De inzet van zzp’ers (via intermediairs) in de bouw- en infrasector brengt steeds grotere risico’s met zich mee, constateert AFNL. In meerdere dossiers gaat het om mogelijke naheffingen van 10 tot 20 miljoen euro. Belastingaanslagen die opdrachtgevers kunnen krijgen als blijkt dat de zzp’er een schijnzelfstandige is. Een werknemer dus, over wie de werkgever allerlei premies had moeten betalen.
Naheffingen die zich niet alleen beperken tot intermediairs; ze raken ook opdrachtgevers. Bedrijven die dachten afstand te houden van risicovolle constructies kunnen alsnog financieel en juridisch worden aangesproken. ‘Dit gaat niet langer over incidenten, maar over structurele risico’s in de keten’, stelt AFNL.
Waterbedeffect
De branchevereniging signaleert een ‘waterbedeffect’: bedrijven stoppen na handhaving met de inzet van zzp’ers, waarna dezelfde werkenden via andere intermediairs opnieuw aan de slag gaan. Dit leidt tot een ongelijk speelveld, waarbij verantwoordelijke bedrijven capaciteit en continuteit inleveren, terwijl andere partijen profiteren.
Samen keuzes maken
AFNL benadrukt dat de sector zelf ook keuzes moet maken en mikt op een zogenoemd handelingskader. Gezamenlijke afspraken over hoe te handelen bij de inzet van zzp’ers. Zo moeten bouw- en infrabedrijven constructies vermijden die juridisch op de rand opereren en inzetten op werknemers of uitzendkrachten wanneer zelfstandigheid feitelijk niet van toepassing is. ‘Dit kan leiden tot hogere kosten op korte termijn. Maar voorkomt grotere schade op lange termijn; financieel, juridisch en maatschappelijk.’
Een dergelijk handelingskader vraagt om zelfreflectie en samenwerking. ‘Alleen door gezamenlijke keuzes en duidelijke spelregels ontstaat een eerlijk en toekomstbestendig arbeidsmodel in de bouw- en infrasector’, aldus de federatie. AFNL nodigt ook vakbonden en zzp’ers uit om hierbij aan te sluiten.
Deze artikelen over dit onderwerp vind je mogelijk ook interessant:
