Ik weet nú pas goed waar het internet goed voor is, voor...
Lees verder»
Ik dacht al een tijdje dat het afnemen van werk in corporatieland niet alléén aan Hollandse zuinigheid kon worden geweten. Nu blijken de heren (dames?) bestuurderen de afgelopen jaren met het gouden vingertje beleggertje gespeeld te hebben. Is dit het eind van het vastgoedonderhoud 'as we know it'?
Nergens ter wereld bestaat een corporatiestructuur als in Nederland. Gigantische hoeveelheden woningen, beheerd door steeds één, min of meer openbaar, lichaam. Ook nog eens gelijkvormige woningen, wat het onderhoud vergemakkelijkt en het ontstaan van vastgoedonderhoudsbedrijven mogelijk maakt.
Een contstante stroom opdrachten stroomde de afgelopen zestig jaar op de schildersbedrijven toe. Relatief eenvoudig werk, technisch niet te hoogstaand, goed gecontroleerd. Daar werden sommige schildersbedrijven erg lui van. Maar die heb je niet meer zo veel meer. Want de concurrentie zag mogelijkheden: er is meer te doen met die woningen-in-bewoonde staat. Bouwkundige dingen.
In het beste geval is er sprake van win-win-win-win: het onderhoudsbedrijf vergroot zijn kennis en deskundigheid en verbetert zijn continuïteit, de opdrachtgever bespaart geld door slimmer plannen en slimmer investeren, de bewoners krijgen veel waar voor hun geld tegen weinig overlast, de stadsbewoners krijgen goed onderhouden wijken, een betere leefomgeving.
Maar de managerscultuur sloeg toe. Directies en commissarissen voelden zich opgenomen in de wereld van de Haute Finance. Regelrechte boeven scheurden rond in Maserati's. Regelrechte kneuzen dachten dat ze wel even een vijftig jaar oud motorschip binnen budget konden opknappen. De minder ambitieuze (of doortrapte) bestuurders zochten vooral wegen om het geld dat door de huurders bijeengebracht was en zich in de loop der jaren ophoopte, op een verantwoorde manier te beleggen, zodat het zou groeien.
En... laten we elkaar niet zwarter maken dan we zijn: tien jaar geleden werden we allemáál gek gemaakt door de financiële magiërs om ons heen: of het nu om een paar renteprocentpunten in IJsland ging, een hypotheek zonder aflossing of ingevwikkelde derivaatconstructies: niemand begreep er het fijne van, maar verdienen kon je er kennelijk goed aan, dus: gaan met die banaan en wie het niet deed was een dief van zijn portemonee.
De angstige vraag van dit moment is of we de grote Kladeratsch van de corporatiesector gaan beleven. Vestia op wankelen, en het is nog maar het begin. Het einde ligt uiteraard bij veiliggestelde banken, want ach, die zouden eens te weinig verdienen op hun financiële producten. Het einde ligt ook in fikse huurverhogingen, want schulden laten bijpassen door de gewone man is al sinds de uitvinding van de eerste belastingen (op het bezit van een knots, vermoed ik) gebruik.
Dat het voor de bouw, de afbouw en het totaalonderhoud er voorlopig niet gezelliger wordt bij de corporaties staat ondertussen buiten kijf. Geld dat er niet is kan niet worden uitgegeven, ook niet als onderhoud noodzakelijk is.
Als ik eens iets heel trendwatcherigs mag zeggen? Er is in Nederland woningnood: te weinig woningen voor te veel mensen. Corporaties krijgen hun bezit niet verkocht, want dan zou het gerenoveerd moeten worden en daar is geen geld voor... Ik zie nog wel vastgoedonderhoudsbedrijven woonblokken, flats en zelfs wijken opkopen; al dan niet volledig dan wel tegen een zeker risicoprofiel: de woningen worden voor eigen kosten gerenoveerd: energie- en comforttechnisch op niveau gebracht, zodat het goed verhuurd of verkocht kan worden.
Ik zie dus het schildersbedrijf als projectontwikkelaar. Maar dat zal nog wel een poosje aantlopen.