Ik werk als technisch medewerker bij een woningcorporatie en krijg regelmatig vragen van bewoners over het schilderen van hun kunststof kozijnen en gevelpanelen. Zelf twijfel ik of dit in de praktijk wel een duurzame oplossing is. Kunststof veroudert immers anders dan hout, en ik zie in de omgeving nog weinig goed uitgevoerde voorbeelden. Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten bij het schilderen van kunststof, en welke producten en afwerkingen zijn in dit geval het meest geschikt voor een langdurig resultaat?
Antwoord:
Kunststof wordt niet vaak geschilderd, maar in het onderhoud komt het wel degelijk voor. Soms is het oppervlak verweerd of dusdanig vervuild, dat reinigen niet meer voldoende helpt. Denk aan hemelwaterafvoeren, gevelpanelen of kozijnen en deuren die een nieuwe uitstraling nodig hebben. Dan kan een verflaag uitkomst bieden. Een verweerd kunststof oppervlak kan soms beter verf opnemen dan een nieuw geschuurd oppervlak. Bij PVC is dat zelfs bewezen. Bij andere kunststoffen verschilt het per situatie. Hoe dan ook moet vuil eerst zorgvuldig worden verwijderd. Daarvoor bestaan speciale reinigingsmiddelen, die na gebruik altijd goed moeten worden afgespoeld. Als er restanten achterblijven, gaat dat ten koste van de hechting van het verfsysteem.
Bij beschadigingen is plamuren vaak nodig. Vooraf moet er worden geschuurd. De plamuur moet passen bij de kunststofsoort. Vooral hardheid en elasticiteit zijn bepalend. Voor thermoplasten zijn elastische plamuurpasta’s op polyurethaan- of acrylaatbasis geschikt. Bij hoogwaardige kunststoffen worden juist hardere plamuren gebruikt, vaak op epoxybasis. Voor een goede hechting moet het oppervlak dan schoon, droog en stofvrij zijn. Schoonmaken kan met oplosmiddelen, neutrale zeep of een oplossing met oppervlakte-actieve stoffen. Daarna wordt het oppervlak opgeruwd, meestal door droog of nat te schuren met fijne korrel.
Afwerking
Het oppervlak moet volledig droog zijn voordat de volgende stap volgt. Na de voorbehandeling wordt een primer aangebracht. Bij veel kunststoffen is dat zelfs noodzakelijk. Vaak gaat de voorkeur uit naar een tweecomponenten epoxyprimer, al worden ook acrylaatprimers toegepast. Een proefvlak is verstandig om de hechting vooraf te controleren. De tussen- en eindlagen bestaan meestal uit acrylaatdispersieverf, alkyd- of polyurethaancoating. Epoxy is ongeschikt, omdat het onder invloed van zonlicht snel verkleurt en krijt.
Ook een goed opgebouwd verfsysteem heeft geen eeuwig leven. Na verloop van tijd treedt veroudering op door glansverlies, kleurverlies of krijten. Als de verf nog goed hecht en de laag niet is verzwakt, kan eenvoudig worden overgeschilderd. Is dat niet het geval, dan moet de oude laag worden verwijderd. Mechanisch schuren is dan de aangewezen methode, omdat afbijten en afbranden meestal te agressief of te warm zijn voor de kunststof ondergrond. Een zorgvuldige aanpak en juiste materiaalkeuze maken het verschil tussen een tijdelijke oplossing en een duurzame afwerking.
