Blog

Beste Adrie Winkelaar

6

Ik heb je essay over de toekomst van de schilder in Eisma’s Schilderblad nummer 4 gelezen en ik was blij verrast met je conclusie dat zelfstandige maar vooral ambachtelijke  schildersbedrijven binnenkort museum waardig zijn. Ik geloof er niks van maar als dat echt waar is, zit ik nu op rozen. Immers iets wat zeldzaam wordt, stijgt in prijs nietwaar?

De teneur van je verhaal is van een andere orde namelijk dat de industrialisatie het handwerk van ons vak (schuren, plamuren en aflakken) heeft opgeslokt en dat desinteresse van sommige schilders in de vernieuwingen ze tot loopjongens maakt van de verfindustrie. De slotconclusie van je essay is van apocalyptische aard want je voorziet het verdwijnen van het zelfstandige beroep van de schilder. 

Met een lange aanloop in twee alinea’s over digitale databanken en ons toekomstperspectief kom je uiteindelijk tot merkwaardige conclusies namelijk dat de verfproducenten door digitale technieken de verfmarkt geheel gaan beheersen inclusief beschikbare schilders. Tegelijkertijd beweer je dat de eindverbruikers van verf (de schildersbedrijven zelf dus) steeds nauwer gaan samenwerken met die verfproducenten. 

Je presenteert jouw betoog als een vergezicht op de toekomst maar dat is het allerminst. Het lijkt meer op een echo uit het verleden. In de jaren ’60 tot’80 bijvoorbeeld was het meer dan gebruikelijk dat schildersbedrijven met personeel (zzp’ers bestonden er nauwelijks) aan de leiband van de verfproducten liepen. Voor vrijwel elke opdracht werd een bestek bij de verffabrikant gevraagd en het schildersbedrijf zocht daar ‘handjes’ bij. De directeur/eigenaar had nauwelijks vakinhoudelijke kennis nodig.

Legendarisch is een HR (human resource) kreet uit die tijd: “ze hoeven alleen maar adem te halen en die arm op-en-neer te bewegen.” 

Er is gelukkig veel veranderd. Als er volgens jouw eigen cijfers 21.000 zelfstandige schildersbedrijven die bij de KvK ingeschreven zijn en daar in verhouding ‘maar’ 2200 aangesloten zijn bij OnderhoudNL (en die hebben waarschijnlijk  allemaal vast/flex personeel) dan moeten de fabrikanten daar wel op inspelen willen ze de voeling met de markt niet kwijtraken. 

Waar je het doemdenkbeeld op baseert dat het ambacht zal verdwijnen wordt in je essay hiermee niet duidelijk. Zijn het de teruggelopen volumes van de gigantische verfplas die wereldwijd wordt geproduceerd of ligt het aan de langere levensduur van de verf?

Waarschijnlijk aan geen van beide want zoals je aangaf in een uitzending van RTV Rijnmond ligt de crux in de communicatie tussen de ontwikkelaars van verf en de gebruikers. In dat interview geef je helder weer wat het verschil is tussen marketing en de lastig te over te brengen inhoudelijke kennis. Je hebt er zelfs een studie naar gedaan over motivatie.

Zowel in de jaren ’60 tot ’80 waren er schildersbedrijven die niet of nauwelijks geïnteresseerd waren in vaktechniek en met de huidige tsunami van zzp’ers is dat niet anders.

Een solide vaste kern van vakschilders is dat wel en ik kan je de verzekering geven dat verffabrikanten daar heel zorgvuldig mee omgaan. 

Als gitarist in bekende bands als ’Take Five’ en de Dizzy Mans Band heb je op muzikaal gebied mijn onvoorwaardelijke sympathie.

Als analist van de schildersbranche hoor ik liever je gitaar.

 

Het essay van Adrie Winkelaar is hier te lezen maar is wel een premium artikel.

Over Bas Burema

Bas Burema (1957) is al veertig jaar schilder. Precies dit jaar heeft hij 25 jaar zijn eigen bedrijf. Burema is bewust OZP'er: Ondernemer-Zonder-Problemen. Hij volgde Mavo, Havo en Pedagogische Academie en haalde zijn schilderspapieren tussen de bedrijven door. Bas Burema schrijft in zijn blog over zaken waar de schilder van dag tot dag mee te maken heeft.

Bekijk alle berichten van Bas Burema

6 reacties op “Beste Adrie Winkelaar

  1. In mijn optiek ligt de waarheid in het midden. Er is altijd een deel van de bedrijven die aangewezen blijven op fabrikanten/grossiers. Noem het onwetendheid of bevestiging zoeken!?

