Hartelijk welkom op het Forum van Schildersvak.nl, waar professionals in de schilders- en onderhoudsbranche over allerlei onderwerpen discussiëren die met het vak of de branche te maken hebben. Ook hier te vinden, de ‘Vraagbaak‘: verftechnische vragen die door een herkenbare expert worden beantwoord.

Dit onderwerp bevat 0 reacties, heeft 1 stem, en is het laatst gewijzigd door  Redactie 3 jaren, 9 maanden geleden.

1 bericht aan het bekijken (van in totaal 1)
  • Auteur
    Berichten
  • #36369

    Redactie
    Sleutelbeheerder

    Vraag:

    In ons honderd jaar oude stenen pand, dat drie jaar geleden is gerenoveerd, vertonen alle geschilderde wanden en plafonds in de hoekaansluitingen nu al haarscheuren en craquelé effect. Opvallend is dat meestal de scheuren alleen in de verflaag zitten en niet in de kitlaag daaronder. Het is duidelijk genoeg om op te vallen en het ziet er niet mooi uit, maar de aannemer en schilder beweren dat dit normaal is. Wat voor een mate van scheurvorming acht men acceptabel in de branche en in hoeverre kunnen wij als opdrachtgever van de schilder iets verlangen wat betreft herstel? Voor alle duidelijkheid; het pand heeft geen last van verzakking of vochtoverlast.

     

    Antwoord:

    Er zijn geen normen voor haarscheuren en craquelé bij binnenschilderwerk zoals door u geschetst. Er zijn wel normen waarmee de mate van en de soort scheurvorming kan worden vastgesteld, maar hieruit valt niet af te leiden wanneer iets goed of afgekeurd kan worden. TNO heeft een zogenoemde barstschaal ontwikkeld met omschrijvingen van de soort barstvorming, de hoeveelheid en de diepte van de barsten. Erichsen geeft deze schaal met afbeeldingen uit onder de naam TNO Rissbildungsskala. In deze schaal komen afbeeldingen voor van verschillende typen barsten, ieder type in vijf verschillende hoeveelheden.

    De typen zijn aangeduid met de letters A en K, de hoeveelheid met de cijfers 2, 4, 6, 8 en 10, waarbij 10 de grootste hoeveelheid voorstelt. Op dezelfde wijze zijn ook twee typen afbladderen weergegeven, aangeduid met de letters P en Q. Afzonderlijke afbeeldingen zijn verder nog opgenomen voor het weergeven van de diepte van de barsten. Een systeem voor de beschrijving van barstvorming zonder afbeeldingen wordt weergegeven in DIN 53230. ASTM D 660-44 en ASTM D 661-44 en ASTME D 772-47 betreffen eveneens een schaalaanduiding van barstvorming.

     

    Gebreken

    De omschreven gebreken zijn overigens niet normaal. Een goede vakschilder weet welke kit of vulmaterialen hij moet gebruiken om bij overschilderen barstjes of onvolkomenheden te voorkomen. Een vuistregel voor esthetische beoordelingen is dat barstvorming of onvolkomendheden op een afstand van een meter niet zichtbaar mogen zijn. Is dit wel het geval dan is dit reden om het werk esthetisch af te keuren . Ter voorkoming van dergelijk schade wordt bij schilderen met muurverf geadviseerd kit spaarzaam te laten gebruiken. Dus geen brede kitzomen toepassen. Grotere scheuren of naden moeten dan ook anders hersteld worden. Met andere elastische vulmiddelen, eventueel in combinatie met wapeningsgaas.

     

1 bericht aan het bekijken (van in totaal 1)

U moet inloggen om deel te nemen binnen het forum.

Direct inloggen

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven