Ga naar hoofdinhoud

Biobased verf nog nauwelijks gevraagd


Biobased verven zijn beter voor de gezondheid en het milieu – zo is de perceptie – maar toch heeft bijna tweederde van de schilders hier nog nooit mee gewerkt. Niet zozeer omdat de kwaliteit minder is, maar vanwege het ontbreken aan kennis, omdat hun klanten er niet om vragen en het moeilijker is te verwerken (droogtijd). Overigens blijken de definities van een biobased verf behoorlijk uiteen te lopen.

Gebrek aan kennis en ervaring belangrijk obstakel voor toepassing


In opdracht van Eisma’s Schildersblad en SchildersVakkrant heeft USP Marketing Consultancy uit Rotterdam onderzoek gedaan naar de inzet en ervaringen met biobased verf onder schilders. Ook de perceptie van biobased en natuurverven in z’n algemeenheid is onderzocht. Voor dit onderzoek zijn zowel bedrijven met personeel (60% van de respondenten) als zzp’ers ondervraagd (voor de samenstelling van de groep, zie kader ‘Achtergrondkenmerken’). Daar waar het relevant is, vermelden we de percentages in deze afzonderlijke groepen.

Definitie biobased

Figuur 1.
Figuur 1.

Allereerst is het interessant om te achterhalen of we wel allemaal dezelfde ‘taal’ spreken. Wat verstaat men eigenlijk onder een biobased verf? Opvallend is dat 34% dit niet weet/geen mening heeft (figuur 1). Onder zzp’ers is dit percentage zelfs 43%. Voor de rest geven zzp’ers en bedrijven met personeel vrijwel dezelfde inhoud aan het begrip ‘biobased’, waarbij natuurverf bovenaan staat (20%), op de voet gevolgd door volledig biologisch afbreekbare verf (18%). Opmerkelijk is dat 7% (bij zzp’ers zelfs 13%) watergedragen verf biobased noemt en slechts 3% een verf met een bindmiddel op basis van hernieuwbare grondstoffen. Enig zendingswerk lijkt dus op z’n plaats.

Figuur 2.

Slechts 9% werkt vaak met biobased verf (wat men daar dus ook onder verstaat), 26% soms, 64% nooit (figuur 2). Dit laatste percentage ligt bij zzp’ers gemiddeld lager (58%). Onder de niet-gebruikers is te weinig kennis en ervaring de belangrijkste reden (figuur 3) die wordt aangevoerd (29%), maar dit percentage wordt aardig omhoog getrokken door de zpp’ers (39%). Een te lange droogtijd (21%) en ‘mijn klanten vragen er niet naar’ (17%) zijn ook belangrijke overwegingen. De duurzaamheid van de beschermlaag is nauwelijks een issue (3%).

Figuur 3.
Figuur 3.

Klant vraagt erom

Schilders die wel (eens) met biobased verven werken, doen dit vooral omdat de klant daarom vraagt. De groep die een andere reden aanvoert dan genoemd in figuur 4, blijkt ook heel erg naar het type project en de ondergrond te kijken. “Het gebouw moet bij het product passen”, zoals een schilder het verwoordt.

Figuur 4.
Figuur 4.

Dit blijkt ook wel uit figuur 5, waar 35% zegt biobased verven te gebruiken bij geschikte projecten. Bij bedrijven met personeel is dit zelfs 50%. Zzp’ers zetten biobased verven vooral in bij particulieren (69%) tegen 22% bij de bedrijven met personeel, zodat het gemiddeld toch nog op 44% komt.

Figuur 5.
Figuur 5.

Dezelfde lijn is door te trekken als de groep die deze verven (nog) niet gebruikt, wordt gevraagd waar zij ze zouden toepassen als ze morgen wel met biobased verven zouden moeten schilderen (figuur 6). De grootste groep (39%) heeft geen idee. Bij particulieren, zegt ruim de helft van de zzp’ers (waardoor het gemiddelde op 31% komt) en de rest ontloopt elkaar niet zoveel.

