Op vrij nieuw, vier jaar oud schilderwerk laat de voorlak- en aflaklaag los van de grondverflaag. Dit alles komt door siliconenbesmetting. Hoe kan ik op efficiënte wijze deze besmetting opheffen?. De grondverf is een prima intacte onderlaag.
Wanneer de ondergrond is vervuild met siliconen, dan moet dit worden verwijderd voordat het schilderen kan beginnen. Vaak ontstaat de siliconenbesmetting door een - in de buurt van de te schilderen ondergrond - toegepaste siliconenkit. Wordt de ondergrond niet goed gereinigd, dan is de hechting minimaal. Ook kan bij het schilderen de verf gaan schiften of kunnen kraters ontstaan.
Het verwijderen van siliconen kan bijvoorbeeld met een speciale siliconenverwijderaar. Dit is een vloeibare oplossing die verhard en niet verhard siliconenmateriaal doeltreffend verwijderd. Advies is eerst de ondergrond schoon te maken met een neutraal reinigingsmiddel. Hierna op een droog oppervlak de siliconenverwijderaar aanbrengen en, afhankelijk van de mate van vervuiling, na 1 tot 2 minuten inwerken verwijderen met schone doeken. Naspoelen met schoon water en bij hardnekkige vervuiling de procedure herhalen. Onder andere de firma Bichemie levert een dergelijk product.
Naast bovengenoemd probleem heeft de schilder ook het tijdens het schilderen soms last van siliconenbesmetting op het oppervlak dat hij appliceert. Dis is te zien aan kraters, welke ontstaan in de net aangebrachte verf. We noemen dit ‘visogen’. De kraters ontstaan plaatselijk wanneer met de kwast over of langs recent aangebracht siliconenkit wordt geschilderd. In dat geval kan een antikratervloeistof aan de verf worden toegevoegd. Deze toevoeging verandert de oppervlaktespanning van de verf, waardoor deze niet meer ‘kratert’ op of langs de kit. Beter is de siliconenkit (of andere kit) niet te schilderen. Het beste resultaat is: eerst schilderen en daarna afkitten.