Hartelijk welkom op het Forum van Schildersvak.nl, waar professionals in de schilders- en onderhoudsbranche over allerlei onderwerpen discussiëren die met het vak of de branche te maken hebben. Ook hier te vinden, de ‘Vraagbaak‘: verftechnische vragen die door een herkenbare expert worden beantwoord.

Dit onderwerp bevat 2 reacties, heeft 2 stemmen, en is het laatst gewijzigd door  Klaas de Wit 4 maanden geleden.

3 berichten aan het bekijken - 1 tot 3 (van in totaal 3)
  • Auteur
    Berichten
  • #65052

    Redactie
    Sleutelbeheerder

    Vraag:
    Wij hebben bij een nieuwbouwproject de kozijnen overgeschilderd met een oplosmiddelarm alkydsysteem. De verf verliest echter al na een aantal weken zijn glans. Onze opdrachtgever is hier zeer ontevreden over. Wat kan de reden zijn van dit glansverlies?


    Antwoord:

    Tegenwoordig is de aanvangsglans iets hoger in vergelijking met de vroegere halfglans alkydharsverven. De eerste twee weken na het aanbrengen loopt de glans iets terug naar de bedoelde glansgraad. Hierna vindt de glans geleidelijk haar evenwicht en stabiliseert zich zoals dat bij alkyds oorspronkelijk het geval was direct na droging.

    Het verminderen van de glans gedurende de eerste weken heeft te maken met het droogproces van oplosmiddelarme verven. Voordat het droogproces op het niveau zit van de oorspronkelijke alkyds zijn, afhankelijk van de weersomstandigheden, vele dagen verstreken. De oplosmiddelarme verflaag klinkt hierbij in zekere zin in (krimp), waardoor pigment en vulstofdeeltjes meer aan het oppervlak komen en daar voor een halfglans zorgen. Het ontwijken van oplosmiddel door een vlotte oppervlaktedroging is relatief moeilijk.

    Opvallend vroegtijdig glansverlies kan echter ontstaan door het aanbrengen van onvoldoende laagdikte. Hierdoor komt het pigment tijdens dit droogproces op den duur meer ‘bloot te liggen’. De bindmiddellaag is dan minimaal en het oppervlak is – onder de microscoop beoordeeld – minder vlak en ruwer. Ook zal op den duur de verflaag sneller verder degraderen omdat deze te dunne lagen minder bestand zijn tegen de inwerking van buitenaf, zoals bijvoorbeeld UV-licht.


    Te dun aangebrachte aflak levert eerder glansafname.

    #65083

    Klaas de Wit
    Bijdrager

    Het gesignaleerde verschijnsel is niet van vandaag of gisteren.
    In de historie van “Vraag en Antwoord” vragen speelde het probleem eveneens.
    Zo was er een vraag uit 1987 nr. 20 waarin het volgende (gedeeltelijke) antwoord werd gegeven: “De meest voorkomende oorzaak van glansverlies moet echter worden gezocht
    in een onvoldoende doorharding van de ondergrond. Zo kan men het zien gebeuren dat een aflaklaag die met veel zorg is aangebracht en bij voltooiing van het werk zeer glad is, na verloop van tijd een fijn schroei-effect gaat vertonen.
    Het ‘gestoorde’ oppervlak wordt veroorzaakt door de krimpende, verder drogende voorlaklaag, die de aflaklaag enigszins doet samentrekken. Door deze verstoring van het gladde, spiegelende oppervlak, verliest de laag de hoge glans.”
    Zo was er in 1972 nr. 26 een vraag over snel glansverlies met als (partieel) antwoord:
    “De meest voorkomende oorzaak van glansverlies moet worden gezocht in een onvoldoende doorharding van de ondergrond. Wilt u een goed stuk werk maken met een bolle, blijvende glans, dan kunt u niet vandaag voorlakken en morgen aflakken. De aflaklaag die met veel zorg is aangebracht en bij voltooiing van het werk zeer glad is, zal na verloop van tijd een zeer fijn, met het blote oog nauwelijks waarneembaar, schroeieffect te zien geven. Dit “gestoorde” oppervlak wordt veroorzaakt door de krimpende, verder drogende grond- of voorlaklaag die de aflaklaag enigszins doet samentrekken Door deze verstoring van
    het gladde, spiegelende oppervlak, verliest de laag zijn hoge glans.”
    “Naast deze hoofdoorzaak willen we nog een paar oorzaken noemen welke kunnen zorgen voor een snel glansverlies, zoals: de lak vlak voor het gebruik verdunnen; Ook een te dikke
    laag is niet bevorderlijk voor de glans. Door een naar verhouding te snelle bovendroging ontstaat dan glans verlies.”

    #65090

    Klaas de Wit
    Bijdrager

    De deeltjesgrootte verdeling van het soort titaanwit in een lakverf op alkydhars is van grote invloed op de uiteindelijke glansgraad. Of deze glansgraad bij aanvang hoger is en in verloop van korte tijd dermate terugloopt is blijft de vraag.
    De glans van een glad oppervlak wordt bepaald door de lichtinvalshoek en de brekingsindex van het oppervlak.
    Het gebruik van titaanwit verhoogt de brekingsindex van een verf en zou theoretisch moeten leiden tot een toename van de glansgraad. Titaanwit beïnvloed echter ook de ruwheid van het oppervlak. Zo zal bij een relatief hoge concentratie titaanwit en als er ‘grotere deeltjes’ in zitten de negatieve invloed op de glansgraad overtreffen (dit t.g.v. toenemende ruwheid van het verfoppervlak).
    Deze ruwheid wordt niet alleen beïnvloed door de aard van het fabricage- en dispergeerproces en de gebruikte applicatiemethoden (spuiten, kwasten, rollen etc.)
    maar ook door de kwaliteit en aard van de gebruikte grondstoffen.

3 berichten aan het bekijken - 1 tot 3 (van in totaal 3)

U moet inloggen om deel te nemen binnen het forum.

Direct inloggen