De Elfstedentochtkoorts loopt ook langzaam op in de...
Lees verderยป
Bekijk hier de fotoreportage
Bekijk hier een filmpje van dit project
\'Ik ben door Liesbeth van der Pol ingeschakeld om mee te denken over dit soort lastige restauratieve vragen,\' vertelt Doornenbal, directeur van renovatiearchitectenbureau Rappagne&Partners, tevens jurylid van SchildersVakprijs.
Van der Pol is directeur van DOK Architecten, en tevens, alweer sinds 2008 Rijksbouwmeester. Ze kreeg als opdracht om het Scheepvaartmuseum, dat bestaat uit een aantal pakhuizen uit 1656, dat in 1741 min of meer is samengevoegd en in 1848 van een neo-classisistische gevel is voorzien, om te bouwen tot een modern museum met een voor het publiek toegankelijke ruimte en horecavoorzieningen.
Doornenbal: \'Maar het gaat hier om een Rijksmonument, dus er kijken heel veel mensen over haar schouder mee. Eén ding dat ze meteen heel goed zag was dat de grote binnenruimte tussen de voormalige pakhuizen overkapt zou kunnen worden. Dan schep je een zee van ruimte, een gigantische centrale hal vanwaaruit je alle gebouwen kunt bereiken. Maar dat stootte op veel weerstand van Welstand, Monumentenzorg en anderen.
Ongeveer op dat moment ben ik er bij betrokken geraakt. Uiteindelijk mág er overkapt worden, maar moet tegelijk het \'buiten\'karakter van de binnenplaats zo veel mogelijk behouden blijven.\'
Doornenbal (\'Ik heb nog nooit een nieuw gebouw gemaakt\') is gespecialiseerd in dit soort ingewikkelde klussen, ingewikkeld vanwege de politieke gevoeligheden en ingewikkeld vanwege de technische en esthetische uitdagingen. Zoals ook de gevels van het Scheepvaartmuseum.
Doornenbal: \'De muren lijken opgetrokken van zandsteen, maar dat is het dus niet. Dit is een van de vroegste voorbeelden van het gebruik van Portlandcement in Amsterdam. Het schone metselwerk uit 1656 is bedekt met een laag van dat cement waarin vervolgens, \'trompe l\'oeuil\' voegen zijn getrokken alsof het zandsteenblokken zijn.\'
\'Die muren zijn sindsdien nooit geschilderd geweest, maar wel ontelbare keren bijgewerkt, ingeboet, gerepareerd etcetera.\' aldus Doornenbal. \'Ga je over zo\'n muur een nieuwe pleisterlaag aanbrengen of een dekkende verflaag, dan ben je dat allemaal kwijt, dan is de muur weer als nieuw, nee: nieuw geworden.\'
Daarom pleitte Doornenbal voor een lazuurtechniek. Daarvoor kwam, via hoofdaannemer BAM Utiliteitsbouw, Henk Blaauw in beeld, projectmanager bij het gespecialiseerde bedrijf Gevelonderhoud Nederland (GON): \'Ons bedrijf is niet groot, maar wel heel breed in activiteiten. Eigenlijk worden wij meestal ingeschakeld als het voor andere bedrijven te moeilijk wordt,\' aldus Blaauw.
\'We werken veel in de nieuwbouw, als een pand is opgeleverd en de metselaar blijkt verschillende soorten stenen door elkaar gebruikt te hebben, bijvoorbeeld. Dan kun je zo\'n muur wel afbreken, maar je kunt de stenen ook voorzichtig bijkleuren. Dat doen wij. In principe doen we álles aan steenachtige ondergronden: lagen verwijderen, graffity en ander aanslag verwijderen, herstellen van beton en steen en het kleuren van de stenen.\'
Als SchildersVakkrant het project bezoekt buigen Doornenbal en Blaauw zich net over een nieuw onderdeel van dit project: de footing, het schuine gedeelte dat de waterlijn in loopt. Doornenbal: \'Die footing is altijd van schoon metselwerk geweest. Ook daar is een pleisterlaag overheen gezet. Maar dan in een soort bazalt-imitatie. Die wil ik weg hebben. Voor de verticale delen moet dat weer Portlandcement worden, voor de schuine delen wil ik het schone metselwerk weer zien.\'
Blaauw: \'Maar dat kan natuurlijk niet. Deze muren hebben veel geleden en zijn op heel veel plaatsen beschadigd en weer hersteld. Een helemaal gaaf rood metselsteenje kom je hier bijna niet tegen.\'
Doornenbal: \'Daarom wil ik de vrijgehakte mestelstenen laten kleuren. In Den Haag doen we dat veel, daar zijn veel oude gevels geschilderd. In Amsterdam is olieën met een pigmenthoudende olie meer gebruikelijk.\'
Blauw maakte een proefstuk: hij hakte een flink deel van de stenen muur vrij, en kleurde het aan met een silicaatverf van Caparol met veel rode pigmenten.
