Blog

Deze week was ik op bezoek bij een uitgeverij voor studieboeken. De vraag was of ik een bijdrage kon leveren aan het inhoudelijke deel van het kleuronderwijs. Duidelijke vraag waar ik inderdaad, vanuit mijn docentschap, wel een substantiële bijdrage aan kan leveren.

In dit specifieke geval ging het over de invulling van de lesstof voor de module kleur voor het VMBO onderwijs. Het Ministerie van Onderwijs had hiervoor al de examenpilot voor 2015 voor op papier gezet. Hierin stond het volgende beschreven.

De kandidaat kan

  1. Kleurkarakteristieken toepassen en combineren tot kleurcontrasten.
  2. De wens van de klant achterhalen en vertalen naar een ontwerp.
  3. Een kleurontwerp maken voor interieurelementen.

In dit verband kan de kandidaat

  1. Beschrijven wat kleur is en factoren beschrijven die kleur beïnvloeden. Dit zijn licht en andere kleuren.
  2. Beschrijven wat kleur is en factoren beschrijven die kleuren beïnvloeden. Dit is licht, textuur en andere kleuren.
  3. Primaire, secundaire en complementaire kleuren onderscheiden en herkennen volgens het CMYK systeem.
  4. Kleurkarakteristieken herkennen en combineren tot kleurcontrasten zoals: kleurtoon, helderheid en verzadiging.
  5. Kleurcontrasten herkennen en toepassen. Met name warm-koud en licht donker contrast.
  6. Kleurcontrasten herkennen en toepassen. Met name kwaliteitscontrast, warm-koud contrast, complementair contrast en het licht-donker contrast.
  7. Kleurcoderingen beschrijven en herkennen. Met name RAL.
  8. Kleurcoderingen beschrijven en herkennen. Met name RAL, NCS en PMS.
  9. Materialen en ondergronden herkennen. Met name materiaaleigenschappen, kleurcollecties en mogelijkheid tot wijzigen van kleur.

10. Interieurstijlen kunnen herkennen en hierbij de juiste kleurcontrasten met behulp van een collage toepassen. Bijvoorbeeld modern, trendy, (kleurrijk, jong) retro/vintage, landelijk en klassiek.

 

In dit verband kan de kandidaat.

  1. Met behulp van gegevens de wens van de klant achterhalen en vertalen naar een kleurontwerp. Ruimte en materiaalmogelijkheden, functionaliteit, stijl, kleur en afwerking.
  2. Een gesprek met de klant voeren en de wens van de klant vastleggen door middel van een schriftelijk verslag en een presentatie. Audiovisueel, schets en collage.
  3. Een kleurontwerp maken voor interieurelementen.

 

In dit verband kan de kandidaat

  1. Met behulp van software en op basis van de gemaakte afspraken een kleurontwerp maken voor interieurelementen.

 

Tot zover het Ministeriele competentieprofiel voor Bouwen, wonen en interieur voor het VMBO.

Afgezien van allerlei fouten die ik hierna nog zal bespreken is het ook van belang dat u weet hoeveel tijd er beschikbaar is voor de leerling om zich deze lesstof eigen te maken. Effectief gezien is dit 8 uur. Nee, niet om het examen af te leggen maar om alles te leren wat hierboven beschreven staat. Toen ik vroeg of er dan niemand op het idee is gekomen dat dit niet kan, om het maar even zachtjes uit te drukken, kreeg ik als antwoord: “Nee! Het is u vraagt en wij draaien. Wij hebben hier geen inbreng in en staan ook met onze rug tegen de muur helaas.”

 

Vergelijken.

Kijk, wij kunnen een leerling ook vragen om een auto te ontwerpen en hem alleen maar een koplamp en een remblokje geven. Dit is ongeveer wat hierboven wordt gevraagd. Ik vraag mij dus ernstig af welk weldenkend mens, in dit geval is hier al door veel meer mensen naar gekeken, serieus op papier durven te zetten dat dit ook maar in de verste verten enigszins haalbaar zou kunnen zijn. Nu betreft dit onderdeel natuurlijk alleen kleur, maar als het met de overige competenties ook zo gesteld is dan is ons onderwijs een farce. 

 

Toelichting op de competenties. De kandidaat kan.

  1. Kleurkarakteristieken toepassen en combineren tot kleurcontrasten.

Kleurkarakteristieken gaan over golflengtes. Kortgolvig blauw licht heeft een andere energie en kleurkarakter dan langgolvig rood licht. Dit is het terrein van de kleurpsychologie.

Zij moeten dus de kleurpsychologische werking van kleur kunnen combineren tot kleurcontrasten? Dit is een volkomen onbegrijpelijke benadering. Kleurpsychologie en kleurcontrasten hebben geen enkel direct logisch verband.

