Ebbenhout is heden ten dagen duur, maar dat was het vroeger ook. Om ebbenhout na te bootsen, kleurde men perenhout zwart. Perenhout heeft een dichte houtstructuur en een rechte nerf met weinig tekening, dus een goede vervanger. Om het perenhout zwart te krijgen, werd het gekookt in water tezamen met een kleurstof, bijvoorbeeld een Oost-Indische inkt of inkt van galnoten. Door het te koken nemen de cellen in het hout beter het vocht/de vloeistof op, ze worden soepeler en de structuur van het hout opent zich een beetje. Hierdoor trekt de vloeistof dus verder en dieper in het hout. Op deze manier werd het hout zo zwart als inkt.
Elzenbast of galnoot
Zwart was er vroeger voor de armen én zwart was er voor de rijken; maar dit was niet hetzelfde zwart. Wie geen geld had voor dure kleurstoffen, liet zijn stoffen verven in elzenbast. Om een kilo wol zwart te krijgen, had je vier kilo van dit boomschors nodig. De kleine stukjes elzenbast lieten ze een paar dagen in water staan, dan een paar uurtjes koken en zeven. Het vocht dat overbleef, werd opnieuw warm gemaakt en de wol ging erin. Wat er uitkwam, was grijszwart van kleur: niet zo mooi, maar wel betaalbaar. Wie een diepzwarte jurk of mantel wilde, moest er heel wat geld voor over hebben.
Mooi zwart kon je alleen maken van galnoot. Galnoten zijn geen noten, maar nootachtige groeisels op eikenbladeren. De galwesp legt graag eitjes op eikenbladeren. De boom vindt dit niet leuk en probeert de eitjes in te pakken in een rond omhulseltje. Dit zijn galnoten. De galnoten werden van het blad afgekrabd, dan gedroogd en fijn gemaakt. Het mooiste zwart kreeg je door de stof eerst in bruine kleurstof te verven, dan in galappel en dan nog eens in blauw voor een mooie blauwige glans. Omdat de verfstof voor mooi zwart zo duur was, werd zwart een voorname kleur, alleen voor de rijken.
Tegenwoordig gebruiken we bijvoorbeeld beits of kleurolie om hout te kleuren. Meubelrestaurateurs moeten soms oude technieken gebruiken om een meubelstuk te restaureren hoe het vroeger was. Hierbij mogen ze iets niet beter of mooier maken met nieuwe hulpmiddelen, maar exact herstellen in oorspronkelijke staat met de hulpmiddelen die men in die tijd gebruikte. De kunst van het zwarten van perenhout zul je daar waarschijnlijk nog vinden.