Het door werkgevers aangehaalde artikel 14 in de Wet op de CAO waardoor alle schilders in dienst van OnderhoudNL-leden beloond zouden moeten worden volgens de afspraken in het principe-akkoord met de LBV is minder eenduidig dan het lijkt. Juridisch ligt de kwestie lastig, voornamelijk vanwege het ‘incorporatiebeding’.
Dat betoogt Sicco van Steenwijk, arbeidsjurist, in zijn blog op deze website. Van Steenwijk volgt de discussie in de schildersbranche op een afstand en laat er zijn juridische licht over schijnen.
Artikel 14 in de Wet op de CAO verplicht leden van een werkgeversvereniging die een cao heeft afgesproken om ‘bepalingen omtrent arbeidsvoorwaarden ook na te komen bij de arbeidsovereenkomsten, welke hij aangaat met werknemers die door de collectieve arbeidsovereenkomst niet gebonden zijn.’
OnderhoudNL legt dit uit als een verplichting voor de werkgevers die lid zijn van OHNL om iedereen volgens het akkoord tussen OHNL en de LBV te verlonen. van Steenwijk wijst er op dat de tekst in de toekomende tijd gesteld is: ‘welke hij aangaat’. Dat geeft werknemers die al een vast contract hebben de mogelijkheid om van de oude afspraken uit te gaan.
Dan gaat het om het zogenaamde ‘incorporatiebeding’ een bepaling in het arbeidscontract dat zegt dat de cao gevolgd zal worden. De werkgevers zouden hun werknemers een nieuw contract kunnen aanbieden met zo’n incorporatiebeding. Ze zouden ook kunnen stellen dat bestaande incorporatiebedingen verwijzen naar de nieuwe cao. Daartegen zouden werknemers bezwaar kunnen maken, op basis van het geringe aantal leden onder schilders waarover de LBV tot op heden beschikt.
Lees Van Steenwijks uitvoerige blog hier
Lees ook; OnderhoudNL: cao geldt voor al onze schilders
Lees ook: CNV: cijfers OHNL kloppen niet

Dat is een duidelijk verhaal! Mijn man werkt al 17 jaar bij deze werkgever. Is UTA en 57 jaar, dit lijkt zijn rechten veilig te stellen!
Duidelijk verhaal Sicco!