 

2.  De wens van de klant achterhalen en vertalen naar een ontwerp.

Om de wens van de klant te kunnen achterhalen heb je kennis van zaken nodig om de juiste vragen te kunnen stellen en moet je empatisch kunnen denken. Dit lijkt simpel, maar als een klant weet wat hij wil, gaat hij niet aan een VMBO opgeleide “ontwerper” vragen om een ruimte in te richten. Klanten weten vaak niet wat zij willen. Dan moet deze informatie nog adequaat vertaald worden naar de wens van de klant. Een VMBO leerling zou hiervan nachtmerries moeten krijgen en compleet in de stress of burn-out toestand moeten schieten als hij of zij ook maar enigszins beseft wat er van ze gevraagd wordt.

 

3.  Een kleurontwerp maken voor interieurelementen.

Bij het maken van een kleurontwerp komen allerlei zaken aan bod waar de leerling geen flauw idee van heeft. Je zou hem ook kunnen vragen een heerlijke soep te bereiden voor de specifieke smaak van een gast en zonder het recept of de ingrediënten hiervoor te geven.

 

Competenties van de kandidaat.

 

  1. Beschrijven wat kleur is en factoren beschrijven die kleuren beïnvloeden. Dit is licht, textuur en andere kleuren.

Ik heb geen idee waarom deze competentie gedeeltelijk is herhaald, maar de toelichting kunnen we wel in een keer behandelen. Wat kleur is kunnen we beschrijven vanuit kleurfysica. Een gedeeltelijke weerkaatsing en absorptie van het opvallende licht. De lichtbron bepaalt de hier mede de kleurweergave. Op zich een lastige materie voor een VMBO leerling omdat licht zowel daglicht als kunstlicht kan betekenen. Ook is de invloed van het licht op bijvoorbeeld het noorden anders dan op de overige windrichtingen. Evenals de stand van de zon in ieder jaargetijde anders is. Verder worden textuur en andere kleuren benoemd. Op zich klopt dit dan wel weer, maar er ontbreekt toch nog wel het een en ander aan dit lijstje. Vorm, vormverhoudingen, structuur, factuur (manier van aanbrengen), glans, transparantie, translucentie, kleur-kwaliteitsverhoudingen, kleur-kwantiteitsverhoudingen, kleurkarakter, kleurpsychologie, persoonlijkheid en opvoeding.

 

2. Idem.

 

3.  Primaire, secundaire en complementaire kleuren onderscheiden en herkennen volgens het CMYK systeem.

Na primair en secundair komt tertiair en geen complementair. Wat hier eigenlijk staat is dat leerlingen dienen te weten hoe de kleurencirkel is opgebouwd en moeten weten welke kleuren diametraal (complementair) tegenover elkaar liggen in de kleurencirkel. CMYK heeft hier echter helemaal niets mee te maken. CMYK is een kleurensysteem om specifieke kleuren aan te duiden in een kleurruimte. C staat voor cyaan (blauw) M voor magenta, Y voor yellow en K is het zwartaandeel. Kleurenstalen omzetten in een plaats in de kleurruimte is erg lastig omdat je er allerlei factoren deze kleur beïnvloeden. Door al deze invloeden is de werking van ons kleurgeheugen slecht. Alle kleurencirkels hebben bovendien eenzelfde opbouw, ongeacht het systeem.

 

4.  Kleurkarakteristieken herkennen en combineren tot kleurcontrasten zoals: kleurtoon, helderheid en verzadiging.

Een volkomen onbegrijpelijke zin. Absoluut abracadabra. Kleurkarakteristieken zijn zoals eerder gezegd het terrein van de kleurpsychologie. Deze zouden we moeten combineren tot kleurcontrasten? De kleurcontrasten worden hier benoemd als Kleurtoon, helderheid en verzadiging. Deze drie hoedanigheden zijn geen kleurcontrasten, maar de manier waarop je een kleur kunt definiëren. Namelijk, kleurtoon is de plaats in de kleurencirkel, de helderheid de mate van lichtweerkaatsing, oftewel grijsaandeel en de verzadiging is het aandeel kleur.

 

5.  Kleurcontrasten herkennen en toepassen. Met name kwaliteitscontrast, warm-koud contrast, complementair contrast en het licht-donker contrast.

Weer zo’n vreemde dubbele vermelding. Maar goed. De kleurcontrasten die hier worden benoemd zijn destijds benoemd door Johannes Itten. Hij heeft dit ontwikkeld om het kleurgebruik in de autonome kunst beter en adequater te kunnen beschrijven en te analyseren. Een analyse model voor autonome kunst is echter totaal iets anders dan een denk- of ontwerpmodel voor omgevingen, tenzij je van peren ook appelmoes kunt maken.

