Blog

In nummer 4 van april publiceerde Eisma’s Schildersblad op haar verzoek een essay van de hand van Adrie Winkelaar over de toekomst van het schildersambacht. Met publicatie lokt een schrijver reacties uit en dat heb ik dan maar gedaan. We kunnen dit essay er op naslaan via de link onderaan dit weerwoord.  

In de twee maanden die volgden na de publicatie had niemand de moeite genomen om in een van onze vakmedia een reactie te geven op met name de conclusies die nogal cynisch en denigrerend geformuleerd waren. Dat is wel begrijpelijk want die stijlvorm is een vrij keuze en wie op die manier de uitdaging aangaat mag dan of helemaal geen of een passend antwoord verwachten. Dat heb ik dus maar gedaan maar wel in bijpassende toonsoort.

De schrijver reageerde hierop gepikeerd (maar verweet dat mij) en probeerde me zelfs te beledigen. Dat mag, want ook dat is een stijlvorm, maar wel een die onmacht weergeeft.

De conclusie dat een ambacht zal verdwijnen kan iedere studeerkamergeleerde maken als je appels met peren vergelijkt. Het oude ambacht van zelf je verf moeten maken is  immers allang geëvolueerd naar de high-tech fabrieksmatige verfproductie en het handmatig schuren en plamuren heeft in veel gevallen plaats gemaakt voor de veel betere mogelijkheden van machinaal schuren. Het spuiten van verf en het aanbrengen van folies hebben het kwasten en of rollen in een groot aantal situaties overgenomen.

Daarmee verdwijnen hooguit onderdelen van het ambacht en heeft de schilder daarvoor in de plaats betere en meer mogelijkheden gekregen voor het aanbrengen van coatings in de ruimste zin van het woord. 

Een eerder gehoorde opmerking dat authentieke lijnolieverf tot de museale praktijken zal gaan behoren wordt gelogenstraft door een blijvende specifieke vraag naar klassieke schildertechnieken in onder andere de restauratie van monumenten maar ook door de bewoners van oude panden. En daar hebben we er in Nederland nog steeds veel van. 

De geopperde veronderstelling dat Youtube filmpjes de doe-het-zelver in staat stelt de vakschilder te verdringen is een vertekening van de werkelijkheid die bijna lachwekkend aandoet. 

Het essay leest u hier.

 

 

 

Over Bas Burema

Bas Burema (1957) is al veertig jaar schilder. Precies dit jaar heeft hij 25 jaar zijn eigen bedrijf. Burema is bewust OZP'er: Ondernemer-Zonder-Problemen. Hij volgde Mavo, Havo en Pedagogische Academie en haalde zijn schilderspapieren tussen de bedrijven door. Bas Burema schrijft in zijn blog over zaken waar de schilder van dag tot dag mee te maken heeft.

Bekijk alle berichten van Bas Burema

1 reactie op “Waar hebben we het over…

  1. Bas, ik heb het hier (https://www.schildersvak.nl/blogs/transitie-naar-biobased-verf/) ook al eens met deze heer aan de stok gehad. Ik ben het eens met jou reacties, dank dat jij deze handschoen op nam.
    Als ik Adrie moet geloven kunnen we binnenkort heel veel onderwijsgeld besparen door alles op YouTube te zetten… Ook vind ik de denigrerende wijze waarop het vak/ambacht van schilder wordt neerzet getuigen van zeer weinig respect voor het vak.

    Na een warrig en onsamenhangend verhaal en gegoochel met verfafzetcijfers komt Adrie met het kopje “Handwerkclubs” waar hij het heeft over aanleren van nieuwe applicatie- en drogingstechnieken (welke dan? Voorbeeld graag, ik wil overleven!). Na het aanleren van deze vaardigheden (#welkeookalweer?) kan je door als zelfstandig schilder maar vlak daar onder verdwijnen we weer in het museum….
    Nee, sorry Adrie, je mag dan in Eisma pochen met een mooi lijstje van chique erebaantjes onder je foto, ik twijfel openlijk aan je juiste kijk op het schildersvak en zijn toekomst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.