Home » Weblogs» Bas Burema over de praktijk» Schildersambacht als wetenschap

Schildersambacht als wetenschap

27-06-2012 Geschreven door Bas Burema

Een van de meest onderschatte maar leukste dingen van vakantie vieren in een ver maar wel warm land is thuiskomen. Je zou het bijna een omgekeerde cultuurshock kunnen noemen. Ben je net gewend aan de eenvoudige kijk van eilandbewoners uit de Middellandse Zee op wereldse zaken als schilderen, blijkt bij thuiskomst het Nederlandse schildersambacht het onderwerp te zijn van een geslaagd wetenschappelijk onderzoek.

 

Tussen de stapel ongeopende post ligt Eisma’s Schildersblad nummer 8. Op bladzijde 34 maakt collega Cees Dijkstra gewag van het succesvolle proefschrift van Mariël Polman. Mevrouw Polman, wij mogen inmiddels mevrouw dr. Ir.  Mariël Polman zeggen, heeft onderzoek gedaan naar het kleurgebruik aan gebouwen in de periode tussen de twee wereldoorlogen. In wetenschappelijke termen wordt die periode het interbellum genoemd.

 

De kersverse doctor Geschiedenis houdt kennelijk niet zo van beperkingen want haar onderzoek gaat deels ook over de periode vanaf 1798 toen het Schildersgilde werd afgeschaft.

 

Proefschrift

Nu is het lezen van een proefschrift iets anders als een doktersromannetje en zelfs een samenvatting zou al een boekwerk opleveren. In deze rubriek hoef ik geen journalistiek te bedrijven dus geef ik  u wat aardige kanttekeningen.

 

Dat schilderpatroons onverbeterlijke mopperkonten zijn blijkt uit een constatering uit omstreeks 1850 dat ‘de luiheid, zwakke lichaamskracht en het gebrek aan vakkennis de Hollandse arbeider kenmerkten.’ (citaat blz.168)

 

Schilders zijn ook geen echte ontdekkingsreizigers want hun clientèle bevindt zich al eeuwen in hun lokale omgeving. De prijs van het schilderwerk wordt al die tijd meer bepaald door sociale contacten dan door rekenwerk. De tegenwoordig door de NMA zo verfoeide prijsafspraken zijn kennelijk al honderden jaren een vast onderdeel van de ‘bedrijfsvoering’ van de schilder.

 

‘Het schildersbedrijf behoort tot de meest sprekende ambachtstakken’

 

Deze opmerkelijke conclusie citeer ik van bladzijde 174 van het proefschrift. De constatering van Mariël Polman komt er op neer dat de echte vakbekwaamheid van de schilder huizenhoog gewaardeerd wordt. Tussen de regels door lees je dat diezelfde vakbekwame schilder een ongelooflijke oen is op het verkopen van zijn dienst.

 

Schilders zijn vaklui en geen boekhouders. Een prachtig voorbeeld wordt ook door Cees Dijkstra aangehaald: de lonen van de patroon en de meewerkende gezinsleden worden niet meegeteld in de kostprijs. Bescheidenheid is mooi maar je moet niet overdrijven.

 

Rekenen en onderhandelen zijn kennelijk al eeuwenlang niet het sterkste punt van de schilder. Dat blijkt ook vandaag de dag. De schilder laat zich nog steeds onderbrengen in de sluitpost van het bouwproces.

 

Vakbekwaamheid en veelzijdigheid

Dat het schildersvak onverwoestbaar is komt door de waardering van onze opdrachtgevers. Iedereen die zelf de kwast gehanteerd heeft weet hoe moeilijk het is. En vakidioten die we zijn, vergeten we er een prijskaartje aan te koppelen.

 

Maar niet getreurd. Er is hoop. Ken uw geschiedenis en u kent de toekomst.

 

 

 

 

Nieuwsbrief Print

0 Reacties op Schildersambacht als wetenschap

Reageren