Ik weet nú pas goed waar het internet goed voor is, voor...
Lees verder»
Zoals wel vaker gebeurt, als je elkaar beter leert kennen verandert ook je oordeel. Ik vond Miep vorige week nog een in zichzelf gekeerde zenuwpees. Maar toen ik deze week na de chemokuur weer aan het werk ging, was ze een en al bezorgdheid. Het was niet alleen voor haar een verrassing dat ik zo snel weer kon werken. Een beetje mazzel op z’n tijd kan nooit kwaad.
Miep heet ondertussen gewoon Toos en is haar werkzaam leven verpleegster geweest in een onvervalst Rooms Katholiek bolwerk. Een verpleeginrichting voor verstandelijk gehandicapten. Voor insiders: het Eckartdal in Eindhoven. Ik heb er in mijn pubertijd vlakbij gewoond.
Appels jatten
Het Eckartdal was en is nog steeds een ruim opgezet conglomeraat van gebouwen, verblijven en werkruimtes en toentertijd voorzien van een onweerstaanbaar grote appelboomgaard. Het gammele hekwerk was een probleemloos te nemen horde voor pubers zoals ik. Van oogstmaanden hadden we geen kennis. Regelmatig buikpijn van te vroeg gejatte appels was ons loon. Maar de leukste sport was natuurlijk net even eerder voordat de hondenbewaking er aan kwam over het hek te klimmen.
Toos is ook nooit getrouwd. Ja, met de Heere misschien. En met haar werk. Ze is ook niet ingetreden geweest waardoor ze, na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd geen gebruik kon maken van de pensioensfaciliteiten van de kerk. Maar van haar salaris heeft ze jaren geleden wel een rijtjeshuis kunnen kopen en daar woont ze nog steeds.
Rijtjeshuizen
De trappenhal, de woonkamer en de overige vertrekken zijn versiert met iconen van haar geloofsbeleving. Vooral Maria is ruim vertegenwoordigd. Van die donkerbruine schilderrijtjes waar geen enkele vrouwelijkheid in valt te bespeuren.
Met een stralende glimlach opent ze donderdagochtend de voordeur. Ze is zichtbaar blij dat ik er weer ben. Ze wil alles weten. Kopje koffie? Een half uurtje later kan ik eindelijk aan de gang.
Rijtjeshuizen zijn voor de volkshuisvestiging misschien een prima woonvorm maar ze hebben ook nadelen. Voor het uit de grond stampen van complete woonwijken moeten architecten en aannemers wel eens een oogje dichtknijpen. En kwaliteit is dan het eerste slachtoffer. Als het er maar staat. Onderhoud komt later.
Kluskundigen
Enorme lappen glas staan in veel te dunne kozijnen. Voor enkel glas niet zo'n probleem maar twintig jaar na de bouw wil iedereen isolatieglas. En daar zijn die kozijnen niet op berekend.
Om de kosten van het onderhoud binnen het budget te houden worden jarenlang kluskundige kennissen ingeschakeld. Een eigen huis is mooi maar BTW is jarenlang een vies woord.
En daar sta je dan. De deurkozijnen zijn voorzien van anti inbraakstrips. Van die in elkaar grijpende stroken roestvast, gemoffelde stroken ijzer. Vastgezet met, ondertussen, volledig doorgeroeste éénrichting schroeven. Het hang en sluitwerk is ook al aangepast maar de deuren niet. Twee veiligheidssloten en extra schuiven aan de binnenkant moeten iedere in of uitbraakpoging ontmoedigen.
Leve de 6%!
Maar één welgemikte trap en de deur ligt uit zijn hengsels. Zo rot als een mispel. Net als de kozijnen. Bij de helft van de kozijnverbindingen zit houtrot. Maar je kan nergens bij zonder allerlei metalen strips te moeten verwijderen.
De kluskundige heeft alle ‘probleempjes' zorgvuldig met 2K weggeplamuurd zodat de kozijnen er op het eerste gezicht redelijk uitzien. Maar als je de plamuur wegkrabt zijn de onderliggende houtverbindingen veranderd in een spons. Het valt te repareren. Meer ook niet.
Mede dankzij de 6% BTW regeling wordt er nu een keer, zo goed en kwaad als het gaat, fatsoenlijk onderhoud gepleegd. Onderhoud gaat over jaren. In één keer lukt het nooit.
Ik zorg er voor dat ik Toos te vriend houd.