Lazuur van dezelfde fabrikant, trsansparante, heel voorzichtig met de hand bijgekleurd, elk stukje een beetje meer of een beetje minder, gebruikte Blaauw ook voor de gevels op de binnenplaats, die inmiddels af zijn. Eenzelfde behandeling zal hij later ook aan het Portlandcement van de buitengevels gaan verrichten.
\'We hebben de gevels eerst met de Torbojet schoongespoten, \' aldus Blaauw,\'daarna hebben we de noodzakelijke reparaties uitgevoerd. En daarna kwam het kleuren. Dat heb ik eerlijk gezegd allemaal alleen gedaan. Het is zo\'n specialistisch werkje, dat is bijna niet aan een ander uit te leggen. Het is ook zo dat de ondergrond op bijna geen enkele plaats hetzelfde is. Doordat het Portlandcement steeds met andere materialen gerepareerd is. Dat betekent dat je steeds moet variëren in de kleur van de lazuur. En je moet het ook niet te dik opbrengen, want anders gaat het glanzen, dat zie je er aan af. Ik breng het op met de blokwitter en strijk of veeg het dan weer uit of een beetje weg.\'
Doornenbal: \'We hebben het er uiteraard heel intensief samen over gehad. Het mooiste is altijd als mensen tegen met zeggen "En wat heb je hier dan gedaan?" Dat ze het niet meteen zien. Dan heb je je werk goed gedaan. Het moeilijke is natuurlijk in een geval als dit om het moment vast te stellen waarop je moet stoppen. Want je blijft die reparaties zien, en dat mag ook van mij, sterker: dat móet. En toch wil je er een mooi geheel van maken.\'
Of Doornenbal op zijn eigen manier niet toch ook met een soort Disneyficatie bezig is? \'ja, natuurlijk. Maar dat waren de mensen in 1848 ook. Die hebben tenslotte bedacht om een aantal pakhuizen achter een neoclassicistische gevel te verbergen. Wat ik probeer is de geschiedenis van die tweehonderd jaar te laten zien. En dat is GON tot nu toe zeer goed gelukt.\'
Bekijk hier de fotoreportage
Modern museum
Overkapte binnenplaats
Ingewikkelde klussen
Geen dekkende verflaag
Stenen bijkleuren
Gevels schilderen
Niet te dik lazuren
Doornenbals Disneyficatie
Bekijk hier de fotoreportage
Bekijk hier een filmpje van dit project
'Ik ben door Liesbeth van der Pol ingeschakeld om mee te denken over dit soort lastige restauratieve vragen,' vertelt Doornenbal, directeur van renovatiearchitectenbureau Rappagne&Partners, tevens jurylid van SchildersVakprijs.
Van der Pol is directeur van DOK Architecten, en tevens, alweer sinds 2008 Rijksbouwmeester. Ze kreeg als opdracht om het Scheepvaartmuseum, dat bestaat uit een aantal pakhuizen uit 1656, dat in 1741 min of meer is samengevoegd en in 1848 van een neo-classisistische gevel is voorzien, om te bouwen tot een modern museum met een voor het publiek toegankelijke ruimte en horecavoorzieningen.
Doornenbal: 'Maar het gaat hier om een Rijksmonument, dus er kijken heel veel mensen over haar schouder mee. Eén ding dat ze meteen heel goed zag was dat de grote binnenruimte tussen de voormalige pakhuizen overkapt zou kunnen worden. Dan schep je een zee van ruimte, een gigantische centrale hal vanwaaruit je alle gebouwen kunt bereiken. Maar dat stootte op veel weerstand van Welstand, Monumentenzorg en anderen.
Ongeveer op dat moment ben ik er bij betrokken geraakt. Uiteindelijk mág er overkapt worden, maar moet tegelijk het 'buiten'karakter van de binnenplaats zo veel mogelijk behouden blijven.'
Doornenbal ('Ik heb nog nooit een nieuw gebouw gemaakt') is gespecialiseerd in dit soort ingewikkelde klussen, ingewikkeld vanwege de politieke gevoeligheden en ingewikkeld vanwege de technische en esthetische uitdagingen. Zoals ook de gevels van het Scheepvaartmuseum.
Doornenbal: 'De muren lijken opgetrokken van zandsteen, maar dat is het dus niet. Dit is een van de vroegste voorbeelden van het gebruik van Portlandcement in Amsterdam. Het schone metselwerk uit 1656 is bedekt met een laag van dat cement waarin vervolgens, 'trompe l'oeuil' voegen zijn getrokken alsof het zandsteenblokken zijn.'
