40 jaar ervaart: letterlijk niets kunnen zien. ‘Wat ik me herinner van voor mijn elfde, is dat je, ook al heb je je ogen dicht, altijd wel íéts ziet. Kringetjes ofzo. Maar ik zie dus echt niets. Stel je voor: nooit meer een zonsopkomst of -ondergang zien, geen herfstbladeren, niet jezelf in de spiegel.’
Het leven van Esther uit Berg en Terblijt verandert volledig binnen een etmaal op een Franse camping. Een cyste bij haar hersenen blijkt de boosdoener. Na een ingewikkelde operatie volgt de onheilstijding: je bent de rest van je leven blind. Voor Esther is vrijwel direct duidelijk: ‘Blind zijn is mij overkomen. Ik heb zelf de keus uit slachtofferschap of iets van mijn leven maken.’

Radicale eerlijkheid
Het wordt dat laatste. En hoe. De nu 50-jarige Crombag slaagt – na een lange, zware weg – cum laude voor haar rechtenstudie, kroont zich vier keer tot Nederlands kampioen tandemwielrennen, beklimt in die discipline drie keer de Alpe d’Huez, betreedt de mountainbike en racefiets met respectievelijk de olympische medaillewinnaars Bart Brentjens en Theo Bos en schrijft het boek Blind vertrouwen. Gewapend met zelfspot, vertrouwen en radicale eerlijkheid slaat ze zich een weg door het leven. ‘Kwetsbaarheid durven tonen, direct zeggen dat je stekeblind bent. Krijg je respect van. Na mijn opleiding dacht ik: wie zit er nou te wachten op een blinde kip als ik?’ De rechtenfaculteit van Maastricht University dus.
‘Ik ben een vrouw geworden die trots is op zichzelf. Dat had ik als kind nooit geloofd. Ik voelde me klein, onzeker, ongelukkig. Toen ik 11 was, was tandenpoetsen al moeilijk. Wat je op die leeftijd vooral niet wil, is anders zijn dan de rest. Ik moest braille leren lezen, met een stok lopen. Voor ik naar de middelbare school ging, stopte er een vrachtwagen voor ons huis: één lesboek staat gelijk aan twintig brailleboeken. Naar de mavo had ik drie schooltassen mee. Ik weet nog dat ik in die tijd tegen mijn moeder zei: “Ik zou het niet erg vinden als ik morgen niet wakker word”, me niet realiserend dat zoiets voor een ouder vreselijk is om te horen. Mijn moeder zei: “Ooit gaat voor jou de zon schijnen.” Uiteindelijk heb ik van mijn beperking mijn kracht gemaakt.’
Waarbij Crombag zich altijd volledig gestimuleerd heeft gevoeld door haar ouders. Met name haar vader, zelf wiskundeleraar, is voor haar een steun en toeverlaat. ‘Ik ben nooit naar een coach geweest. Mijn vader was mijn coach.’
In de voetsporen van pa
De vaders-van lopen als een rode draad door de bijeenkomst in Zwolle. Nadat Marlies van Wijhe en haar zus Marijke op 21- en 19-jarige leeftijd al het vertrouwen krijgen van hun vader het familiebedrijf voort te zetten, krijgt Laurien Lammertink deze taak ook al op jonge leeftijd in de schoenen geschoven. ‘Pa belde op een dag met de vraag of ik de zaak wilde overnemen. Hij was toen 62, ik 26. Vijf minuten later belde ik hem terug en zei “ja”. In oktober 2019 ben ik begonnen.’
En dat terwijl ze naar eigen zeggen ‘absoluut geen affiniteit’ had met het schildersvak. ‘Ik dacht: ik ga na mijn marketingstudie iets doen met voeding of sieraden. Ik had geen bouwschoenen en nog nooit gehoord van een term als polyurethaan. Daarom: complimenten aan de mannen om mij heen, die mij zo goed hebben opgenomen in het bedrijf. Een uitspraak van mijn vader is daarbij altijd in mijn hoofd blijven zitten: beter onterecht zelfvertrouwen dan geen zelfvertrouwen.’

Haar beide broers hebben een isolatiebedrijf, ze werken veel samen. Lammertink leerde dat veelal aan vrouwen toegeschreven eigenschappen als ‘communicatie’ en ‘zachte kant’ net zo belangrijk zijn als de hardere, technische kant. Eerst dacht ze dat zulke kwaliteiten inferieur waren. Zoals ze zich ook afvroeg waarom in vredesnaam zij was gevraagd voor een presentatie bij Van Wijhe. Ze schrijft dat toe aan het imposter- ofwel oplichterssyndroom waarvan veel vrouwen last hebben. ‘Dat je denkt: is het toch geen geluk of toeval geweest – en niet aan mezelf te danken – dat ik op deze positie ben beland?’
Waarna zij aanstipt dat niet alleen in het hoger onderwijs al meer dan twintig jaar meer vrouwen dan mannen te vinden zijn; ook in het praktijkonderwijs rukken zij op. Interessant is de statistiek die Lammertink daarbij toont, over het percentage meiden/vrouwen op Schildersvakopleiding Hengelo: inmiddels ligt dat op bijna vijftien van het totale leerlingenbestand, waar dit in 2020 en 2021 nog rond de vijf schommelt en langzaam is opgelopen.
Tweede jeugd
Lammertink zelf heeft haar plek duidelijk gevonden. Collega-directeur Marlies van Wijhe lijkt zelfs begonnen te zijn aan haar tweede jeugd. ‘Toen ik 30 werd voelde ik me oud, toen ik 40 werd dacht ik “het is voorbij”, maar komende maand hoop ik 60 te worden. En ik zeg jullie: daar heb ik heel veel zin in.’ Esther Crombag krijgt een klaterend applaus na de laatste woorden van haar openhartige, opzienbarende en bewonderenswaardige levensverhaal: ‘Laat je niet tegenhouden, niet door blind-zijn en niet door je vrouw-zijn. Jullie waren een fijn publiek. Of zaten jullie alleen maar op je telefoon?’ Gelukkig heeft ze een sterk ontwikkelde intuïtie, waardoor ze naar waarheid vaststelt: ‘Mijn gevoel zegt van niet.’