 

6.  Idem.

 

7. Kleurcoderingen beschrijven en herkennen. Met name RAL, NCS en PMS.

Kleurcoderingen herkennen en beschrijven is voor veel mensen geen sinecure. Het lezen van coderingen merk ik zelf bij het lesgeven is ook vaak een probleem. RAL, ik neem aan dat dit de standaardwaaier is en niet de designwaaier, en het NCS systeem zijn wel heel zinvol om te kunnen lezen. Wat PMS hier in dit rijtje doet is mij een Gods raadsel. Panthone kleuren worden onder andere gebruikt in de drukkerij en de textielindustrie.

 

8. Idem.

 

9. Materialen en ondergronden herkennen. Met name materiaaleigenschappen, kleurcollecties en mogelijkheid tot wijzigen van kleur.

Ze dienen dus een gedegen materialenkennis het hebben, ze moeten dit immers niet alleen de materialen kunnen herkennen, maar ook nog de eigenschappen hiervan kunnen benoemen. Materialenkennis is voor dit vak inderdaad noodzakelijk. Ik weet bijvoorbeeld van een interieurinrichting van een kinderdagverblijf. Hier was pvc toegepast, alleen had de adviseur vergeten om na te gaan of hier nog weekmakers in waren verwerkt. Weekmakers lossen namelijk op en hier kunnen meisjes onvruchtbaar van worden. En aangezien kinderen in een kinderdagverblijf op de veel op de grond spelen is dit wel een ernstig gemis aan kennis. Belangrijk dus, maar ook weer veelomvattend.

Wat ze met de kleurcollecties moeten is mij niet geheel en al duidelijk. Moeten ze deze kunnen herkennen? Collecties kun je niet wijzigen. Boven een bepaald aantal metrages kun je vaak wel andere kleuren bestellen, maar grote projecten voor VMBO niveau?

 

10. Interieurstijlen kunnen herkennen en hierbij de juiste kleurcontrasten met behulp van een collage toepassen. Bijvoorbeeld modern, trendy, (kleurrijk, jong) retro/vintage, landelijk en klassiek.

Deze leerlingen moeten dus al deze stijlen kunnen herkennen. Dit is het meest gemakkelijke gedeelte. Maar dan, binnen deze stijl moeten zij variabelen kunnen maken waaruit een ontwerp ontstaat dat op de klant is toegesneden. In kleur, materiaal, ruimte, persoonlijkheid, textuur, structuur, factuur, vorm, licht, zowel daglicht als kunstlicht, compositie, kleurkwaliteiten, kleurkwantiteiten, glans en vormen. Hiervan een collage maken die het antwoord is op de vraag van de klant. 

 

In dit verband kan de kandidaat.

 

  1. Met behulp van gegevens de wens van de klant achterhalen en vertalen naar een kleurontwerp. Ruimte en materiaalmogelijkheden, functionaliteit, stijl, kleur en afwerking.

Zelfs veel binnenhuisarchitecten slagen niet in deze opzet. Vooral de wens van de klant is in deze vaak een probleem. Veel beoefenaars van deze branche hebben het moeilijk als de klant  kleuren ambieert die zij als lelijk beschouwen. Immers met je eigen voorkeur werken is fijn, maar om kleuren toe te passen die je gevoelsmatig niet positief kunt waarderen is een andere zaak. Veel kennis over kleur, harmonieën en combinaties is dan wel noodzakelijk. Bij NCS Zweden zeggen ze dat het ongeveer 20 jaar duurt voor je het systeem helemaal tot in de puntjes beheerst. 

 

2. Een gesprek met de klant voeren en de wens van de klant vastleggen door middel van een schriftelijk verslag en een presentatie. Audiovisueel, schets en collage.

Over het eerste deel hebben we het al gehad dus dit hoeft geen twee keer beargumenteerd te worden. Voor wat betreft het tweede gedeelte. Een collage maken. Knippen en plakken kan iedereen dus dat zal wel lukken. Inhoudelijk hebben we hier ook al op gereageerd. Maar dan: schetsen. Ik ben benieuwd wat ze hiermee bedoelen. Een perspectief tekening maken, een artistieke weergave van het idee? En wat hier audiovisueel inhoud kan ik alleen maar naar raden. Autocad, sketchup, fotoshop, indesign, of een ander tekenprogramma? En dit dan verwerken in een filmpje met een ingesproken tekst? 

 

In dit verband kan de kandidaat

 

  1. Met behulp van software en op basis van de gemaakte afspraken een kleurontwerp maken voor interieurelementen.

 

Resume. In deze effectieve 8 uur lestijd leren deze VMBO leerlingen.

