Wie de beste schilder is in huize Lijnsvelt? De benjamin van het zestal – Benjamin (16) – steekt brutaal zijn vinger op. Gelach aan tafel. Zijn broer Merlin (21) voegt er wijselijk aan toe: ‘Iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten.’ Maar in algemene zin steken Stefano (24) en Joëll (22) boven de rest uit, oordeelt Remy (20). Waarbij Stefano geldt als de perfectionist en Joëll het moet hebben van zijn snelheid. Een uitstekende combi, die ze dan ook in de praktijk brengen in hun gezamenlijke bedrijf met Merlin, die van zijn broers leerde schilderen maar op hogeschool Saxion accountancy studeert.
En dan is er nog de 18-jarige Lukas, in dienst bij Van Apeldoorn Schildersbedrijf. Remy en Benjamin werken op hun beurt voor Van den Berg Schilders. Allemaal in woonplaats Apeldoorn, waar ook moeder Wilma (50) een bekende organisatie dient: de Belastingdienst. Zwart bijbeunen is er dus niet bij voor de broers Lijnsvelt, knipoogt ze. Het beroep van pa Jack (51)? Schilder, zou het? Ja hoor. Bij Project Schilders (PS) in Vaassen.
De zevende zoon
‘Mooi toch’, glundert Jack, wanneer hij een blik werpt op zijn blakende zoons aan tafel. Hij is de trotse pater familias van het grootste schildersgezin van Nederland en misschien wel van Europa of de wereld. ‘Tja, wie heeft er nou zeven zoons?’, lacht Wilma. Euh, zeven? Ineens veert van de bank een jongen op die zich tot nu toe knap verscholen heeft gehouden. Het is Jonathan, 12 jaar, en op het punt om in te stromen in de brugklas van de havo. Op de vraag of hij ook schilder wil worden, klinkt een resoluut: ‘Nee!’
Je zou het misschien niet denken, maar die vrijheid is er gewoon bij de familie Lijnsvelt. Niemand is gepusht om voor kwast en roller te kiezen. Zo is ook Merlin naar de havo geweest en ambieert Remy een baan achter de schermen. ‘Ik doe momenteel een uitvoedersopleiding op mbo-niveau 4 aan het Nimeto in Utrecht. Daarmee wil ik bij Van den Berg doorgroeien naar de positie van bedrijfsleider. De getallen achter schilderen interesseren mij meer dan de kwasten.’
Wie denkt dat moeders na een dag hard werken een uitgebreide, warme maaltijd heeft klaarstaan voor haar batterij vakmannen, vergist zich. ‘Als onze moeder kookt, kunnen we niet eten’, klinkt het, gevolgd door een lachsalvo. Nee, het avondeten verzorgen is een taak voor Jack. Of hij daar puf voor heeft na een dag buffelen? ‘Het moet wel’, zegt Jack, die meestal – oer-Hollands – aardappels, groente en vlees op tafel zet.
Slapen in het tuinhuisje
Ze wonen nog thuis, de zoons, vlak bij het centrum van Apeldoorn. In de op het oog knusse woning beschikken ze toch allemaal over een eigen slaapkamer. Benjamin vervoegt zich elke avond naar zijn bed in het tuinhuisje. Filevorming voor de badkamer komt in de ochtenden zelden voor. Zozeer zijn ze het gewend dat iedereen zich om beurten wil opfrissen. Bovendien begint de een vroeger met werken dan de ander.
Kortom: iedereen blij. Hoewel… ‘Lukas moet heel veel sauzen, dat is een klaagpuntje van hem.’ Hij wil het vak graag breder onder de knie krijgen. Over sauzen gesproken: Benjamin was onlangs zo snugger een deur te sauzen. ‘De verf zat er wél heel vast op’, becommentarieert hij droogkomisch zijn eigen actie. ‘Het was er niet af te schuren.’ Op de Schildersvakopleiding, waar hij na deze zomer begint, zullen ze hem dit soort fratsen snel afleren, hoewel hij natuurlijk allang is terechtgewezen door zijn broers.
Hun werk mag er volgens vader en moeder zijn. Jack: ‘Als ik foto’s zie van wat ze maken en de geluiden die ik hoor van bazen en klanten… Ze doen het goed.’ Logisch gevolg van wonen in Een huis vol schilders.
