De Elfstedentochtkoorts loopt ook langzaam op in de...
Lees verderยป
Als je gezondheid in de versukkeling raakt heb je wel eens werkweken die als los zand aan elkaar hangen. Om de haverklap moet je er weer even tussenuit. De meeste opdrachtgevers hebben daar geen moeite mee maar als het spannend wordt tref je gegarandeerd een volbloed Zeurmiep.
Mijn opdrachtgeefster is al jaren weduwe of nooit getrouwd geweest. Daar laat ze zich niet over uit. Ze is eigenlijk een grote muts want als er iets in de planning wijzigt raakt Miep steevast in paniek.
Miep oogt als een teer grijs besje die je, bij wijze van spreken, liefdevol zou wil helpen bij het oversteken. Thuis is ze ook heel gastvrij. Elke werkdag zet ze eerst koffie. Even kletsen en dan pas beginnen.
Ik had haar nog niet ingelicht maar dat doe ik tijdens het kopje koffie op de eerste werkdag. Ik ben tenslotte van plan om gewoon door te werken en zo nu en dan even er tussenuit voor een medische behandeling moet toch kunnen nietwaar?
Wanneer ik vertel dat ik bij de oncoloog onder behandeling ben roept ze verschrikt uit waar ze een andere schilder kan vinden als het mis gaat. Ik heb nog geen gelegenheid gehad om de details te vertellen. Ze ratelt nog even door om haar geklaag te besluiten met ‘maar ik vind het ook heel erg hoor voor u hoor.'
Ze is over haar eerste schrik heen en dan ik kan haar vriendelijk en diplomatiek mijn situatie uitleggen. De soep wordt namelijk niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Ik had zes aaneensluitende werkdagen begroot maar die worden nu verdeeld over twee weken.
Maar Miep is Miep. Komende week moet ik toch aan de chemokuur. Het protocol voor de eerste keer is heel strikt. Op dinsdagochtend heb ik het intakegesprek. Dat duurt al gauw een anderhalf uur. Daarna moet ik naar de mondhygiëniste. De kuur schijnt je tandvlees te kunnen aantasten.
Van het vervolg van het protocol raakt ze weer helemaal van de wap. Ik moet namelijk ook een nachtje blijven. Ieder mens reageert anders op een chemokuur en dat willen ze ter plekke constateren.
Verschrikt vraagt ze mij of ik het schilderwerk dan wel op vrijdag klaar heb. De maandag daarop is ze namelijk een dagje weg en het uitstapje is al helemaal betaald dus ik kan die dag echt niet komen schilderen. En op dinsdag dan, opper ik luchtig.
Ik leg haar nog een keer uit dat ik voor het schilderen van de achterzijde van haar rijtjeshuis geen week nodig heb maar als de nood aan de man is, kan ik de week erop het werk afmaken. Ineens ziet ze het. Ach ja, dat kan ook best wel.
Ik denk niet dat het nodig zal zijn want ik ben tegen een grappig fenomeen aangelopen.
Ik kan nu niet acht uur per dag voluit werken. De vermoeidheid slaat rond een uur of drie ongenadig toe. Om het toch een beetje vol te houden werk ik op halve kracht. Maar niet half in slaap.
Op de vele rustmomenten heb ik alle tijd om te overzien wat ik wil doen. En daar lijkt tijdwinst te zitten. Ik neem mee wat ik nodig heb. Ik werk op mijn dooie akkertje. Vaak is het in een keer goed. De volgende bewerking sluit weer naadloos aan op de vorige.
Ik ben het met criticasters eens. Het ziet er niet erg energiek uit. Maar de foutmarge is minimaal en het verbaast mij dat ik soms eerder klaar ben dan mijn vertrouwde calculatie aangeeft.
Vraag me niet hoe het kan maar beperkingen hebben soms een aardige bijkomstigheid.