Ga naar hoofdinhoud

Met de directeur naar de rechter


Een werkgever betaalt niet het gehele afvloeiingsbedrag dat hij overeen is gekomen in de vaststellingsovereenkomst die hij sloot met zijn afscheid nemende directeur. De kantonrechter achtte de hele regeling ‘in strijd met de openbare orde’

De werkneemster (het gaat hier om een mevrouw) is van 1 oktober 2006 tot 1 juni 2014 in dienst geweest bij werkgever, op het laatst in de functie van directeur. De aanstellingsomvang bedroeg 88%, tegen een salaris van € 5.027,62 bruto.

Op 21 maart 2014 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten ter beëindiging van het dienstverband. Overeengekomen is dat de arbeidsovereenkomst eindigt per 1 juni 2014 en dat werkgever aan werkneemster een beëindigingsvergoeding betaalt conform de kantonrechtersformule (C=1) van € 81.437 bruto.

De werkgever heeft een bedrag van € 66.000 bruto overgemaakt en weigert, met een beroep op de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), de volledige overeengekomen vergoeding te betalen.

Het geschil draait om de vraag of de werkgever, in het licht van de bepalingen van de WNT, de overeengekomen beëindigingsvergoeding dient te betalen.

De Kantonrechter oordeelt dat de WNT van toepassing is op deze situatie. Een beroep van de werkneemster op de uitzonderingsbepaling van artikel 7:902 BW, die bepaalt dat zelfs dwingend recht kan worden opzijgezet indien het gaat om een beëindiging van onzekerheid op vermogensrechtelijk gebied, niet opgaat omdat het hier betreft een onzekerheid omtrent de toe te kennen beëindigingsvergoeding door de Kantonrechter.

Bovendien acht de Kantonrechter de regeling in strijd met de openbare orde omdat de wet er vanuit gaat dat de enige uitzondering die wordt toegestaan betreft de door de kantonrechter toe te kennen vergoeding.

Met andere woorden: de partijen hadden beter kunnen afspreken dat zij de vergoeding via een “pro forma” procedure zouden doen laten bevestigen door de Kantonrechter.

Heeft u vragen of opmerkingen, neemt u gerust contact op met Sicco van Steenwijk, specialist arbeidsrecht, email: s.van.steenwijk@vanslagmaat.nl of tel: 06-51346686


Deel via:

4 reacties

  • Freek

    Wat is het belang van dit artikel voor de schildersbedrijfstak? Volgende keer een recept om lekkere appeltaart te maken in de SchildersVakkrant?

  • Jan Maurits Schouten

    @ Freek: er zijn nog wel degelijk bedrijven met directeuren in de schildersbranche. Die zullen niet vaak ontslagen worden. Daardoor komen dit soort cases (waarin afspraken gemaakt worden die later niet houdbaar blijken) nu en dan voor. Interessant dus, om kennis van te nemen voor wie ooit in dezelfde situatie zit. En dat zal bepaalde niet elke schilder zijn.

  • Freek

    In dit artikel draait het om de vraag of de werkgever, in het licht van de bepalingen van de WNT, de overeengekomen beëindigingsvergoeding dient te betalen. Het betreft hier dus een specifiek geval voor de publieke en/of semi-publieke sector. Schildersbedrijven zijn gewoon private instellingen toch?

  • Sicco

    @Freek: klopt maar dit soort regelingen en ook de WNT werken door in de private sector en ook in de private sector geldt dadelijk artikel 673 lid 2 BW van de WWZ namelijk dat de Transitievergoeding is gemaximeerd tot €75.000,00. Altijd goed om te weten hoe met dat soort maxima wordt omgesprongen in de praktijk.


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.


Zilveren C2C-certificaten voor Pilkington

Online verfwinkel weer stukje minder online

Amerikaanse olympiërs rodelen goed geschuurd

Open Dagen Cibap fysiek of online bij te wonen

SchildersVakkrant verwelkomt nieuwe columnist


Naar archief >