  1. Vier kleursystemen
  2. Kleurencirkels
  3. Kleureigenschappen
  4. Kleurwerking
  5. Kleurtoepassing
  6. Licht werking daglicht
  7. Lichtwerking kunstlicht
  8. Materialen
  9. Materiaaleigenschappen

10 Stijlen herkennen

11.Ontwerpen

12.Schetsen

13.Visualiseren met een tekenprogramma

14.Gesprekken voeren

15.Juiste vragen stellen

16.Antwoorden vertalen in een op maat gesneden ontwerp.

17.Presenteren

18.Hiervan een schriftelijk verslag uitbrengen

 

In dit geval zal de kandidaat hierin jammerlijk falen en wel op alle aangegeven punten. Dit is de programmering voor een binnenhuis-architectenopleiding van 4 jaar op academisch niveau, full time en hard werken. Dus niks geen u vraagt en wij draaien. Als Ministerie van Onderwijs zou ik mij diep schamen om met een dergelijk onmogelijk en  inhoudelijk  slecht competentieprofiel te komen. Te veronderstellen dat dit gaat werken en ons onderwijs zal verbeteren en verrijken? Wie hier een antwoord op heeft laat het me weten. Dit lijkt mij wel waard om een discussie over te voeren. 

 

Over Marijke van Loon

Marijke van Loon is zelfstandig gevestigd kleur- en belevingsspecialist (www.marijkevanloon.nl  www.vanloonkleuradvies.nl) en aangelsoten bij de Stichting Kleurenvisie, voorheen de Nederlandse Vereniging van Kleurenstudie (NVVK) Zij adviseert particulieren, architecten, onderhouds- en schildersbedrijven, maar voornamelijk gemeenten, instellingen en corporaties op het gebied van kleurgebruik in het in- en exterieur. Van Loon ziet 'kleur als visueel geluid'. Zij geeft workshops in kleur, kleurpsychologie en beleving. Marijke geeft regelmatig lezingen over Kleur, mens en beleving.

Bekijk alle berichten van Marijke van Loon

3 reacties op “Het Ministerie van Onderwijs blundert.

  1. Frans schreef:

    Dit is net zoiets als het taalonderwijs oftewel beheersing Nederlandse taal, want daarin wordt ook gevraagd om correspondentiebrieven e.d. te kunnen maken c.q. opstellen. Terwijl de meeste VMBO-ers later in hun leven nooit meer brieven naar klanten sturen. Het eigenlijke vakmanschap, aanleren van ambachtelijke vaardigheden, komt hierdoor op de tweede plaats. Duidelijk is dat men niet weet wie men waarvoor op aan het leiden is. Veel jongeren willen eenvoudig niets liever dan met hun handjes werken, laat daar de opleiders dan ook mee bezig zijn. Maar ja dit krijg je als je het onderwijsveld zelf laat bepalen wat zij in het bedrijfsleven noodzakelijk achten. Als je als ondernemer dit gaat vertellen aan een onderwijsman of vrouw dan loop je tegen muren aan. Ook die professoren die het namesn het ministerie van onderwijs allemaal opschrijven snappen niks meer van de praktijk. Soms is opheffen van dit soort organisaties het allerbeste want dan gelijk de belasting omlaag en komt er weer ruimte voor echt ondernemerschap.

  2. Marijke van Loon schreef:

    ik was gisteren op de NOT. Hier kwam ik een stand tegen van het Ministerie van Onderwijs. Ik heb hier mijn vragen gedeponeerd en ben benieuwd naar het antwoord.

    Ja Frans, de theorie en de praktijk liggen soms ver uit elkaar.

  3. Jelle Zijlstra schreef:

    Marijke, volkomen met je eens met je conclusie. Blijkt maar weer dat bij het opstellen van lesstof modules en het examen pilot onder hoede van het ministerie van Onderwijs geen of nauwelijks deskundige en praktijkgerichte personen betrokken zijn geweest. Bedenkelijk dat men niet weet welke leeftijdscategorie VMBO leerlingen zijn, die kun je beslist hier niet mee belasten. Het kleurgevoel is in deze leeftijd m.i.z. in ontwikkeling en vliegt alle kanten op. Ook kun je niet verlangen dat deze leerlingen van die leeftijden veel mensenkennis hebben om zich ook in kleurbeleving van anderen te verplaatsen. Paar jaar terug ook zelf betrokken geweest bij opzet nieuwe stijl examen restauratie/ decoratie. Ben dan een praktijkman maar concludeerde daarin ook dat er te veel gevraagd wordt.
    Toetsing zou dan ook door mensen uit de praktijk en met de nodige kennis moeten plaats vinden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.