'Die muren zijn sindsdien nooit geschilderd geweest, maar wel ontelbare keren bijgewerkt, ingeboet, gerepareerd etcetera.' aldus Doornenbal. 'Ga je over zo'n muur een nieuwe pleisterlaag aanbrengen of een dekkende verflaag, dan ben je dat allemaal kwijt, dan is de muur weer als nieuw, nee: nieuw geworden.'
Daarom pleitte Doornenbal voor een lazuurtechniek. Daarvoor kwam, via hoofdaannemer BAM Utiliteitsbouw, Henk Blaauw in beeld, projectmanager bij het gespecialiseerde bedrijf Gevelonderhoud Nederland (GON): 'Ons bedrijf is niet groot, maar wel heel breed in activiteiten. Eigenlijk worden wij meestal ingeschakeld als het voor andere bedrijven te moeilijk wordt,' aldus Blaauw.
'We werken veel in de nieuwbouw, als een pand is opgeleverd en de metselaar blijkt verschillende soorten stenen door elkaar gebruikt te hebben, bijvoorbeeld. Dan kun je zo'n muur wel afbreken, maar je kunt de stenen ook voorzichtig bijkleuren. Dat doen wij. In principe doen we álles aan steenachtige ondergronden: lagen verwijderen, graffity en ander aanslag verwijderen, herstellen van beton en steen en het kleuren van de stenen.'
Als SchildersVakkrant het project bezoekt buigen Doornenbal en Blaauw zich net over een nieuw onderdeel van dit project: de footing, het schuine gedeelte dat de waterlijn in loopt. Doornenbal: 'Die footing is altijd van schoon metselwerk geweest. Ook daar is een pleisterlaag overheen gezet. Maar dan in een soort bazalt-imitatie. Die wil ik weg hebben. Voor de verticale delen moet dat weer Portlandcement worden, voor de schuine delen wil ik het schone metselwerk weer zien.'
Blaauw: 'Maar dat kan natuurlijk niet. Deze muren hebben veel geleden en zijn op heel veel plaatsen beschadigd en weer hersteld. Een helemaal gaaf rood metselsteenje kom je hier bijna niet tegen.'
Doornenbal: 'Daarom wil ik de vrijgehakte mestelstenen laten kleuren. In Den Haag doen we dat veel, daar zijn veel oude gevels geschilderd. In Amsterdam is olieën met een pigmenthoudende olie meer gebruikelijk.'
Blauw maakte een proefstuk: hij hakte een flink deel van de stenen muur vrij, en kleurde het aan met een silicaatverf van Caparol met veel rode pigmenten.
Lazuur van dezelfde fabrikant, trsansparante, heel voorzichtig met de hand bijgekleurd, elk stukje een beetje meer of een beetje minder, gebruikte Blaauw ook voor de gevels op de binnenplaats, die inmiddels af zijn. Eenzelfde behandeling zal hij later ook aan het Portlandcement van de buitengevels gaan verrichten.
'We hebben de gevels eerst met de Torbojet schoongespoten, ' aldus Blaauw,'daarna hebben we de noodzakelijke reparaties uitgevoerd. En daarna kwam het kleuren. Dat heb ik eerlijk gezegd allemaal alleen gedaan. Het is zo'n specialistisch werkje, dat is bijna niet aan een ander uit te leggen. Het is ook zo dat de ondergrond op bijna geen enkele plaats hetzelfde is. Doordat het Portlandcement steeds met andere materialen gerepareerd is. Dat betekent dat je steeds moet variëren in de kleur van de lazuur. En je moet het ook niet te dik opbrengen, want anders gaat het glanzen, dat zie je er aan af. Ik breng het op met de blokwitter en strijk of veeg het dan weer uit of een beetje weg.'
Doornenbal: 'We hebben het er uiteraard heel intensief samen over gehad. Het mooiste is altijd als mensen tegen met zeggen "En wat heb je hier dan gedaan?" Dat ze het niet meteen zien. Dan heb je je werk goed gedaan. Het moeilijke is natuurlijk in een geval als dit om het moment vast te stellen waarop je moet stoppen. Want je blijft die reparaties zien, en dat mag ook van mij, sterker: dat móet. En toch wil je er een mooi geheel van maken.'
Of Doornenbal op zijn eigen manier niet toch ook met een soort Disneyficatie bezig is? 'ja, natuurlijk. Maar dat waren de mensen in 1848 ook. Die hebben tenslotte bedacht om een aantal pakhuizen achter een neoclassicistische gevel te verbergen. Wat ik probeer is de geschiedenis van die tweehonderd jaar te laten zien. En dat is GON tot nu toe zeer goed gelukt.'
Bekijk hier de fotoreportage