Gerko van der Lei weet direct wat voor vlees hij in de kuip heeft als hij vreemden over de vloer krijgt. ‘De deurbel werkt niet. Druk op de rode knop en wij horen je wel’, staat er, vertaald vanuit het Fries, op een bordje naast de voordeur. De verslaggever heeft net op tijd door dat die rode knop het middelpunt van een muizenval is en trekt tijdig zijn wijsvinger terug. Dan zwaait de deur open. Gerko grijnst: ‘Niet gedrukt, goed zo. Er staat geen spanning meer op, maar er zijn wel mensen die zich er lelijk aan bezeerd hebben in het verleden, voornamelijk Hollanders.’
De toon is meteen gezet in het Noord-Friese Wouterswoude, en de verrassende entree is illustratief voor zijn hele doen en laten. De Lijnolieschilder is eigenzinnig en authentiek. ‘Ik zou het eerder nostalgisch noemen.’ En daar komt ook zijn keuze voor het werken met lijnolie uit voort. ‘Ik hou van die oude manier van werken, en het is mijn missie om zoveel mogelijk mensen te overtuigen van de duurzame kwaliteit van lijnolie.’
Het gaat hem daarbij niet zozeer om het milieuaspect – al maakt dat zijn product in deze tijd wel aantrekkelijker voor (klimaatbewuste) klanten – maar meer om het ambachtelijke. De puurheid. Nostalgie dus. Zijn vervoermiddel sluit daar naadloos bij aan. Geen elektrische bus of revolutionaire Carver ditmaal, maar een ouderwetse bakfiets. De Lijnolieschilder is welhaast een fietsend anachronisme en zou niet uit de toon vallen als de tijd hier en nu een eeuw zou worden teruggedraaid. In de positieve zin van het woord.

De postbode komt zich er ook even mee bemoeien als hij een pakketje aflevert in de voortuin. ‘Werkelijk waar een prachtding’, zegt hij. ‘Ik heb zelf ook een ouderwetse bakfiets en ik kom óók in de krant. Samen met mijn vader en opa hebben we 100 dienstjaren als postbode op onze naam staan. Dat vonden ze bij het Bolswards Nieuwsblad wel een goed verhaal. Mooi hè?’
Grootste fan
De vrolijke pakketbezorger groet ons en vervolgt zijn weg. ‘Mijn grootste fan, zoals je kon zien. Helemaal weg van dit ding’, zegt Gerko, terwijl we onze bakfietsinspectie vervolgen. Alles past er warempel netjes in. Trappetje, gereedschap en natuurlijk de bussen met gekookte lijnolie (van de Zweedse merken Allbäck en zijn favoriet Ottosson).
Maar waarom in vredesnaam een bakfiets? ‘In de eerste plaats houd ik van fietsen’, klinkt het droog. ‘Daarnaast is het ook mooie reclame. Je valt wel op, iedereen zwaait naar je. Maar bovenal past het mooi in het verhaal dat ik uitdraag.’
Naar schatting is de bejaarde Batavus minstens zestig jaar oud, al durft de Fries het niet met zekerheid te zeggen. ‘Ik weet wel dat hij vroeger is gebruikt door afvalmannen, ook in Friesland, maar ik heb hem gekocht van mensen uit Sneek. Die hadden ‘m in de voortuin staan als bloembak, haha. De hele bodem was verrot. Samen met een kameraad, een meubelmaker, hebben we dat hersteld met een eikenhouten plaat van de kringloop. Eerst netjes bewerkt met lijnolie uiteraard. En aan de voorzijde heb ik mijn bedrijfsnaam in het houtwerk gebrand.’
Eerlijk is eerlijk: het is een plaatje. Maar hoe is de praktijk? Gerko zucht en lacht: ‘Het is hard werken, hoor. Geen versnellingen, het fietst zwaar. In het begin ging ik er een keer mee naar een klus in Aalsum, 17 kilometer verderop. Dat was eigenlijk te ver; op de terugweg ging ik helemaal kapot. Ik moest letterlijk door de kramp heen fietsen.’



Dronken snaken
Maar De Lijnolieschilder heeft het er allemaal voor over. Lang leve de nostalgie. Hij heeft nog een sobere Caddy achter de hand, maar het moet wel écht takkeweer zijn wil hij zijn bakfiets laten staan. ‘Het mooie is dat-ie ook nog multi-inzetbaar is. Zo heb ik ‘m al eens gebruikt als taxi.’ Gerko vertelt dat het eens per jaar groot feest is in Wouterswoude, tijdens de Paardendagen, en dat hij toen al fietsend een stel dronken snaken passeerde. ‘Ik bedacht me geen moment, heb ze ingeladen en een dorp verderop afgezet. Toch weer 20 euro verdiend met een beetje bijbeunen!’
Hoe ziet jouw bus eruit? Mail naar als je mee wil doen aan deze rubriek!