    Voor mij is een fabrikant/grossier additioneel. Samen met de opdrachtgever bepalen we het vastgoedbeleid. Mocht een fabrikant daar iets in kunnen betekenen juichen we dat toe.

    Conclusie: ieder zichzelf respecterend bedrijf houdt zelf de regie.

  2. idskodevries schreef:

    Het aanbrengen van verfproducten is gemeengoed geworden, dat ook door een goede doe-het-zelver of klusjesman kan worden uitgevoerd. Gebruiksaanwijzingen en filmpjes op internet (YouTube) laten precies zien hoe verfproducten verwerkt dienen te worden.

    Eigen Huis&Tuin sympathisant ?

  3. Bas Burema schreef:

    Beetje vroeg aan de borrel collega of heb jij je vak echt geleerd door naar filmpjes te kijken. Het is dat ik je ken dus houd ik maar op het op het eerste.

  4. idskodevries schreef:

    @Bas
    Mijn reactie had betrekking op het artikel van Adrie Winkelaar.
    Het eerste gedeelte van mijn tekst was ook door hem geschreven en daarom geplaatst als quote zijnde.

    Eigen Huis&Tuin sympathisant, was mijn reactie op die quote.

  5. Adrie Winkelaar schreef:

    Beste Bas Burema,

    De redactie van ES heeft mij gevraagd een artikel te schrijven over de toekomst van de schilder en het schildersbedrijf. Het zou een discussie kunnen openen om vanuit verschillende standpunten het onderwerp te belichten.
    Mijn standpunt is opgebouwd vanuit de verfindustrie omdat ik daar veel expertise heb opgebouwd om voor schilders nieuwe en betere producten te ontwikkelen. Belangrijk is ook dat ik als afgestudeerd sociaal psycholoog aan de UvA (1982) de schilder en het schildersbedrijf lange tijd hebt gevolgd door onderzoek en discussie met veel praktijkmensen.
    Je doet geen enkele poging om mijn argumenten en mijn analyse te weerleggen, alleen door te schrijven dat je het er niet mee eens bent. Je reageert geprikkeld als een oude schilder door te schrijven “dat je niet aan de leiband van de verfindustrie wilt lopen”. Ik heb aangegeven dat de groei van de industriële verfapplicatie voor de bouw toeneemt en dat de handige doe-het-zelver steeds meer het onderhoud pleegt aan zijn woning. De klassieke schilder komt knel te zitten tussen deze twee trends, Hij heeft de keus tussen een allround vakman te worden bij een onderhoudsbedrijf of hij neemt als klusjesman het werk uit handen van de doe-het-zelver. Schilderen kan tegenwoordig iedereen en met YouTube filmpjes kan je alles leren.
    Een betere bijdrage aan de discussie zou zijn door inhoudelijk over de ontwikkeling van de schilder te schrijven in de afgelopen 40 jaar. Je bent immers al 40 jaar schilder. Ook de verandering van het schildersbedrijf in onderhoudsbedrijf en de verschillende activiteiten daarbij in de afgelopen 40 jaar zijn interessant.
    In plaats daarvan heb je zitten googlelen naar informatie over mij om daarmee mij te kunnen bekritiseren. Je komt daarmee tot de belachelijke opmerking dat je mij liever gitaar hoort spelen – wat je nog nooit werkelijk hebt gedaan – dan mijn analyse te willen weerleggen over de schildersbranche. Dan ben je niet waardig om een serieuze discussie over de toekomst van de schilder te voeren.
    Adrie Winkelaar

  6. Bas Burema schreef:

    Beste Adrie Winkelaar,
    De opzet van jouw essay en het doel van mijn reactie daarop lijken geslaagd want de discussie lijkt nu geopend. Dat jouw visie niet strookt met die van mij is duidelijk.
    Voor een gedetailleerd tegenwoord zal ik in een volgend blog uitgebreid de tijd nemen om je analyse te weerleggen. Hiervoor is weer wat research nodig en in eerste instantie gebruik ik daar openbare – en verifieerbare – bronnen voor zoals die te vinden zijn via zoekprogramma’s als google. Een andere belangrijke bron is uiteraard mijn veertig jaar lange praktijkervaring als schilder en mijn kennis die ik heb opgedaan als freelance medewerker van de Schildersvakkrant. Essentieel in ons dispuut is Youtube filmpjes kijken om een ambacht onder de knie te krijgen versus veertig jaar bloed-zweet-en-tranen. Ik ga mijn huiswerk maken en wij spreken elkaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *