Artikel

Schilders vragen de organisatie van de Nationale SchildersVakprijs vaak waar de jury uiteindelijk op beoordeelt. Logische vraag, moeilijk te beantwoorden. In ieder geval doet de grootte er lang niet altijd toe. En ook het gebouw hoeft niet per se een plaatje te zijn.nsvp goes

Want dat is een misvatting: schilders die zeggen dat ze nooit mooie monumentale panden schilderen en daarom niet kunnen inzenden. De Nationale SchildersVakprijs is geen gebouwenprijs. Aan een middeleeuws kasteel zit soms minder onderhoudsvakmanschap dan aan een woning uit de zeventiger jaren van de vorige eeuw. Het middeleeuwse eikenhout weerstond immers al die tijd weer en wind, terwijl het up-to-date brengen van een huis  vol slechte bouwdetails en gemaakt van waaibomenhout met slechte lamineringen een stuk uitdagender kan zijn.

Doet het er dan helemaal niet toe hoe het pand er uitziet? Laten we eerlijk zijn, het pand moet na de komst van de schilder wel ‘iets’ hebben. We geven toe dat aan sommige panden, ondanks alle vakmanschap, eenvoudig weinig bijzonder resultaat te behalen valt. Maar lukt dat wél, dan is het vaak juist spectaculair. Het woonboerderijtje waarmee Eric Grim in 2009 de Overallprijs won, geldt nog steeds als lichtend voorbeeld. Het boerderijtje was qua bouwstijl of historie niets bijzonders, maar Grim mocht er zich als schilder op uitleven. Zelfs de putdeksel kreeg zo’n intensieve behandeling, dat je je haren kon kammen met die deksel als spiegel. Komt er bij zo’n opdracht nog advieswerk kijken, is de schilder de hoofdaannemer geweest, dan zijn dat ‘verzwarende’ omstandigheden die het project aan een voorselectieplaats, een nominatie of zelfs aan een prijs kunnen helpen.

Valse bescheidenheid misstaat in elke categorie. Die categorieën zijn niet voor niets zo gekozen dat in principe elk schilderwerk kan meedingen. Zo heeft Nieuwbouwschilderwerk een slechte naam. Alsof het alleen maar om gooi- en smijtwerk gaat dat niets mag kosten en waar je ook niets van mag verwachten. De drie projecten van afgelopen editie, de HAN hogeschool in Nijmegen, een woon-zorg-cultuurcomplex in Grave en een particulier woonhuis in Goes (foto), lieten zien dat het ook anders kan. Uiteraard neemt nieuwbouw en überhaupt schilderen op een bouw- of renovatieplaats zijn eigen eigenaardigheden met zich mee. Maar de jury is deskundig genoeg om gevolgen die dat kan hebben voor het afwerkingsniveau op hun ernst in te schatten.  Al viel er vorig jaar op dat gebied weinig te klagen.

Ook in de categorie decoratieschilderwerk gaat het niet om grootte. We geven toe, vorig jaar wonnen Bouwhuis & Journé met de restauratie van een complete kerk. Maar tot de genomineerden hoorde ook één, rijk gedecoreerde, gang in een burgemeesterswoning, door Michiel van der Laar. Het gaat dus niet alleen om de grootte, maar vooral om de kwaliteit.

En die kwaliteit, die moet u in eerste instantie toch vooral zelf beoordelen. Elk jaar ontvangt de jury ook inzendingen waarvan men zich af moet vragen wat de schilder heeft bewogen dit project aan te melden. Dan hebben we het over foto’s met overduidelijk lelijk besnijwerk, spatten op de muren, zakkers of schroeivlekken of op bouwkundig zulke slechte ondergronden dat je als schilder zou moeten weigeren het werk uit te voeren. Dergelijk soort projecten, dát zijn voor de jury de enige gemakkelijke gevallen.