Figuur 6.
Figuur 6.

Kwaliteit en verwerkbaarheid

De perceptie over de kwaliteit van biobased verven ten opzichte van synthetische verven is evenredig in twee kampen verdeeld, zo blijkt uit figuur 7. Beter (6%) en even goed (35%), tegenover slechter (37%). Wel of geen zzp’er maakt hier niet uit. Wordt deze vraag uitgesplitst naar gebruikers en niet-gebruikers, dan wordt de kwaliteit in de eerste groep duidelijk beter beoordeeld en groeit het aantal personen met geen mening onder de niet-gebruikers.

Figuur 7.
Figuur 7.

Er is ook gevraagd naar de (verwachte) verwerkbaarheid van biobased verven. Slechter zegt 39% van de totale steekproef (figuur 8). Maar opgesplitst naar gebruikers en niet-gebruikers worden heel andere percentages zichtbaar. Opvallend is dat de 51% ‘even goed’ bij de gebruikers aardig wordt opgekrikt door zzp’ers die met biobased verven werken; 65% tegen 39% bij bedrijven met personeel.

Figuur 8.
Figuur 8.

De vraag van een opdrachtgever mag dan de belangrijkste reden zijn om met biobased verf te gaan schilderen, zo bleek uit figuur 4, slechts 12% stelt dat de opdrachtgever hier wel eens actief om vraagt (figuur 9), nooit zegt zelfs 70%. Op de vraag of men ook van plan is de komende 12 maanden het aantal projecten waarbij biobased verven worden ingezet te verhogen, zegt 81% dan ook ‘nee’ (figuur 10). De verschillen tussen bedrijven met of zonder personeel zijn hier niet groot.

Figuur 9.
Figuur 9.

Stellingen

Tot slot een aantal stellingen om de attitude ten aanzien van biobased verf enigszins te peilen (figuur 11). Ook hier zijn zzp’ers en bedrijven met personeel vrij eensgezind als wordt gesteld dat biobased verven beter zijn voor de gezondheid en het milieu; 41% is het hiermee eens. Minder uitgesproken reageert men op de stelling ‘iedere natuurverf is biobased, maar iedere biobased verf is nog geen natuurverf’. De groep ‘neutraal’ en ‘geen mening’ is hier het grootst.

Figuur 11.
Figuur 11.

De ambitie van de Nederlandse verfindustrie – in 2030 is 50% van de verf in onze markt biobased met een vergelijkbare performance in vergelijking tot fossiele grondstoffen – wordt door 33% onderschreven (mee eens en zeer mee eens). Zo’n 21% is het hier (zeer) mee oneens, waarbij opvalt dat de zzp’ers sceptischer zijn dan de bedrijven met personeel. Op de stelling waarin de kwaliteit van biobased verf gelijk of beter wordt gepositioneerd ten opzichte van een synthetische verf, valt op dat ruim eenderde (6% en 31%) het hier (zeer) mee eens is, terwijl ongeveer een kwart het hier (zeer) mee oneens is. De groep ‘neutralen’ en ‘geen mening’ is even groot (19%). Door de bank genomen worden biobased verven prijzig gevonden, want slechts ruim een kwart gaat mee in de stelling dat biobased verven niet noodzakelijk duurder zijn dan synthetische verven

Achtergrondkenmerken

De groep respondenten, allen afkomstig uit de schildersbranche, bestond voor 40% uit zzp’ers en 60% is werkzaam bij een bedrijf met personeel, met gemiddeld 8,1 fte. Hun functie binnen het schilders- of onderhoudsbedrijf is: directeur/eigenaar 88%, hoofd inkoop 3%, medewerker inkoop 2%, bedrijfsleider 3%, overig 3%.


‘Morgen vrede? Dan de toeslag meteen naar nul’

Magneetverf trekt Achterhoekse schilder

Faillissementsfraude nekt schilder

Uitvinder Stefan Luif is terug, nu met een zeefhouder

Sophie Haarhuis naar WK: ‘Eerbetoon aan vader’


Naar archief >