Blog

Voor hele hordes schilders is de ‘man van de fabriek’ nog altijd een bron van kennis, net zoals de ‘man van de groothandel’: ze weten alles over producten, schrijven bestekken, adviseren de opdrachtgever, houden toezicht op het schilderen en geven tips en trucs. Voor andere schilders zijn ze in het beste geval lui die je in ieder geval niet voor de voeten lopen.

Zoals in zoveel branches wordt het verschil tussen de professionals in de schildersbranche steeds groter. dat heeft niet eens veel met opleiding of ervaring te maken, wel met bedrijfsvoering en met ‘hoe je jezelf ziet’ als schilder.

De doorsnee-schilder zal niet snel om een advies vragen bij een gewone anderhalf beurt (al heb je die er ook tussen). Maar bij een ondergrond waar iets meer behandeling nodig is, of een die je niet al te vaak tegenkomt, daar is het toch fijn als de technisch specialist van de fabrikant meekijkt. Ook al heb je het op school geleerd en kun je het naslaan in de handboeken: altijd prettig als je advies krijgt van iemand die per jaar misschien wel twintig van dat soort gevallen ziet en dus net iets beter kan inschatten wat er moet gebeuren.

en het is gratis, he?

En dan is er het gezamenlijk optrekken: eigenlijk raar dat de technische man van een bedrijf, instelling of corporatie liever luistert naar een commerciële man van een halffabrikaatfabrikant dan naar de analyse van de vakman die dat halffabrikaat ergens in zijn werkproces gaat toepassen. Maar het is niet anders: de vertegenwoordiger van de industrie krijgt meer vertrouwen dan de vakman. Vaak ook, dus, van de vakman.

en het is gratis, he?

En dan is er de grote en groeiende groep van onderhoudsbedrijven waarbij de verfinkoop steeds meer, in verhouding tot de andere inkoop, een ‘convenienceproduct’ wordt. Een product waar je niet te veel gedachten aan hoeft te wijden behalve dat het snel en op tijd en tegen een scherpe prijs geleverd moet worden: er verandert weinig in, je hebt een base-coat en een top-coat nodig, de behandeling en logistiek stellen we zelf op.
Dat is een ontwikkeling die al lang gaande is. Al jaren geleden liet een directeur van een groot schildersbedrijf me eens een brief lezen waarin hij zijn leverancier vroeg om een fiks aantal procenten korting, in ruil voor de belofte dat hij nooit meer om een gratis technisch advies zou vragen, iets dat hij makkelijk kon beloven, omdat hij zijn eigen adviezen opstelde, en in voorkomende gevallen liever advies inkocht bij een onafhankelijk adviesbureau.

want het is natuurlijk niet echt gratis.

Schildersbedrijven werden onderhoudsbedrijven en daarna renovatiebedrijven. Ik was pas bij een van die grote jongens: de directeur vertelde me dat hij nog steeds ongeveer dezelfde omzet deed met dezelfde hoeveelheid schilders als tien jaar geleden. Alleen: was dat toen de hoofdmoot, nu maakt het maar een klein deel van de omzet uit. En vormt, wegens de personeelskosten, een van de minst profijtelijke delen van het bedrijf.

want de verf is weer een heel klein deel van de schilderskosten, als bekend.

Je hebt fabrikanten die die grote bedrijven, die dus nog altijd veel verf afnemen, zo goed als loslaten. Ze hebben er geen ingangen en ze hebben er niets aan waarde toe te voegen. Je hebt ook fabrikanten die op productniveau belangwekkende dingen doen. Biobased en duurzame producten, die zouden het verschil kunnen maken bij steeds maatschappelijk bewuster wordende opdrachtgevers. Kleuradvies, speciale wandafwerkingen en daar dan cursussen over geven. Ook belangrijk, maar in Nederland- doe-maar-gewoon-land blijft dat altijd een niche.

En dan heb je de meedenkers op prestatievlak. Op dit moment is daar inderdaad nog veel in te doen. Als je je technisch adviseurs tenminste maar goed bijschoolt en ze afleert vooral in liters te denken. Die kunnen dan meedenken over onderhoudscycli, duurzaamheid van verfsystemen, kleurkeuzes etcetera. Ze worden daar ook om gewaardeerd, al voegen ze ook weer niet zoveel toe bij schildersbedrijven die het kunstje inmiddels een paar keer gedaan hebben. En het is gratis he?

Je kunt je afvragen of die salesinspanning op den duur de opbrengst nog waard is. Voor grote groepen blijft de ‘man van…’ nog altijd een steun en toeverlaat en zal dat ook altijd blijven. Voor de kleinere, wel veel volume vertegenwoordigende groep onderhoudsbedrijven, moeten de fabrikanten doorlopend oppassen voor irrelevantie.
Ik denk dat we aan die kant over niet al te lange tijd een flinke transitie gaan zien, waarbij inhoud, content, een belangrijke rol gaat spelen.

Over Jan Maurits Schouten

Jan Maurits Schouten (1965) is getrouwd, 'heeft' twee kinderen. Studeerde aan de Hogeschool Arnhem en de Radboud Universiteit Nijmegen. Werkte voor verschillende vakbladen. Regisseerde bedrijfsfilms. Liefhebbert in de literatuur. Hoofdredacteur van SchildersVakkrant sinds 2000.

Bekijk alle berichten van Jan Maurits Schouten

1 reactie op “Hoe relevant is de verffabrikant?

  1. Ernst de Nobel schreef:

    ik denk , en hoop ook, dat je daarin gelijk gaat krijgen Jan Maurits.
    Wat mij niet snel genoeg kan gaan is de biobased transitie, weg van de fossiele grondstoffen. Daarnaast word het hoog tijd dat alle fabrikanten eens op die blikken en emmers gaan zetten wat in zit!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.